Crasht de beurs? Wantrouw als belegger dan vooral jezelf

Beurscrash De jonge beleggers die zich sinds vorig jaar op de aandelenmarkt begeven, hebben een beurscrash nog niet meegemaakt. Wat te doen bij zo’n krach? „Veel beleggers verwarren ‘de beurs is gedaald’ met ‘hij blijft dalen’.”

Illustratie Roland Blokhuizen

Kikkers in een pan met water dat langzaam aan de kook raakt. Zo omschrijft de bekende Amerikaanse hedgefondsmanager Seth Klarman de groep jonge beleggers die zich recent op de financiële markten heeft begeven. Omdat de koersen al jaren bijna onafgebroken stijgen, gaan zij ervan uit dat groen de natuurlijke kleur is van graadmeters. „Ze hebben het idee dat risico simpelweg verdwenen is”, schreef Klarman onlangs in een brief aan zijn klanten.

Nou, niet dus, waarschuwt hij. Net zoals kikkers niet doorhebben dat het water naar een kookpunt gaat, zien deze beleggers de rot onder de huidige koerswinsten niet. De AEX staat op recordstand, de brede Amerikaanse S&P 500 ook. Maar intussen ligt de economie nog altijd in kreukels door de Covid-klap, en hoe de wereld eruit gaat zien na de pandemie, is nog hoogst onzeker. Door die combinatie is bij steeds meer beursvolgers als Klarman een bepaalde nervositeit te bespeuren. Gaat het niet té goed? Valt een werkloosheidscijfer tegen, daalt de olieprijs, is de initiële koersreactie daarop negatief, dan hoor je links en rechts al gauw: ‘Is dit dan het knappen van een bubbel? En dit? Of dit dan? Dan moet nu de markt wel instorten!’

Een vast omlijnde definitie van een marktcrash is er niet. In het algemeen kun je een krach omschrijven als een plotseling flink verlies van de waarde van aandelen in zo’n beetje alle sectoren van de economie. Vaak volgen dit soort inzinkingen op het knappen van een bubbel – denk aan het uiteenspatten van de vastgoedzeepbel in de VS en de ontregelende crash die er in 2008 op volgde. Crashes zijn nauwelijks te voorspellen, net als hun duur en ernst.

Mocht die bubbel uiteindelijk knappen, hoe ga je daar dan als belegger mee om? De waarde van het geld dat je hebt belegd plots zien dalen met tientallen, honderden, duizenden euro’s levert stress op. En stress kan een slechte raadgever zijn voor beleggers, zegt Peter Sokol-Hessner, als neuropsycholoog verbonden aan de University of Denver.

Sokol-Hessner: „Door stress val je terug op simpeler manieren van keuzes maken. Zie jezelf als een bus. Die bus kan veel verschillende chauffeurs hebben, die allemaal verschillende eigenschappen hebben die op verschillende momenten nodig zijn. Als je gestresst bent, neemt de simpelste chauffeur plaats achter het stuur. Die is betrouwbaar en doet wat hij moet doen, maar denkt niet lang na over de keuzes die hij maakt.”

Dat komt, zegt Sokol-Hessner, omdat je lichaam op momenten van stress energie nodig heeft voor andere dingen. „De simpele chauffeur blijft rijden en neemt beslissingen op basis van wat in het verleden werkte. Maar dat is misschien niet hetzelfde als wat nú werkt, in de situatie van de crash. Je verliest flexibiliteit en het vermogen je keuzes goed te overwegen.”

Een voorbeeld. Graadmeters van New York tot Tokio tot Amsterdam maken plots een duikvlucht. Met zweethanden zit je achter je laptop en het enige wat je denkt als je je beleggingsportefeuille opent is: verkopen, verkopen, verkopen! Sokol-Hessner: „Maar de bedrijven waarin je belegt, zijn misschien nog precies hetzelfde. Mensen willen nog steeds hun producten, hun productiemethodes zijn niet veranderd, het businessmodel ook niet. Maar dat kun je niet zien, want het enige waar je aan denkt, is de crash.”

Je doet er goed aan, zegt de neuropsycholoog, jezelf te wantrouwen als de boel instort

Daarom, zegt de Amerikaanse neuropsycholoog, doe je er goed aan jezelf te wantrouwen als de boel instort. „Het belangrijkste advies: doe rustig aan. Geef jezelf tijd de situatie te overdenken. Loop even weg van de computer. Kom een dag later terug. Vraag jezelf af: wat zijn de redenen dat ik dit aandeel nu wil verkopen, wat zijn de gevolgen? Dwing jezelf het goed te doordenken.”

