Opinie

Berichtgeving over gender-ingrepen bij tieners is te weinig kritisch

Sociale media Steeds meer pubermeisjes melden zich bij genderklinieken. Nederlandse media moeten ook de keerzijde belichten, meent .
Zelfportret van de 18-jarige Italiaanse student Matteo, die bezig is voor de wet man te worden. De kunstacademie Ripetto, waar hij studeert, geeft transgenders het recht de naam te gebruiken waarmee ze zich identificeren.
Zelfportret van de 18-jarige Italiaanse student Matteo, die bezig is voor de wet man te worden. De kunstacademie Ripetto, waar hij studeert, geeft transgenders het recht de naam te gebruiken waarmee ze zich identificeren. Foto Alessandra Tarantino/AP

Bij de in maart gelanceerde hulplijn Genderpraatjes gaan ervaringsdeskundigen in gesprek met jongeren die vragen hebben over genderkwesties, schreef NRC eerder deze maand. Volgens de reportage worden de instellingen voor transgenderzorg overspoeld met aanmeldingen, waardoor tweeduizend mensen op een wachtlijst staan: „Verklaringen voor de gestegen medische behoefte zijn de gegroeide zichtbaarheid en acceptatie van trans personen, en de verbeterde zorg.”

Het verslag is typisch voor de berichtgeving in veel Nederlandse media over transgender-issues. De toon is over het algemeen positief, de ervaringsverhalen domineren en de transgender-belangenorganisaties zijn de belangrijkste informatiebronnen. Het is erg invoelend, net als in de talrijke programma’s, series en reportages op televisie over transgenders.

Dat er zo weinig media-aandacht is voor de problematische kanten van de gendertransities is verbazingwekkend als je bedenkt wat er allemaal aan de hand is in de transgender-wereld.

Er melden zich inderdaad steeds meer jongeren bij de genderklinieken, maar dat zijn tegenwoordig in grote meerderheid pubermeisjes, niet alleen in Nederland, maar ook in bijvoorbeeld Engeland, Zweden en de Verenigde Staten. Waren er vroeger meer jongens dan meisjes, tegenwoordig zijn er drie keer zoveel meisjes als jongens bij de klinieken. Dat blijkt uit cijfers van genderklinieken in tal van landen en uit wetenschappelijk onderzoek.

Kantelpunt

Bovendien wijkt deze nieuwe groep sterk af van het klassieke profiel van kinderen met genderdysforie, die vaak van jongs af aan een sterk gevoel van onbehagen hebben over hun biologisch geslacht – een belangrijk criterium voor behandeling. Veel van die tienermeisjes hebben geen historie van genderdysforie, maar ontdekten in korte tijd dat ze eigenlijk jongen willen zijn.

Lees ook deze reportage: Deze jongerenlijn helpt bij twijfels over hij, zij of hen: ‘Ik hoor frustratie’

Over deze opmerkelijke ontwikkeling is in het buitenland veel discussie en controverse, maar in de Nederlandse media blijft het stil. Het vermoeden bestaat dat de plotselinge toename van het aantal meisjes een gevolg is van sociale besmetting, via peer groups op school, dan wel via sociale media waar populaire transgenders als rolmodel kunnen fungeren. Het kantelpunt in de aanmeldingen (vanaf 2012) valt namelijk precies samen met de doorbraak van sociale media onder jongeren. En dan is er ook nog een opvallende oververtegenwoordiging van meisjes met autisme-spectrum-stoornissen binnen deze groep. Wellicht zijn er andere verklaringen voor de toename, maar veel onderzoek is er nog niet.

De internationale controverse heeft niet alleen betrekking op de vraag waar die plots opduikende genderdysforie vandaan komt, maar vooral ook op de vraag of de genderklinieken de door deze meisjes gewenste transitie wel meteen in gang moeten zetten met puberteitsremmers (vanaf elf jaar) en hormoonbehandelingen (vanaf vijftien jaar).

Ook de experts in de Nederlandse gendercentra signaleren het probleem dat de gebruikelijke behandeling van jarenlang begeleiden en zorgvuldige keuzes maken (bij een meerderheid van de jonge kinderen verdwijnt die genderdysforie immers), niet meer past bij deze nieuwe groep transgenders.

Zo zei Thomas Steensma van de genderteampoli van VUmc op 27 februari in het Algemeen Dagblad: „We weten niet of onderzoeken die we in het verleden hebben gedaan nog goed toepasbaar zijn op deze tijd. Er melden zich veel meer kinderen aan, en ook een ander type. […] Waarom zijn er plotseling zoveel meisjes die onvrede ervaren over hun geslacht? Dat moet echt onderzocht worden.”

Onder behandelaars is de verdeeldheid groot: zelfs over de meest fundamentele kwesties zoals wat genderdysforie verklaart en de noodzaak van medische interventies op jonge leeftijd bestaat geen consensus volgens een Leids onderzoek uit 2015 onder 34 behandelaars in zeventien genderklinieken in tien verschillende landen.

Puberteitsremmers

Nederlandse media hebben nauwelijks aandacht besteed aan de geruchtmakende rechtszaak tegen de Tavistock-kliniek voor genderdysforie in Londen, aangespannen door een moeder die wilde voorkomen dat haar nu zestienjarige dochter met autisme hormoonbehandelingen zou krijgen en een 23-jarige vrouw die haar transitie tot man ongedaan heeft proberen te maken. Zij verwijt de kliniek dat er te snel tot een onomkeerbare behandeling is besloten toen ze zestien jaar was.

De Britse rechter besloot op 1 december vorig jaar dat valt te betwijfelen of kinderen jonger dan zestien jaar begrijpen wat de lange termijn effecten zijn van deze ingrijpende medicatie. Daardoor zijn ze niet in staat om daar weloverwogen mee in te stemmen. De Tavistock-kliniek mag nu geen puberteitsremmers meer voorschrijven aan kinderen jonger dan zestien en ook de toediening van hormonen aan kinderen jonger dan achttien moet aan strenge eisen voldoen. De belangrijkste genderkliniek in Zweden heeft inmiddels – mede door Tavistock – besloten te stoppen met puberteitsblokkers en hormoonbehandelingen voor kinderen jonger dan zestien. Ook hier speelt een belangrijke rol dat de medische gevolgen van deze experimentele behandeling niet goed zijn onderzocht (risico’s van onvruchtbaarheid, osteoporose, hart- en vaatziektes, etc.).

De berichtgeving in Nederland over de Tavistock-zaak bleef beperkt tot het eerder geciteerde AD-artikel en enkele stukken in de christelijke kranten. Het is alsof al die andere media, de tv-journalistiek incluis, met een grote boog om deze controverse heen lopen uit angst voor, ja waarvoor eigenlijk? Angst voor het aanwakkeren van transfobe reacties? Angst om zelf het verwijt van transfobie te krijgen? Mogelijk, maar intussen is het wel de opdracht van de journalistiek om kritisch te berichten over de problemen en dilemma’s bij de transgenderklinieken en de oorzaken en gevolgen van de opvallende toename van het aantal meisjes dat plots genderdysforie ontdekt. Dat is niet transfoob.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.