Grootste waterval van Europa werd in weken gevormd

Geologie Als onder een ijskap een vulkaan uitbarst, kan een immense hoeveelheid smeltwater in korte tijd geulen maken in het basalt.

De Dettifoss op IJsland is de grootste waterval van Europa.
De Dettifoss op IJsland is de grootste waterval van Europa. Foto Image Source

De grootste waterval van Europa, de Dettifoss op IJsland, is duizenden jaren terug in zeer korte tijd gevormd. Daarvoor was veel minder water nodig dan tot nu toe werd gedacht. Dat schrijft een internationaal team van onderzoekers onder leiding van de Nederlandse geoloog Willem van der Bilt, van de Universiteit van Bergen in Noorwegen, deze maand in Communications Earth & Environment. „Bij de schatting van de hoeveelheid water die je nodig hebt om een canyon in een rotsformatie van basalt op IJsland te slijten, zaten geologen er tot voor kort flink naast”, zegt Van der Bilt.

Om kloven zoals de Grand Canyon in de Verenigde Staten uit te slijten, moet water vele duizenden jaren op het steen inbeuken. „Maar er zijn dus ook imposante kloven die binnen een paar weken worden gevormd”, benadrukt Van der Bilt. „Op IJsland kon dat bijvoorbeeld zijn na vulkaanuitbarstingen onder de dikke ijskap. Daarbij kwam dan in één keer zó veel smeltwater vrij, dat er makkelijk geulen in het basalt konden worden gemaakt.”

Voor hun studie keken Van der Bilt en collega’s naar de hoeveelheid modder die door de watermassa’s werd losgemaakt tijdens recente vulkaanuitbarstingen. „De meest recente was 1.350 jaar terug”, zegt Van der Bilt. „In termen van geologie is dat gisteren.” Door naar de chemische ‘vingerafdruk’ van het sediment te kijken, konden zij precies reconstrueren wanneer welke massa’s sediment van welke vulkaanuitbarsting door rivieren zijn afgevoerd en neergelegd in een hoger gelegen meertje, stroomafwaarts.

Puzzelen en meten

Na het nodige puzzelen en meten, concluderen de onderzoekers dat er minder water nodig was dan tot nu toe gedacht, om een canyon uit te slijten. „Voor de kloven die wij onderzochten komen we uit op debieten van maximaal 130.000 kuub per seconde. Dat is bijna twintig keer meer dan de maximale hoeveelheid water die aan het eind van de winter door de Rijn stroomt, maar zeker drie keer minder dan eerdere schattingen van de hoeveelheid water die de grote kloven op IJsland heeft gevormd”, aldus Van der Bilt.

Het onderzoek kan in zekere zin als een geruststelling worden gelezen door de inwoners van IJsland, vindt Van der Bilt. „Sinds de eerste Vikingen in het jaar 900 na Christus daar voet aan land zetten, zijn er geen megafloods meer geweest in dit gebied. De IJslanders maken zich daar natuurlijk wel zorgen over. Wat als er weer zo’n waanzinnige hoeveelheid smeltwater zou loskomen? Op basis van onze reconstructie kunnen we nu zeggen dat de hoeveelheid water in het verleden in ieder geval een stuk minder catastrofaal was dan tot nu werd gevreesd.”

Tegelijk is het onderzoek ook bruikbaar voor buitenaardse verkenningen, stelt Van der Bilt. „Ook op Mars zijn diepe canyons uitgesleten in vulkanisch gesteente. Als je beter weet hoeveel water daarvoor nodig is geweest, kan je ook een reëler inschatting maken van de hoeveelheid water die op die planeet heeft gestroomd. Dat is weer essentiële informatie voor mensen die onderzoek doen aan de mogelijkheden voor leven buiten onze planeet.”