In zekere zin kun je zeggen dat niet in paniek raken goed is voor álle beleggers. Want een crash is in feite een accumulatie van kleine of grote paniekmomenten van investeerders over de hele wereld. Ontstaat zo’n donderwolksentiment, dan kan het snel gaan, zegt Martijn van den Assem, hoogleraar financieel keuzegedrag aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. „Beleggers denken ten onrechte dat ze door een kleine reeks recente waarnemingen iets kunnen zeggen over wat er in de toekomst gaat gebeuren. Zo gaan mensen massaal beleggen als het op de beurs goed gaat. Ze praten er met elkaar over op feestjes, zien de records op het nieuws.”

Maar dat positieve gevoel kan ook omslaan. Stel: de Nasdaq eindigt op een dag 10 procent lager. Op het Achtuurjournaal zijn beelden te zien van Wall Street-handelaren die met grote ogen naar de rode koersuitslagen kijken. Je oom vertelt bij een verjaardag niet langer over de winsten die te behalen zijn met beleggen, maar wat de crash volgens hem veroorzaakt. NRC staat vol met onheilstijdingen. Van den Assem: „Dan krijg je de omgekeerde beweging: afschrikking. Mensen worden bang. Ze verkopen hun beleggingen. Ze verwarren ‘de beurs is gedaald’ met ‘hij blijft dalen’. Dan krijg je een zelfversterkend effect naar beneden.”

Die val kan nog meer momentum krijgen, als een in de lucht zwevende parachutist wiens parachute plotseling scheurt. Van den Assem: „Veel beleggers beleggen met geleend geld. Daarbij geldt een afspraak met hun broker dat als de waarde van hun beleggingen onder een bepaalde grens komt, zij móéten verkopen. Of ze nou willen of niet.”

Toch is het moeilijk iets algemeens te zeggen over wat beleggers doen als een markt implodeert, zegt Van den Assem. Verschillende krachten werken namelijk op elkaar in. Het ligt eraan wat voor belegger je bent. Ben je met investeren begonnen in 2009? Dan stap je misschien sneller uit, omdat je sindsdien toch al zoveel winst hebt behaald. Ben je net begonnen? Dan blijf je misschien langer zitten, omdat je niet met verlies wil stoppen. En dan heb je ook nog mensen die juist gaan bijkopen als de markt crasht, omdat aandelen dan relatief goedkoper zijn. Van den Assem: „Het is maar net welke van die krachten overheerst.”

Lees ook deze column: Waarom een crash zo razendsnel kan gaan

In het algemeen kan Van den Assem zeggen: ben je ‘breed’ belegd en is je doel de lange termijn, doe dan vooral niets bij een marktinzinking. Breed belegd houdt in dat je verschillende soorten aandelen en obligaties in je portefeuille hebt, verspreid over diverse landen en sectoren. Zo verdeel je het risico. Bovendien, zegt Van den Assem, actief handelen brengt ook nog eens transactiekosten met zich mee. Dat gaat van je rendement af. En belangrijker: uiteindelijk trekken de koersen over de brede markt toch weer aan.

Dat laatste is vooral ook wat Peter Siks, beleggingstrainer bij beursmakelaar BinckBank en auteur van Beleggen voor Dummies, jonge beleggers wil meegeven. Wie breed geïnvesteerd heeft, heeft op de lange termijn over het algemeen weinig te vrezen. De beleggingstrainer wijst naar de prestaties van de Amerikaanse S&P 500-graadmeter. Over periodes langer dan vijftien jaar heeft die index nog nooit verlies gemaakt – hoe hard hij ook geraakt werd door de Grote Depressie in de jaren dertig van de vorige eeuw, de dotcombubbel rond de millenniumwisseling en de Lehmann-crisis in 2008.

Wie een brede beleggingsportefeuille wil aanleggen, raadt Siks aan er in ieder geval aandelen in op te nemen uit ‘veilig’ geachte sectoren, zoals voedsel- of nutsbedrijven. De inkomsten van dit soort bedrijven zijn goed te voorspellen en dat maakt ze relatief betrouwbaar, waardoor de koersen minder beweeglijk zijn. Ook indextrackers, oftewel etf’s, zijn volgens hem een goed idee. Dat zijn beleggingsproducten die een hele sector of index volgen. In een AEX-indextracker zitten de aandelen van álle 25 AEX-bedrijven. Dat geeft je een gemiddelde van de prestaties van al die fondsen. Doet het ene bedrijf het even slecht, dan wordt dat gladgestreken door de meevallers van de andere.

En dan, zegt Siks, als het moment van de crash er uiteindelijk toch echt is en allerlei soorten graadmeters over de hele wereld gillend naar beneden gieren: zit het uit. „Het is misschien moeilijk naar de lange termijn te kijken als het testosteron nog uit je oren vliegt, maar de historie leert ons: het komt weer goed.”