Opinie

Kwetsbare jongeren verdienen prioriteit

Jeugdzorg Jongeren zijn in de jeugdzorg in de kou gezet. Slimme recentralisatie is onontkoombaar, zegt
Kinder- en jeugdkliniek Emergis in Zeeland.
Kinder- en jeugdkliniek Emergis in Zeeland. Foto Ans Brys

Kinderen met ernstige psychische problemen krijgen te laat en te weinig hulp. Een welvarend land als Nederland mag dat niet laten voortduren. De gevolgen zijn ook op lange termijn ingrijpend en blijvend. Jongeren met een langdurende eetstoornis ervaren levenslang broze botten, door automutilatie ontstane littekens zijn blijvend zichtbaar, om nog niet te spreken van de dramatische gevolgen van ernstige suïcidepogingen.

Toch krijgen deze jongeren in Nederland niet de zorg die nodig is. Vele partijen, zoals de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, de Nederlandse GGZ, Jeugdzorg NL, MIND en IGJ, hebben hierover de laatste tijd de noodklok geluid. Dat heeft geleid tot het toekennen van extra incidentele middelen (600 miljoen), maar noodzakelijke structurele aanpassingen blijven vooralsnog uit.

Terwijl het vóór Covid-19 al moeilijk was om jeugdhulp te vinden, is het sindsdien – en met name sinds de tweede golf – nog veel moeilijker geworden. De langdurige beperkende maatregelen slaan kwetsbare jongeren volledig uit het lood. In de moeilijke levensfase waarin ze zich bevinden, het op eigen benen leren staan, verliezen ze door sociale isolatie alle grip op de toekomst.

Controle zoeken

Ze zijn in de greep van onzekerheid, waardoor ze ongezonde vormen van controle zoeken zoals zichzelf uithongeren. Ik zie, en met mij alle Nederlandse hoogleraren kinder- en jeugdpsychiatrie, niet alleen meer jongeren in crisis, hun problemen zijn ook hardnekkiger.

Onze zorgen gaan ook expliciet naar de professionals in de jeugdhulp. Dag in dag uit worden ze geconfronteerd met deze wanhopige jongeren en hun ouders. Door het enorme en groeiende aantal jongeren in nood worden ze gedwongen te kiezen tussen het kind dat zichzelf uithongert en het kind dat zichzelf verminkt.

Aan het einde van de week rollen ze uitgeput het weekend in. Tenzij ze dienst hebben, want dan kunnen ze ’s nachts opnieuw opgeroepen worden omdat een jongere na een suïcidepoging door de ambulance naar de spoedeisende hulp gebracht is. Uiteraard komen ze na zo’n oproep, maar in de wetenschap dat er vervolgens nauwelijks ruimte is om de jongere een gepaste behandeling te bieden.

Lees ook het interview van Anne-Martijn van der Kaaden met Korrie Louwes: ‘De enorme druk bij jeugdzorg leidt ertoe dat er dingen fout gaan’

Terwijl dit drama zich afspeelt, lezen we dat duizenden nieuwe aanbieders zich de voorbije jaren in het versnipperde veld van de jeugdhulp gevoegd hebben – partijen die zich hebben aangeboden omdat gemeenten innovatie willen. Vanuit de gedachte dat ernstige problematiek dan beter aangepakt zou kunnen worden. Intussen gaat veel geld naar dergelijke partijen, die grossieren in de massaproductie van lichte, vaak onbewezen of niet zinnige, hulp.

Partijen die, zo heeft Follow the Money aangetoond, niet zelden forse winsten opstrijken. Maar bovenal, partijen die jongeren zodra ze enig teken van suïcide tonen, gauw doorverwijzen naar de aanbieders voor complexe zorg. Aanbieders die vervolgens voor vergelijkbare tarieven zware zorg moeten leveren.

Veel geld gaat naar partijen die grossieren in massaproductie van vaak onbewezen of onzinnige hulp

Voorafgaand aan de transitie in 2015, de overheveling van alle zorg voor jeugd van Haagse ministeries naar de gemeenten, hebben we gewaarschuwd voor dit scenario. Onze vrees was dat juist jongeren met ernstige problemen in de kou zouden komen te staan, en dat de kosten zouden oplopen. Beide scenario’s zijn helaas waarheid geworden.

Niet alleen zijn de wachtlijsten langer dan ooit, de gemeenten zien zich bovendien geconfronteerd met een financieel gat van maar liefst ruim anderhalf miljard euro. Niet verwonderlijk dat het systeem na het laatste zetje door de Covid-19 pandemie in elkaar klapt.

Heldere conclusies

Zonder goede ontwikkelingen van de laatste jaren tekort te doen, is het nu echt de hoogste tijd voor structurele aanpassingen. Knelpunten zijn al jaren bekend, meerdere commissies hebben hierover talloze rapporten geschreven. De stuurgroep die de financiële beheersbaarheid van de jeugdwet onderzocht, voorgezeten door Marjanne Sint, trekt in haar recente rapport heldere conclusies: willen gemeenten de kosten daadwerkelijk beteugelen, dan moeten ze meer ‘nee’ verkopen. Tegelijk wordt ook benoemd dat dit bij de zwaardere en meer complexe vormen van zorg niet kan. Gedeeltelijke hercentralisatie, landelijk of bovenregionaal organiseren en financieren van de specialistische jeugdhulp, lijkt de enige optie.

Daar zijn wij, de hoogleraren kinder- en jeugdpsychiatrie, absoluut voorstander van. Tegelijk willen we wel oproepen dit doordacht te doen. De onwenselijke situatie die destijds aanleiding was voor de transitie, de schotten die samenwerking tussen specialistische zorg en het voorveld hinderden, moeten we in de toekomst vermijden.

In een nieuwe situatie willen we beschikbaar blijven voor hulp dichtbij en juiste triage aan de poort. Verandering moet dus doordacht gebeuren. Daarom sluiten ook wij ons aan bij de oproep van vele partijen om de jeugdhulp topprioriteit te maken in het komende regeerakkoord. Het komt er nu op aan om in gezamenlijkheid een duurzame jeugdhulp te vormen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.