Opinie

Voorlichting moet in vele talen – om elke burger te bereiken

Gezondheid

Commentaar

Burgemeester Aboutaleb van Rotterdam riep afgelopen vrijdag zijn stadsgenoten in negen talen op om zich te laten vaccineren tegen corona. Hij liet zich daarbij zelf ook trots inenten voor de camera. De prijzenswaardige oproep heeft een reden: de animo voor het corona-vaccin is in de multiculturele werkstad Rotterdam vrij laag.

Ook in andere grote steden, en dan met name in hun achterstandswijken, is maar 40 procent van de recent opgeroepen zestigers bij de huisarts gekomen voor die prik. Oorzaak is de tijdelijke stop die VWS half maart afkondigde met het Astra-Zeneca-vaccin: er werden in één klap uit voorzorg 289.000 afspraken geannuleerd. Daarna werd besloten alleen nog 60-plussers ermee in te enten – het heel kleine risico op trombose door het vaccin weegt voor 60-plussers niet op tegen de risico’s van een Covid-19-infectie, zo oordeelde de Gezondheidsraad. Maar voor jongere mensen wel.

Het onheil was geschied: veel zestigplussers vertrouwen het Astra-Zeneca-vaccin niet meer. Dat is zonde want het is júist de groep die baat zou hebben bij snelle bescherming tegen Covid-19.

Het is daarnaast opvallend dat ziekenhuizen in de grotere steden het afgelopen jaar relatief veel oudere migranten opvingen die bijna waren bezweken aan de gevolgen van het virus. Zij, én laagopgeleide autochtone ouderen, lijden vaker aan diabetes II, zwakke longen, hart- en vaatziektes – allemaal ziektes die kwetsbaar maken voor Covid-19.

De coronapandemie heeft opnieuw de grote sociaal-economische kloof in gezondheid blootgelegd. Uit onderzoek bleek al in 2007 dat mensen met een HBO- of wetenschappelijke opleiding bijna twintig jaar langer in ‘goede gezondheid’ leven dan mensen met alleen basisonderwijs. Anders gezegd: bij bewoners van het Gooi of andere welvarende streken beginnen de gewrichtsklachten, long-, hart- en vaatproblemen gemiddeld rond het 75ste levensjaar en bij bewoners van Rotterdam-Zuid of Heerlen gemiddeld rond het 58ste jaar.

Deze pandemie van de ongezonde leefstijl, die alles met opleiding en maatschappelijke vaardigheden te maken heeft, is een structurele. Ja, het kabinet sloot eind 2018 een Nationaal Preventie Akkoord om overgewicht, tabaksverslaving en alcoholmisbruik te beperken, maar veel zoden heeft dat nog niet aan de dijk gezet.

Steeds meer artsen en andere deskundigen vinden dat díe ongezondheidspandemie dringend moet worden aangepakt. Gratis sportfaciliteiten voor kinderen, een ban op snoep, frisdrank, energydrinks, frituur en chips op school. Voor volwassenen gratis hulp bij het stoppen met roken, bij meer bewegen, bij gezonder eten én beter met geld omgaan. Want stress en armoede behoren tot de factoren die ongezond leven bevorderen.

En dan zijn er nog de vele tijdelijke arbeidsmigranten die ongeschoold werk doen bij tuinders. Ze wonen en werken dicht op elkaar en kunnen zich amper aan afstands- of quarantaine-maatregelen houden, zeggen de vakbonden. Raken zij besmet, dan stopt acuut de betaling van loon. De GGD’s die na besmetting hun contacten in kaart zouden moeten brengen, hebben daarvoor te weinig tolken. Arbeidsmigranten zijn „een moeilijk bereikbare doelgroep”, volgens GGD-GHOR.

Niet alleen de voorlichting over vaccins zou in negen talen moeten worden gegeven. Ook die over bron- en contactonderzoek en op de langere termijn over tabaksverslaving, suiker, zout, vet en beweging.