Ruiten van bedreigde persfotograaf Vlaardingen ingegooid

Persvrijheid Een persfotograaf uit Vlaardingen heeft al langer te maken met bedreigingen. Hij is eerder door Feyenoord-supporters per auto gevolgd.
Beeld van een politieauto.
Beeld van een politieauto. Foto Yentl Slik

De ruiten van een persfotograaf in Vlaardingen zijn vrijdagavond ingegooid met stenen. Het incident gebeurde rond 21.00 uur. Er raakte niemand gewond, maar „de schrik zit er goed in”, meldt de politie. De fotograaf wiens huis is bekogeld, heeft al langer te maken met bedreigingen. De politie onderzoekt of die verband houden met het incident op vrijdag. Volgens de politie hebben getuigen twee mensen in donkere kleding zien wegrennen bij het huis. Er zijn vooralsnog geen verdachten aangehouden. Secretaris van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ) Thomas Bruning ziet „deze vorm van bedreigingen en geweld helaas vaker”.

De bedreigde fotograaf, wiens identiteit voor NRC onbekend is, zegt tegen persbureau ANP de hele week voorafgaand aan het voorval te maken hebben gehad met bedreigingen. „Ik kreeg via-via te horen dat ik ‘een jodenknecht’ was, omdat ik ook foto’s maak voor De Telegraaf. De bom barstte toen ik zondag foto’s maakte bij de aanhouding van Feyenoord-aanhangers in Vlaardingen. Ze riepen dat ze mijn ‘kankerschedel’ wel zouden inslaan en ze gingen mij neersteken. Een aantal van die gasten heeft mij per auto ook gevolgd.” Een van de stenen vloog door het raam van de slaapkamer van zijn moeder, die op dat moment net wilde gaan slapen.

De politie zegt samen met het Openbaar Ministerie (OM) hoge prioriteit te geven aan de opsporing en vervolging bij zaken waarin agressie en geweld is gebruikt tegen journalisten. Die moeten volgens de politie „zonder gevaar hun werk kunnen doen en de privésituatie mag natuurlijk ook niet onder de aard van het werk leiden”. De NVJ noemt het incident „zeer alarmerend”, omdat de aanval op het woonadres van de man is gericht. NVJ-secretaris Bruning vindt het „zeer kwalijk dat ook partners en familie geconfronteerd worden met het geweld”.