‘Wat je in rust bedenkt, is altijd beter’

Het eindexamen NRC bespreekt deze weken de eindexamens na met deskundigen. Kinderboekenschrijver en Zilveren Griffel-winnaar Martine Letterie over het vmbo-examen Nederlands.

Martine Letterie
Martine Letterie Foto Sake Elzinga

„Het was best een pittig examen. Er werd van de vmbo-leerlingen veel gevraagd op het gebied van leesvaardigheid. Het waren geen makkelijke teksten, bijvoorbeeld een essay over het fenomeen ghosting [het plotseling verbreken van contact bijvoorbeeld via een datingapp, of door zonder afscheid te nemen van een feestje te vertrekken]. Tijdens het lezen moest je je kop erbij houden: wat staat er nu precies? Het waren geen teksten waar je zomaar doorheen glijdt.

„Het is lang geleden dat ik zelf Nederlands doceerde. In 1997 stond ik voor het laatst voor de klas. Sindsdien heb ik nog wel eens meegewerkt aan schoolmethodes, dus de basisregels voor middelbare scholieren ken ik nog wel. Dat je geen voorbeelden mag gebruiken als je een samenvatting schrijft, bijvoorbeeld.

„Het nakijken van de eindexamens was lastig; je kunt nooit honderd procent objectief zijn en soms ben je het oneens met het correctievoorschrift. Als veel docenten dat zo ervaren, wordt de normering later wel aangepast. Al die examens nakijken, en afwegen hoe jij de leerling beoordeelt: het kost erg veel tijd. Ik had zelf twee klassen, daarnaast keek je ook examens van een andere school na.

„Vroeger had iedere leerling ook een individueel onderwerp voor de schrijfopdracht. Toen ik zelf examenleerling was, gebruikte ik als bron de analyse van sprookjes volgens psychiater en psycholoog Jung, daar was mijn docent vast heel blij mee. Anderen schreven over kerncentrales, dat was iets toegankelijker misschien.

„Dit jaar moesten leerlingen een mail schrijven over het afwijkend slaapritme van pubers. Dat was ook gelijk de moeilijkste opdracht, denk ik. Om de mail te kunnen schrijven moest je eerst een informatieve tekst uit Psychologie Magazine lezen. Dat vergde ook veel leesvaardigheid. En dan moet je er zelf nog iets van bakken. Dat is voor leerlingen het spannendste om te doen

„Voor de schrijfopdracht moesten leerlingen gestructureerd te werk gaan. Dat doe ik nog steeds in mijn dagelijkse praktijk als kinderboekenschrijver. Ik begin altijd met een raamwerk op basis waarvan ik ga schrijven.

„De examenopgaven doorbladerend kwamen er herinneringen bij me op. De geur van bordkrijt, het stof dat van de wisser kwam. En in zo’n grote gymzaal zitten met al je medeleerlingen, de spanning die je voelt: ben je in vorm, hoe is je concentratie?

„Tijdens mijn examen Grieks heb ik in een zenuwachtig moment bedacht dat ik een fantastische brainwave had. Toen heb ik alles omgegooid; doorgekrast en veranderd. Het liep slecht af. Ik haalde een 3,5 voor dat examen, ik ben op het nippertje geslaagd. Ik hoorde later van mijn docent dat als hij het cijfer niet opgekrikt had van een 3,4 naar een 3,5, ik niet geslaagd zou zijn. Dus voor de leerlingen de komende weken, knoop in je oren: wat je in rust bedenkt, is altijd beter.”