Vier tweede mannen en één tweede vrouw

Weekboek formatie Nu de nieuwe informateur al perspectief lijkt te zien in de selectie van fracties die willen aanschuiven aan de onderhandelingstafel, lijkt zowaar het formatieproces zijn inhoudelijke stadium te gaan bereiken.

Mark Rutte (VVD) Sigrid Kaag (D66) Lilianne Ploumen (PVDA) op het rookbalkon van de Tweede Kamer direct na het debat.
Mark Rutte (VVD) Sigrid Kaag (D66) Lilianne Ploumen (PVDA) op het rookbalkon van de Tweede Kamer direct na het debat. Foto David van Dam

Uit het verloop van de laatste formatiedebatten is al duidelijk dat zich in eerste instantie vijf partijen zich daarvoor zullen melden: VVD, D66, CDA, PvdA en GroenLinks.

Voor deze volgende fase in het proces loopt een aantal Kamerleden zich in de coulissen al een tijdje warm: de secondanten.

Elke zichzelf respecterende partij bereidt zich tegenwoordig in een vroeg stadium voor op de eventuele formatiebesprekingen, namelijk al ver vóór de verkiezingen. Want ja, iedereen wil meeregeren en niemand wil onbeslagen ten ijs treden. Sommige fracties hebben zelfs al publiekelijk een tweede onderhandelaar genoemd die de politiek leider moet ondersteunen in de Stadhouderskamer.

Dat kan voorbarig overkomen.

Lees ook: ‘Informateur Hamer (PvdA) zal zich richten op herstel’

GroenLinks, uiteindelijk een van grote verliezers van 17 maart, liet begin november vorig jaar weten dat Corinne Ellemeet niet alleen de nummer twee van de kandidatenlijst werd, maar ook „straks” bij de kabinetsformatie de onderhandelingsassistent van Jesse Klaver zal zijn.

Bij D66 en de PvdA is ook wel duidelijk wie mee gaan praten. Oud-fractievoorzitter Rob Jetten zal Sigrid Kaag bijstaan. En Henk Nijboer, al jaren de financieel woordvoerder van de PvdA, Lilianne Ploumen. Net als Ellemeet in de Groenlinksbankjes, zag je hen al dienstbaar achter hun fractieleider zitten bij de grote debatten over het tot nu toe zo stroeve formatieproces.

Bij twee partijen is de vaste partner van de hoofdonderhandelaar minder zichtbaar. Bij het CDA ligt de veel besproken Pieter Omtzigt voor de hand, maar die zit wegens een burnout al maanden thuis. Het is publiek geheim dat Wopke Hoekstra, net als zijn voorganger Sybrand Buma, liever met Pieter Heerma werkt, maar als Omtzigt straks weer fit is zal de CDA-leider moeilijk om de nummer twee heen kunnen.

VVD-leider Rutte laat zich in de Tweede Kamer zichtbaar ondersteunen door zijn nummer twee, Sophie Hermans. Toch heeft hij eerder laten weten dat hij Mark Harbers zal meenemen naar de formatiebesprekingen. Dan kan Hermans haar rol als waarnemend fractievoorzitter blijven vervullen.

Als de formatiebesprekingen inderdaad van start gaan zullen deze vier tweede mannen en deze ene tweede vrouw wekenlang mede het beeld bepalen van de in- en uitloop van de onderhandelingen. Een gebruikelijk beeld als we de meest recente kabinetsformaties voor de geest halen.

De ‘secondant’ is een betrekkelijk nieuw fenomeen in de parlementaire geschiedenis. Het was tot begin deze eeuw niet ongebruikelijk om fractiespecialisten in te schakelen om over bepaalde beleidskwesties te spreken – dat werden dan vaak werkgroepen. Die waren in 1982 onderverdeeld in A- en B-werkgroepen. In 1994 was er een ‘A-team’ ingesteld met voorbereiders uit verschillende fracties. De vaste onderhandelingsassistent kwam er pas bij de vorming van Balkenende IV in 2006-2007.

Volgens oud-D66-leider Alexander Pechtold, die in 2017 financieel woordvoerder Wouter Koolmees inschakelde, is het inschakelen van een secondant nuttig en noodzakelijk. Allereerst om de werkdruk te verdelen. „Het is een slopend proces”, zegt Pechtold, „van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Dan is het fijn als je per onderwerp kunt afwisselen.” Daarbij kun je in een goede rolverdeling, zowel in expertise als in toon, het onderhandelingsspel beter beheersen. Spreek daarbij een god cop/bad cop-rol af, is zijn advies. „Als Wóuter boos werd, wisten mijn onderhandelingspartners: dit punt weegt voor D66 écht zwaar.”

Oud-VVD-leider Ed Nijpels is minder geporteerd van secondanten. Hij deed in 1982 en 1986 de onderhandelingen bij voorkeur in z’n eentje, net als zijn opponent Ruud Lubbers van het CDA. „Als de tafel te vol zit met allerlei mede-onderhandelaars, wordt het alleen maar ingewikkelder.” Daarbij, vindt Nijpels, is het een zwaktebod. „Als een fractieleider voldoende gezag heeft in zijn fractie, moet ie het echt alleen af kunnen.”