Het kabinet versoepelt, terwijl de vraag rijst: hoe eerlijk worden de belangen afgewogen?

Versoepelingen Sportscholen wel, musea niet. Sekswerkers wel, cafés niet. Naast vreugde klinkt steevast ook kritiek op de versoepelingen van het kabinet. Waarop worden de beslissingen gebaseerd?

Vooralsnog gesloten peeskamers op de Amsterdamse Wallen. Dankzij de versoepelingen van de coronamaatregelen mogen sekswerkers vanaf woensdag weer aan de slag.
Vooralsnog gesloten peeskamers op de Amsterdamse Wallen. Dankzij de versoepelingen van de coronamaatregelen mogen sekswerkers vanaf woensdag weer aan de slag. Foto RobinUtrecht / ANP

De openingstijden van terrassen worden verder verruimd, maar scholieren kunnen nog niet meer dagen fysiek naar school. Binnen in de sportschool wordt weer iets mogelijk, maar binnen in het restaurant of café nog niet. De cultuursector blijft nog even helemaal dicht, de sekswerkers mogen wel weer aan het werk. „De dag dat neuken minder gevaarlijk werd geacht dan een schilderij bekijken”, schamperde schrijver Jamal Ouariachi vorige week op Twitter.

Deze maandag besloot het kabinet dat er verder kan worden versoepeld. De tweede stap van het openingsplan kan per woensdag worden gezet. Dat werd vorige week al aangekondigd onder voorbehoud van een verdere daling van het aantal ziekenhuisopnames. Die was de afgelopen dagen inderdaad te zien, demissionair minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge (CDA) sprak maandag van „een goede daling”. „We zien het effect van de vaccinaties terug.” Het aantal opnames op de verpleegafdeling was maandag 115, het laagste aantal sinds eind november.

Naast vreugde over nieuwe versoepelingen klinkt er in de Tweede Kamer en samenleving ook kritiek op de keuzes die het kabinet maakt. PVV-leider Geert Wilders noemde ze vorige week „willekeurig”. Hij begreep niet dat sportscholen, waar mensen binnen flink zweten en daarbij potentieel veel druppels uitstoten, wel open mochten en restaurants nog niet. „Als u zegt dat er binnen mag worden gesport, dan is de kans dat je daar besmet raakt groter dan in een restaurant, waar je niet beweegt, waar je zit”, aldus Wilders tegen demissionair premier Mark Rutte (VVD).

Onrechtvaardigheidsgevoel

Rutte gaf toe dat hij snapt dat de keuzes van zijn kabinet een „onrechtvaardigheidsgevoel” teweeg kunnen brengen. De premier herhaalt in ongeveer elk coronadebat dat versoepelen in stapjes moet en dat het kabinet vanwege de nog relatief hoge besmettingsgraad nu eenmaal niet alle sectoren tegelijk kan heropenen. Rutte komt dan altijd met zijn definitie van politiek en besturen: keuzes maken in schaarste. De „epidemiologische ruimte” is beperkt, zegt hij geregeld.

Helemaal willekeurig zijn de beslissingen niet, het kabinet probeert een aantal principes te hanteren. In een toelichting op het ‘openingsplan’ van vorige maand stond dat allereerst „de zwaarste maatregelen met de grootste maatschappelijke impact” versoepeld zouden worden, zoals een grote vrijheidsinperking als de avondklok. De afschaffing zat inderdaad in de eerste ronde van grote versoepelingen van 28 april, hoewel het kabinet in de weken daarvoor wel eerst het onderwijs heropende en contactberoepen zoals de kappers liet opstarten. Helemaal consequent was dat dus niet.

