Opinie

Palestijnen kunnen niet meer ademen

Midden-Oosten Het conflict tussen Israël en Palestina is in een nieuwe fase beland, meent , en internationaal ingrijpen is meer dan ooit nodig.
Een Palestijnse vrouw loopt langs een gebouw dat verwoest is door een Israëlisch bombardement, 13 mei 2021.
Een Palestijnse vrouw loopt langs een gebouw dat verwoest is door een Israëlisch bombardement, 13 mei 2021. Foto Mohamed Saber / EPA

Wanneer wordt gesproken over het Israëlisch-Palestijns conflict hanteren de meeste buitenlandse media en regeringsleiders een benadering die even handed wordt genoemd: beide kanten van het conflict moeten belicht worden. Er zijn immers twee partijen, en beide dragen schuld, en beide hebben rechten en plichten. Beide zijden worden gemaand tot het stoppen van geweldshandelingen, en beide zullen opgeroepen worden om met elkaar aan tafel te gaan zitten.

Deze benadering is lovenswaardig, maar heeft een tekortkoming. Er wordt namelijk uitgegaan van een situatie van gelijkheid. Dat veronderstelt echter partijen in een gelijke situatie en laten we eerlijk zijn: die is er niet. Israël is de krachtpatser in deze verhouding, en Israël bepaalt wie aan zet is en of er zetten gedaan worden. Dat is nu meer het geval dan ooit, en die situatie maakt alle verschil.

De Palestijnse opstand en de oorlog tussen Israëliërs en Palestijnen die we deze dagen zien, vertonen veel gelijkenissen met eerdere conflicten: in 2000 leidde een bezoek van oud-generaal Ariel Sharon aan de Tempelberg tot de Tweede Intifada, en in 2004 voerde Israël bombardementen uit op Gaza (toen tijdens Kerst, nu met ramadan).

Maar deze overeenkomsten zijn schijn. Toen werden Palestijnen nog gedreven door een woede dat hun leven niet beter was geworden ondanks de beloften van de Oslo-akkoorden die Israël en de PLO hadden gesloten in 1993. Partijen hadden elkaar over en weer erkend en hadden afspraken gemaakt om er samen uit te komen. Inmiddels zijn we een kwart eeuw verder.

Apartheid

Ditmaal is aan Palestijnse zijde niet zozeer sprake van woede, maar vooral van wanhoop. Het leven gaat sowieso niet beter worden, dat is wel duidelijk. Erger nog, het vooruitzicht is dat het leven in een rap tempo alleen maar slechter wordt. En ‘slechter’ betekent niet dat alles een beetje minder wordt: het betekent dat het leidt tot een verdwijning van een bestaan.

Dat klinkt dramatisch, maar er is sprake van een geleidelijke verstikking van de Palestijnen. Die is al lange tijd aan de gang en is uitgebreid gedocumenteerd: het onderwijs is in staat van verval, meer dan een vijfde van de bevolking leeft onder de armoedegrens, en dit aantal neemt toe, werkloosheid stijgt en de economie daalt, en een Israëlische politiek van landonteigening zorgt er al decennialang voor dat Palestijnen steeds meer van hun land kwijtraken (en ook huizen, zoals het geval is in Jeruzalem).

Lees ook deze analyse: Felle strijd Israël en Palestijnen versterkt de impasse voorlopig alleen maar

Alles wijst erop dat deze verstikking het gevolg is van doelbewust Israëlisch beleid. Dat gebeurt door de kranen dicht te draaien van Palestijns onderwijs, werk, welvaart, eigendom, burgerrechten. Al tientallen jaren worden hier feiten en bewijzen voor aangedragen, onlangs door Human Rights Watch dat Israël beschuldigt van ‘de misdaden van apartheid’. Deze aantijgingen komen niet alleen van buitenstaanders. Ook aan Israëlische zijde is gewaarschuwd voor het afglijden naar een apartheidsstaat en voor het bloeddorstig verlangen van enkelen om de Palestijnen van de kaart te doen verdwijnen.

Bij Israël staat het eigenbelang voorop en dat is volstrekt begrijpelijk. Daarbij horen geen gebaren van medeleven of vriendschap. Israël probeert met harde hand het beste uit de situatie te slepen en ook die houding is begrijpelijk. Maar niet als het resultaat daarvan is dat een volk, in dit geval de Palestijnen, er volledig aan onderdoor gaat.

Bevriende natie

En dat is wat er nu aan de hand is. Het conflict gaat niet meer over de politieke en juridische rechten van de ene partij of de andere, maar om het naakte bestaan van de Palestijnen. Dat is niet iets dat de Palestijnen zelf moeten oplossen, of waar beide partijen als gelijken over moeten onderhandelen. De bodem van het conflict is bereikt, en alleen Israël is nog aan zet.

De internationale gemeenschap trekt hierover regelmatig aan de bel. Ook nu weer. De internationale politieke situatie is echter dusdanig dat Israël zich niets gelegen hoeft te laten liggen aan alle druk en beschuldigingen. Zij trekken hun plan, want er is niemand die hen tegenhoudt.

Ook van Arabische landen hebben zij steeds minder te duchten – militair al heel lang niet, maar diplomatiek sinds kort ook niet meer, daar zorgen de recente ‘vredesakkoorden’ met die landen wel voor. In Marokko is onlangs zelfs een betoging tegen Israël hardhandig uiteengeslagen.

Daarmee komt een deel van de verantwoordelijkheid toch weer terecht op het bordje van de internationale gemeenschap. Het gaat namelijk niet meer om de strijd tussen twee volkeren om eenzelfde stuk grondgebied. Daarin kun je nog partij kiezen en verschillende standpunten verdedigen. Nee, ditmaal is de internationale gemeenschap de toeschouwer van een vechtpartij tussen een grote kerel en een jochie, en dat jochie ligt te bloeden op straat. Het is misschien een rotjoch dat het er zelf naar heeft gemaakt, maar als er niets gebeurt bloedt hij dood.

Nu komt dat in onze grote boze wereld regelmatig voor. Het gebeurt wel vaker dat Nederland of de internationale gemeenschap getuige is van onrechtvaardige situaties en humanitaire rampen, en niet kunnen, willen, of durven in te grijpen. Maar in het Israëlisch-Palestijnse conflict gaat dat niet op. Israël is immers geen schurkenstaat met een despotisch regime. Israël is een bevriende natie. Maar wel een vriend die hardhandig tot de orde geroepen moet worden als het die vriendschap nog waardig wil zijn.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.