Foto Iris van den Broek/ANP

Interview

'Dat ik mijn kind daar heb laten trainen, is de grootste fout van mijn leven'

Turnouders Pas na jaren begonnen ouders argwaan te krijgen over de manier waarop hun kinderen werden aangepakt in de turnhal. Nu blikken ze terug.

Op de dag van het grote turnonderzoek voelden zij de bui al hangen. Ze wisten dat vroeg of laat iemand hun kant op zou wijzen, zoals dat de afgelopen maanden al zo vaak was gebeurd. Hardnekkige beeldvorming krijg je immers maar moeilijk ongedaan als er vaker over je dan met je wordt gesproken.

Ditmaal was het Johan Derksen die het over hen had. De voetbalanalist, zelf vader van twee dochters, zat die avond bij Veronica en zei dat de rol van ouders „onderbelicht” was gebleven in de berichtgeving over misstanden in de turnhal. „We kennen allemaal van die ouders van jeugdvoetballers die denken dat ze de nieuwe Johan Cruijff op de wereld hebben gezet. Dat gold ook voor die turnouders (...) Als ouder stuur je je kind toch niet naar een sport waar het acht uur per dag moet trainen, vier keer gewogen wordt en waar het met een brok in de keel van thuiskomt? Die trainers hebben zich misdragen, maar die ouders blijven verantwoordelijk.”

Zijn woorden sneden dwars hun ziel. Het was de zoveelste keer dat er werd gesuggereerd dat zij hun kinderen argeloos naar een onveilige turnhal bleven rijden. Zo was het niet, maar het lijkt wel of niemand dat wil geloven. Althans, dat gevoel hebben ze.

Dus zitten ze hier, in een huiskamer in het Gelderse Elst. Drie moeders en een vader, verbonden door de getroebleerde turncarrières van hun dochters. Samen willen ze hun verhaal doen. Het gaat over trauma’s en pijn, en de machteloosheid die ze ervoeren toen ze wél in actie kwamen tegen het turnregime bij de club van hun dochters. „Het zit diep”, zoals een van hen zegt.

Bij het raam zit Lea Klein Overmeen (58), moeder van voormalig WK- en EK-deelneemster Loes Linders (33). Vroeger een turngekke vrouw, later iemand die „met een smoesje” naar de keuken liep als er turnen op tv was. Om maar niet te worden herinnerd aan wat haar dochter heeft moeten doorstaan. Als zij tóen had geweten wat zij nu wist, waren zij er nooit aan begonnen. Loes hield onder meer een eetstoornis aan haar carrière over. En depressies.

Op de bank: Riny van Apeldoorn (63), moeder van Marinka van Apeldoorn (33), die Nederlandse en internationale kampioenschappen turnde en ook is getekend door de vele weegsessies in de turnzaal. „Ze krijgt het eten gewoon niet doorgeslikt”, aldus Riny. Meermaals zal Riny zeggen dat de van wangedrag beschuldigde bondstrainer Vincent Wevers straks gewoon naar de Olympische Spelen wordt afgevaardigd – „let maar op”.

Riny van Apeldoorn Foto Daniel Niessen

En dan heb je nog Frank (59) en Veronica (59) Janssen, de ouders van Nikki Janssen (30), die meerdere Nederlandse kampioenschappen turnde. Zij werd ook het slachtoffer van wangedrag („ze werd aan haar haren naar de kleedkamer getrokken”), maar hield aan haar turntijd geen schade over. Desondanks willen haar ouders zich niet bij de beeldvorming neerleggen. De familie Janssen stuurde (onbeantwoorde) brieven naar praatprogramma’s om uit te leggen dat het anders zit: niemand kiest ervoor dat zijn kind wordt mishandeld.

Ze hebben hun kinderen aangemoedigd en gesteund, zeker. Ze gunden het de meiden om hun talenten te kunnen ontplooien, en maakten daar tijd en geld voor vrij. Veronica Janssen zegde haar baan op om Nikki bijna dagelijks naar de turnhal te kunnen brengen. Haar man Frank: „Ik kan me de trots nog herinneren als de kinderen een nieuwe oefening beheersten. Daar genoten wij van. Het is een mooie sport.”

Vuistdikke ordner

Dit zijn dezelfde ouders die in 2008 het nieuws haalden vanwege hun verzet tegen de vrouw die zij van wangedrag in de turnzaal beschuldigden: Esther Heijnen, in 2008 nog coach van de turnsters op de Olympische Spelen van Beijing. Een vrouw voor wie ze andere kinderen hebben willen behoeden.

Het bewijs daarvan ligt op tafel. Een vuistdikke ordner, gevuld met klachten, getuigenissen en andere documenten. Het is de papieren weerslag van een voor hen onbevredigende strijd. De tijd was er niet rijp voor, denken ze achteraf. De turnwereld stond niet open voor de omslag die het huidige bondsbestuur nu wil maken. Het ging maar om één ding: medailles.

Frank: „Weet je wat toen de teneur was? Dat topsport nou eenmaal hard is. Het excuus waarmee eigenlijk alles werd goedgepraat.”

De betreffende trainster was destijds choreografe en manager topsport bij De Hazenkamp, de club waar hun dochters trainen. Onder aanvoering van gelouterde trainers als Heijnen en wijlen Boris Orlov gold de Nijmeegse club, zeker toen, als een van de belangrijkste trainingscentra van Nederland – te vergelijken met de opleidingen van betaaldvoetbalclubs. Een springplank voor toekomstige olympiërs, waar dertig uur trainen de norm was.

Lea Klein Overmeen, de moeder van Loes Linders: „Hoe kun je je kind dertig uur laten trainen, wordt nu gezegd. Maar zoiets gaat geleidelijk. Bovendien hoeft er met veel trainen niks mis te zijn, mits het op een gezonde manier gebeurt.”

Pas later in het traject, toen hun dochters, en zij ook, al vele uren in de sport hadden geïnvesteerd, begonnen ze argwaan te krijgen. Maar wanneer gaat een trainster precies te ver? Is het fout als iemand chocoladerepen voor de ogen van hun kinderen opeet en hen tegelijkertijd afstraft als ze een gram te veel zijn aangekomen? Of maakt dat kinderen weerbaar? Bovendien: de ouders waren nergens bij.

„Marinka zei thuis helemaal niets”, legt moeder Riny van Apeldoorn uit. Haar dochter was bang dat haar trainster haar erop zou afrekenen als haar ouders verhaal zouden halen. Dat Marinka urenlang was genegeerd in de zaal, bleef onbesproken. Riny: „Dat ik Marinka daar heb laten trainen, is de grootste fout van mijn leven geweest.”

Frank Janssen Foto Daniel Niessen

Het beeld van de misstanden was lang als een incomplete puzzel. Een waarvan de afzonderlijke stukjes bij verschillende turnsters en hun ouders liggen. Frank Janssen: „De club organiseerde bijvoorbeeld nooit een ouderavond met de trainers, zodat wij gezamenlijk met hen in gesprek konden gaan. Trainers hielden ons liever op afstand.”

De hal bleef gesloten. Dus zag hij bijvoorbeeld niet dat zijn dochter eens anderhalf uur op de balk moest staan, nadat ze een oefening niet had durven doen. Ook werd zij aan haar haar naar de kleedkamer meegetrokken. Over de scheldpartij die volgde, kon zij thuis beter niks vertellen. De trainster, zei ze, zou alles ontkennen. Moeder Veronica Janssen: „Gelukkig vertelde Nikki het tóch. Ik geloof mijn dochter, en ben meteen naar de club gereden. Dat vond de trainster niet leuk.”

