Sander Lantinga tijdens de tweede repetitie voor het Eurovisie Songfestival 2021 in Ahoy.

Sander Koning / ANP

Interview

Sander Lantinga: ‘Ierland had natuurlijk allang U2 moeten sturen’

Songfestival Dinsdagavond schuift radio-dj Sander Lantinga voor het eerst aan naast Cornald Maas om het commentaar bij het Songfestival te verzorgen. Hij is altijd fan geweest van de Europese zangwedstrijd: „In de jaren negentig was het wel even doorbijten.”

Sander Lantinga komt de keuken inlopen met een wit staafje dat op een zwangerschapstest lijkt. „Dit is mijn zelftest, voor corona”. Eén streepje: hij is negatief. Lantinga is de nieuwe commentator van het Songfestival: „Het is heel streng dit jaar, je komt in een bubbel waar je een week niet uitkomt. Mensen die in contact komen met Jeangu Macrooy worden stevig gecontroleerd. Als één van hen positief getest wordt, kan Jeangu niet optreden.”

Geen overbodige maatregelen op dit Eurovisie Songfestival in Rotterdam, dat wordt overschaduwd door corona. Delegatieleden van Polen en IJsland werden dit weekend positief getest waardoor beide ploegen tijdelijk in quarantaine moesten. Ook Roemenië en Malta, die in hetzelfde hotel zitten, moesten binnen blijven. In geval dat corona een van de liveoptredens verhindert, liggen er videobanden van de liedjes klaar.

Radio-dj Sander Lantinga (Biddinghuizen, 1976) is bekend van De Coen en Sandershow op Radio 538. Dinsdagavond, bij de eerste halve finale, is hij voor het eerst te horen als songfestival-commentator, naast veteraan Cornald Maas. Lantinga vervangt Jan Smit, die dit jaar op het podium staat als een van de presentatoren.

Lantinga, sinds zijn achtste al fan van de Europese zangwedstrijd, vindt het geweldig om nu eens zelf mee te doen vanuit het commentatorenhok. Hij zat twee jaar geleden al in de vakjury. En dit jaar heeft hij voor de VARA-gids samen met Paul de Leeuw, Willeke Alberti en Cornald Maas de Top-61 van beste Nederlandse inzendingen gemaakt. ‘Arcade’ van Duncan Laurence staat bovenaan. „Wie op één kwam was snel duidelijk, maar het was moeilijk om te bepalen hoe sommige acts zich tot elkaar verhouden. Teach-In en Lenny Kuhr bijvoorbeeld. Want ‘De Troubadour’ wil ik thuis in een sentimentele bui nog wel eens meeblèren (zingt): Lai lala lai… Toch uit ander hout gesneden dan (reciteert droog): ding-a-dong every hour, when you pick a flower.”

Hoe beleefde u het in uw jeugd?

„Ja, dan was er die bijzondere avond in mei. De eerste die ik zag was Maribel, 1984: (zingt) ‘Ik hóu van jou, alleen van jou’. Het opwindende zat hem vooral in de puntentelling, het was pan-Europees, het was met satellietverbindingen, en dat ging dikwijls mis, en dan kwam er toch vaak een climax – kwam het aan op de laatste twee landen die de punten moesten geven. Ik heb die liefde altijd vastgehouden, misschien sentimenteel of uit nostalgie, maar ik ben er in meegegroeid. Het Songfestival loopt als een rode draad door mijn leven.”

Dan komt het moment dat je ontdekt dat dit niet de beste liedjes van Europa zijn.

„Ja, dat klopt. Ierland had natuurlijk allang U2 moeten sturen. Het Songfestival is op zichzelf staand genre, het is muziek, maar ook vooral vermaak. Het is ook kitsch, camp, soms ver voorbij guilty pleasure. Maar de kwaliteit is vooruit gegaan, denk aan Loreen met ‘Euphoria’, die draaien we nog steeds op 538.”

Bleef u kijken toen u volwassen werd?

„In de jaren negentig was het wel even doorbijten. Toen ik journalistiek studeerde in Zwolle was donderdag onze vaste stapavond. Zaten we met vrienden thuis in te drinken, en dan trokken de anderen hun jassen aan om naar de Joffer of de De Casteleyn te gaan. Ik zei: nee, ik ga het Songfestival kijken. Ze dachten: hij maakt een grap. Dat was in de tijd van Edsilia Rombley, Dana International. Voor de opleiding moesten we een essay schrijven over de Europese eenwording. Bijna alle studenten kozen als onderwerp de ecu – de voorloper van de euro – maar ik deed het over het Songfestival. Mijn leraar zei: het was niet het beste stuk, maar ik was blij dat het een keer niet over de ecu ging. Kreeg ik een 7,5. Dus het Songfestival heeft me wel wat opgeleverd.”

Welke liedjes zijn u dierbaar?

„De liedjes die zesde of achtste worden hebben vaak de tijd beter doorstaan dan de winnaars. Een van de allermooiste vind ik ‘I treni di Tozeur’ van Alice en Battiato.” (Hij zet de ballad op – door opera geïnspireerde Italopop) „Dat was 1984, ze werden vijfde. Zweden won met ‘Diggi-loo diggi-ley’; dan hoor ik liever dit.”

Heeft u al gerepeteerd?

„Nee, een bepaalde frisheid is ook wel lekker. Ik heb alle liedjes beluisterd en de bio’s van de artiesten gelezen, maar ik hoef niet alles tot achter de komma te weten, dat doet Cornald al. Ik zal iets meer de vrije rol hebben. Vergis je niet, de spreektijd per liedje is slechts veertig seconden. Ik heb ook zitten luisteren naar hoe Jan Smit het deed. Bij hen was de rolverdeling heel duidelijk: Cornald gooide het vooral op de wedstrijd, en Jan beoordeelde het muzikale; of het vals was, hoe de stem klonk. Ik hoor ook wel of iets vals is, ik zal misschien de act in zijn geheel wat meer beoordelen. Ik ben van huis uit een begenadigd danser, dus daar kan ik ook over meepraten.”

Halve finale Songfestival, vanavond NPO1, 21.00-23.15 uur.