Voor de versoepelingen die woensdag ingaan, is het principe ‘buiten vóór binnen’ leidend. Daarom mogen locaties als pretparken, dierentuinen, klimbossen en openluchtmusea hun deuren weer openen. Het kabinet denkt dat dit verantwoord kan, omdat het besmettingsrisico buiten vele malen kleiner is dan binnen, zo blijkt uit wetenschappelijke studies. Het buiten-vóór-binnen-principe wordt streng toegepast: zo moet de Efteling attracties in binnenruimtes, zoals Droomvlucht en Fata Morgana, voorlopig nog gesloten houden.

De enige binnenlocaties die wel al open mogen, zijn sportscholen en zwembaden. Rutte verdedigde dat besluit vorige week door te stellen dat de sportscholen, die al sinds half december zijn gesloten, „een belangrijke rol voor de volksgezondheid” spelen.

Kabinet wil eerlijk verdelen

Een derde, meer algemeen principe dat het kabinet probeert toe te passen: de ruimte om te versoepelen eerlijk over de samenleving verdelen. Het was de Tweede Kamer die daarvoor afgelopen februari de opdracht gaf: een motie van toenmalig VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff om de ruimte die zou ontstaan „eerlijk over sectoren te verdelen” kreeg unaniem steun van alle partijen. Daarom voelt de cultuursector zich zo achtergesteld: voor bijvoorbeeld musea, theaters en concertzalen zijn nu nog geen versoepelingen mogelijk, omdat het binnenlocaties zijn en hun openstelling volgens het Outbreak Management Team tot veel extra risicovolle reisbewegingen zou leiden.

Oorspronkelijk had het kabinet in deze tweede stap in de cultuursector al wel meer mogelijk willen maken, met toegangstesten vooraf. De wet die dit regelt heeft echter vertraging en moet volgende week nog worden behandeld door de Eerste Kamer. Bovendien lijkt de animo voor testen in de cultuursector gering: een groep directeuren van culturele instellingen en kunstenaars noemden de testwet vorige week in een brief in NRCde nekslag” voor de sector, omdat het een te hoge drempel zou opwerpen.

Een belangrijke sector die nog op verdere versoepeling wacht, is het onderwijs. De eerste versoepelingen uit de lockdown vonden daar plaats: begin februari heropenden de basisscholen, begin maart de middelbare scholen. Het gebeurde allemaal onder strikte voorwaarden die nog altijd gelden: zo kunnen leerlingen in het voortgezet onderwijs nog maar een paar dagen per week fysiek naar school en volgen ze de rest van de lessen digitaal thuis. Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer riep het kabinet onlangs in NRC op het onderwijs voorrang te geven en zo snel mogelijk volledig te heropenen. „De schade die we aanrichten door jongeren zo te laten bungelen, is enorm.”

Het kabinet was eigenlijk van plan het voortgezet onderwijs pas begin juni volledig te heropenen, in de derde ronde versoepelingen. Door de aanzwellende kritiek hierop – ook vanuit het onderwijs zelf – is nu nieuw advies aan het OMT gevraagd en het kabinet wil volgende week al een beslissing nemen. De complicerende factor is dat voor volledige heropening – oftewel: volle klassen – de anderhalve meter afstand op scholen moet worden losgelaten. Dat geeft mogelijk een flink risico op extra verspreiding van het virus: zeker onder oudere scholieren zijn relatief veel besmettingen, blijkt uit GGD-cijfers.

Dat de sekswerkers woensdag weer aan de slag mogen leidde tot enige verbazing. Vorig jaar zaten zij na de eerste golf in de laatste ronde versoepelingen uit de lockdown eind augustus. Een kabinetswoordvoerder zegt dat zij toen „een vergeten groep” waren en nu gelijk worden getrokken met de overige contactberoepen. Testen vooraf of reserveren wordt niet verplicht, een gezondheidscheck wel. De branche heeft sinds vorig jaar al een protocol liggen dat prostitutie veilig moet maken. Dat stelt mondkapjes verplicht en bevat richtlijnen als: „Sekswerkers en klanten vermijden elkaars ‘vochtige adem-zone’ door werkzaamheden daar op aan te passen.”