Opinie

De burger is de verliezer in het debat over bestuurscultuur

Bestuurscultuur

Commentaar

Hij zou met „radicale ideeën” komen om de manier waarop politiek en bestuur worden bedreven, te veranderen. Dat beloofde demissionair premier Mark Rutte (VVD) begin april. Deze week, in een interview met Nieuwsuur en een debat met de Tweede Kamer, heeft de buitenwereld mogen horen wat die ideeën waren. Ze waren niet radicaal, het waren eigenlijk niet eens ideeën. Meer dualisme, sneller informatie vrijgeven, een meer ‘menselijke maat’ bij uitvoeringsorganisaties, meer en betere toegang voor burgers tot het recht, vrede sluiten met Pieter Omtzigt. Het zijn op zijn best voornemens, die Rutte vandaag nog kan uitvoeren. Rutte zei in de Tweede Kamer dat hij liever geen grote hervormingen doorvoert, maar met „kleine interventies” de bestuurscultuur wil veranderen, zodat „de olifant gaat dansen en niet dat die olifant een boertje laat”.

Met zulke vage bewoordingen moet de Kamer, en de burger, het doen. Een paar weken geleden werden er nog vrome woorden gesproken, maar daar is weinig meer van over. Rutte maakte duidelijk dat de discussie over de bestuurscultuur wat hem betreft voorbij is. De Kamer moet zijn voorstellen slikken, dan zijn wat hem betreft de obstakels in de kabinetsformatie uit de weg geruimd. Politiek bleek dat ook helemaal te kloppen: D66, PvdA en GroenLinks, beoogde coalitiepartners, willen zich vanaf nu op ‘de inhoud’ richten. Dat is Haags jargon voor: zand erover, en betekent dat een pijnlijk politiek hoofdstuk afgelopen woensdag werd afgesloten. De kabinetsformatie kan verder.

Zo wordt wel héél snel over de kern van de zaak heen gestapt. De burger betaalt hier de prijs voor. De Toeslagenaffaire toonde aan dat het politiek-bestuurlijke complex de burger is gaan tegenwerken. De nasleep van die affaire liet de lelijkste kant van Den Haag zien: de manier waarop met Pieter Omtzigt is omgegaan, de hele en halve onwaarheden, het gebrek aan reflectie, en vooral: het onvermogen te handelen waar dat nodig is.

Deze week kwam de Nationale Ombudsman in het jaarverslag met vernietigende conclusies over de afwikkeling van de Toeslagenaffaire. Kort gezegd: er komt niets van terecht. Getroffen ouders, jarenlang als fraudeurs behandeld, krijgen hun beloofde geld niet teruggestort. Deadlines worden gemist. Het is een „regelrecht drama”, schrijft het Hoge College van Staat in weinig verhullende taal. De oplossing van Rutte, een ‘club’ met een telefoonnummer waar overheidstrainees burgers in de knel kunnen helpen, is niet de oplossing voor dit fundamentele probleem. De Ombudsman liet in een interview met NRC merken dat hij zich geschoffeerd voelt door deze suggestie van Rutte. Zijn organisatie dient exact dit doel: de kloof tussen burger en overheid verkleinen.

Het is tekenend voor de huidige politieke cultuur dat de vertrouwenskwestie puur als een ‘Haagse’ kwestie is behandeld. Welke fractie heeft nog vertrouwen in Mark Rutte? Nu die rituele dans is voltrokken, kan informateur Mariëtte Hamer (PvdA) aan de slag om een meerderheidscoalitie te smeden. Maar de Kamer is weggelopen van een debat over een écht andere bestuurscultuur. De meeste partijen accepteerden het vredesvoorstel van Rutte en begonnen, zoals de premier wilde, inderdaad over ‘de inhoud’ te praten. Het maatschappelijk debat gaat niet over Rutte en zijn politieke geloofwaardigheid. Het gaat over het geschonden vertrouwen van de burger in politiek en overheid. Het grootste deel van de Kamer heeft woensdag laten zien dat gesprek niet aan te willen gaan. Dat heeft het vertrouwen verder beschadigd.