Is zoiets reden om een kind onmiddellijk van de sport af te halen? Niet voor de familie Janssen. Juist omdat hun dochter zo voor de sport leefde. Veronica: „Haar hele leven was met turnen vervlochten, van vriendinnen tot de middelbare [topsport]school waarop zij zaten. Nikki was 16 jaar. In zo’n kwetsbare fase haal je een kind niet zomaar van turnen af.”

Frank: „Je stopt niet van de ene op de andere dag. Jarenlang heb je er samen veel tijd, energie en geld ingestopt, dus je neemt de tijd voor zo’n beslissing. Ook dát hoort bij topsport. Is het na twee maanden nog altijd niet leuk, prima, dan is het klaar.”

Toch ligt de multomap op tafel er niet voor niets. Uiteindelijk, nadat hun dochters niet meer in Nijmegen turnden, kwamen ze in actie. In 2008. Eerst attendeerden zij De Hazenkamp op het wangedrag, later stuurden zij officiële klachten naar de KNGU. Waarom ze zich niet tijdens de carrière van hun dochters hebben gemeld? Dat zou onverstandig zijn geweest, vindt Frank Janssen. „Dan kan je het als turnster wel vergeten.”

Al bladerend door zijn ordner wordt hij nog link als hij terugdenkt aan alle procedures. Het begon ermee dat de ouders zelf geen klachten mochten indienen, omdat ze geen bondslid waren. Dat moesten de kinderen doen, per handgeschreven formulier. Klachten mochten bovendien niet ouder dan twee maanden zijn.”

Lea Klein Overmeen: „We moesten de exacte plaats, tijd en hoedanigheid doorgeven. Dat was onmogelijk.”

Frank Janssen: „Ze zeiden meteen dat ze geen onderzoek gingen doen. De zaak is ook nog enkele maanden vertraagd, omdat de trainster naar de Spelen van Beijing moest. Dat ging voor. Later bleek Heijnen de tuchtrechter persoonlijk te kennen. Rond de zitting stonden ze gewoon samen te praten.”

Lea Klein Overmeen Foto Daniel Niessen

Muur van onbegrip

Het eindoordeel viel tegen. De tuchtcommissie verklaarde hun klachten ongegrond, omdat „het merendeel van de verweten gedragingen niet zijn komen vast te staan”, zoals in de uitspraak valt te lezen. In de daaropvolgende beroepszaak bleef dat oordeel overeind.

Voor hun zaak hadden de ouders twee vertrouwenspersonen van sportkoepel NOC-NSF aan hun zijde, Erica Trampen en Nel van der Loos. „De ouders schreeuwden om aandacht, maar werden niet gehoord”, schrijven zij in een schriftelijke reactie aan NRC. „Wij hadden dezelfde ervaring: er werd niet geluisterd, er was geen interesse in wat er nu eigenlijk aan de hand was.”

Zonder de zaak over te doen willen de ouders nu, elf jaar later, vooral duidelijk maken dat ze wel degelijk stappen ondernamen toen de puzzel eenmaal was gelegd. Terwijl ze toen stuitten op een muur van onbegrip, hopen ze nu dat de betreffende trainster alsnog spijt betuigt. De trainster hield altijd vol dat haar gedrag toelaatbaar was, bedoeld om turnsters beter te maken.

Veronica Janssen: „Ik zie haar af en toe in het dorp. Dan kijk ik haar aan, en kijkt zij weg.”

Lea Klein Overmeen: „Gerrit Beltman heeft het boetekleed aangetrokken. Hij heeft zich misdragen, maar heeft bij mij ook goodwill gekweekt door dat openlijk toe te geven. Daar droom ik van, dat andere trainers ook gaan praten.”

Riny van Apeldoorn: „Had Esther maar één keer ‘sorry’ gezegd.”

Veronica Janssen: „Ik word telkens opnieuw boos als ze zeggen dat ouders het hebben laten gebeuren. Ik heb dan de neiging om meteen Facebook op te gaan om te reageren. Maar ja, heeft dat dan zin?”