‘Hobby’s, dat is onze grootste kostenpost’

Spitsuur Ze houden van muziek, Victoria Schuurman, haar vriend Hein Jens en haar dochter Beatrijs van Dam van Isselt. Ook kijken ze uit naar vakantie, museumbezoek en pretpark – zij het niet allemaal evenveel.

Hein: „We gaan weleens naar een huisje in de Achterhoek.” Beatrijs (l): „Daar waren ook koeien.” Victoria: „Het is ontzettend leuk om met Beatrijs te fietsen. Dat kan ze heel goed. Ik ben heel blij dat ze dat allemaal heeft geleerd: zwemmen, fietsen, lezen, schrijven.” Foto David Galjaard
Hein: „We gaan weleens naar een huisje in de Achterhoek.” Beatrijs (l): „Daar waren ook koeien.” Victoria: „Het is ontzettend leuk om met Beatrijs te fietsen. Dat kan ze heel goed. Ik ben heel blij dat ze dat allemaal heeft geleerd: zwemmen, fietsen, lezen, schrijven.”

Foto David Galjaard

Beatrijs: „Ik heb vakantie. Ik mis boer Joop.”

Victoria: „Beatrijs werkt op twee zorgboerderijen.”

Beatrijs: „Ik voer de kalfjes, raap de eieren en ik maak hokken schoon. En ik verzorg de paarden.”

Victoria: „Al op haar zestiende zei Beatrijs dat ze met koeien wilde werken. Dat is gelukt. Ze werkt nu op een echte boerderij met zeventig koeien. Op de andere boerderij hebben ze paarden.”

Beatrijs: „Ik zit ook op celloles, pianoles en drumles. En hockey en paardrijden.”

Victoria: „Nu Hein en ik ouder worden, ben ik op zoek naar een goede woonplek voor haar. Het liefst in de omgeving van Soest, zodat ze haar werk en muzieklessen kan aanhouden. Want ze heeft een heerlijk leven.”

Hein: „Beatrijs heeft altijd thuis gewoond, mede omdat ze een ernstige glutenallergie heeft. Daarom moet er apart voor haar worden gekookt. Een kruimeltje gluut maakt haar al erg ziek.”

Victoria: „Ik houd een dagboek bij over onze zoektocht, omdat de situatie me erg bezighoudt. Misschien ga ik het uitgeven.”

Hein: „Victoria heeft al vijf boeken geschreven.”

Victoria: „Ik ben begonnen met een boek over Beatrijs, Down is zo gek nog niet. Daarna heb ik een boek geschreven naar aanleiding van mijn zeventigste verjaardag. Ik heb toen een benefietconcert georganiseerd voor de Stichting Downsyndroom, in de Kleine Zaal van het Concertgebouw. Ik had gewoon zin in een leuk feest. Hein en Beatrijs speelden beiden in het orkest, dat bestond uit familie en vrienden. Beatrijs heeft het concert geopend met Alle Menschen werden Brüder op cello en een koraal uit de Mattheüs Passion. Ter afsluiting heeft ze samen met haar muziekjuf piano gespeeld. Zelf heb ik het vierde vioolconcert van Badings gespeeld.”

Les van Theo Olof

Hein: „Ik was internist in Baarn en ben al bijna twintig jaar met pensioen. Vergeleken met vroeger heb ik het niet zo druk meer. Ik speel piano en contrabas. Dat laatste in een orkest, maar dat ligt nu stil.”

Victoria: „Ik kom uit een muzikale familie. Mijn vader was kerkmusicus, mijn broer was theoloog en dirigent. Zelf speel ik viool vanaf mijn negende jaar.”

Hein: „Met Victoria en anderen speel ik piano in een kamermuziekensemble.”

Victoria: „Toch ben ik geschiedenis gaan studeren. Ik werd docent aan het Rotterdams Montessori Lyceum. Op mijn veertigste wilde ik uitproberen hoe ver ik kon komen met mijn viool. Ik vond het telefoonnummer van violist Theo Olof, via 008, en belde hem of hij mij les wilde geven. Ik moest voorspelen, werd aangenomen en studeerde vanaf dat moment vier uur per dag, naast mijn baan en mijn gezin. Na een paar jaar trad ik voor het eerst als soliste op. Ik heb met Olof samen onder andere het dubbelconcert van Bach uitgevoerd. Tot aan zijn dood in 2012 heb ik les van hem gehad.”

Beatrijs: „Ik heb ook in een orkest gespeeld.”

Hein: „Ja, in een regulier jeugdorkest. We kenden de dirigent en die vond het prima dat Beatrijs cello kwam spelen.”

Victoria: „Toen ik in de vijftig was, ben ik opnieuw gaan studeren. Dit keer hbo verpleegkunde. Ik ben vervolgens tot mijn pensioen, op mijn 69ste, verpleegkundige geweest op een consultatiebureau.”

Hein: „Sinds ik met pensioen ben, bezoek ik graag musea.”

Beatrijs: „Ik vind de dierentuin leuk.”

Hein: „En een pretpark vindt ze ook heel leuk. Andere mensen nemen haar dan mee, want wij zijn niet zo van de pretparken. Eenmaal per zes weken logeert Beatrijs een weekend bij een bevriend stel met pleegkinderen. Met hen gaat ze wandelen, fietsen en maakt ze uitstapjes.”

Vredesreis

Victoria: „Deze zomer hopen we weer naar Zuid-Frankrijk te kunnen, net als vorig jaar. Toen hebben we de yurt ontdekt. Precies wat we zochten. Ik hou erg van kamperen, Hein niet. Maar in de yurt heeft hij toch een goed bed.”

Hein: „We zijn ook al een paar keer naar een hotel op Tenerife geweest, omdat ze daar glutenvrije maaltijden serveren.”

Victoria: „En we hebben gekampeerd op een piepklein eiland bij Vancouver Island. Mijn zus woont daar.”

Hein: „En we gaan weleens naar een huisje in de Achterhoek.”

Beatrijs: „Daar waren ook koeien.”

Victoria: „Het is ontzettend leuk om met Beatrijs te fietsen. Dat kan ze heel goed. Ik ben heel blij dat ze dat allemaal heeft geleerd: zwemmen, fietsen, lezen, schrijven. Ze kan meer dan veel Nederlanders. Maar ik ben van het opscheppen, hoor.”

Hein: „Ik mis in deze tijd het museumbezoek. Ik lees nu veel.”

Victoria: „Ook de muziekreis die we afgelopen winter door Iran zouden maken, ging niet door wegens corona. Drie jaar geleden hebben we een soort vredestournee door Israël gemaakt met een orkest en een koor. We hebben opgetreden in Bethlehem, Nazareth en Jeruzalem. Zoiets wilden we in Iran weer doen. Dat is onze grootste kostenpost: hobby’s. Lidmaatschappen, muzieklessen en zo’n reis. En een paardenkamp voor Beatrijs.”

Hein: „Of ik nog wensen heb? Ik heb alles wat ik wilde eigenlijk wel gedaan. Echt grote reizen, buiten Europa, hoeven van mij niet meer.”

Victoria: „Ik denk mijn hele leven al aan de Trans-Siberië Express, maar ik weet niet of het daar nog van komt. En ik hoop natuurlijk op een mooie woonplek voor Beatrijs.”

Beatrijs: „Ik wil graag een eigen boerderij.”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl