Herderin Marianne Duinkerken is niet zo’n mensenmens, zegt ze zelf: „Ik vind het heerlijk om alleen de natuur in te gaan.”

Foto Kees van de Veen

Interview

Als stadsmeisje had ze niet gedacht schaapherder te worden

Schapen hoeden Herder Marianne Duinkerken hoedt haar kudde schapen op het Drentse Balloërveld. Drones, mountainbikers en agressieve wandelaars verstoren er steeds vaker haar rust.

Terwijl een ijskoude wind over het Drentse Balloërveld blaast, kijkt herder Marianne Duinkerken (63) – lange dikke jas en laarzen, een boek in haar jaszak – verrukt om zich heen. Alsof ze hier voor het eerst komt. Een uitgestrekt veld, aan de horizon niets anders dan grijze wolken. Het geluid van vierhonderd grazende schapen, het geraas van de wind: het maakt haar gelukkig. „De wind overstemt alle andere geluiden, ik ben één met de dieren en de natuur.”

Hoe anders is dat op een zonnige weekenddag, wanneer de menselijke activiteit allesoverheersend is. Drones boven de schapenkudde, mountainbikers, wandelaars, schreeuwende kinderen, laagvliegende lesvliegtuigen van het nabijgelegen vliegveld Eelde, in de verte de bladblazers in de tuinen. „Surrealistisch”, noemt Duinkerken het. „Het zijn mijn slechtste dagen. ’s Avonds fiets ik dan een rondje om de prikkels van overdag los te laten.”

Als stadsmeisje had ze niet gedacht dat ze ooit met een kudde schapen op pad zou gaan. Maar het herdersbestaan kwam letterlijk op haar pad toen ze zo’n twintig jaar geleden over het Balloërveld fietste en er plots iemand uit de struiken tevoorschijn kwam. Een man die haar vroeg of zij een ram had gezien. „Ik ben herder”, voegde hij eraan toe. Ze had verbaasd gereageerd. Want wat deed een herder met dat „rare paarse sportbroekje” aan? Toen hij haar vertelde dat hij een vrije dag had – „een herder met een vrije dag?” – was de verbazing compleet.

De ontmoeting met de herder, die haar partner zou worden, deed haar leven kantelen. „Ik ben een dag met hem meegegaan, maar dat was teleurstellend. Ik had meer avontuur verwacht en wilde eigenlijk in mijn eentje met de kudde op pad. Niet veel later gaf hij mij die kans. Toen ik daar liep, alleen met duizend schapen die ik nauwelijks in toom kon houden, wist ik meteen dat ik dát wilde. Het was fantastisch.”

Ze verhuisde met haar kinderen naar Drenthe en zette met haar nieuwe partner, de herder uit de struiken, de onderneming Herders van Balloo op. Ze had de kunstacademie gedaan, met haar vorige partner jarenlang de wereldzeeën bevaren, ze had een grand café-restaurant gerund in de Randstad. En nu was ze van de ene op de andere dag schaapherder.

Einzelgänger

Deze zondagochtend is het, ondanks het koude weer, druk bij de schaapskooi. Vooral ouders met jonge kinderen staan te wachten tot de herder met haar kudde het hek doorgaat. Terwijl de schapen even later een zandpad oversteken, heeft Duinkerken het vooral druk met de kijkers. „Niet tussen de schapen gaan lopen”, roept ze tegen de een. „Op het pad blijven”, tegen de ander. En dan iets feller als er niet geluisterd wordt: „Hee, blijf op dat pad, hoor je niet goed?”

De eerste paar honderd meter lopen nieuwsgierige bezoekers nog mee, maar hoe verder de kudde de heide op gaat, hoe minder mensen er volgen. Tot de herder weer alleen is met haar schapen. „Elke zaterdag en zondag beginnen we bij de schaapskooi”, vertelt ze. „Dat is mooi voor de bezoekers, vindt Staatsbosbeheer, voor wie wij het Balloërveld beheren. Op andere dagen laat ik de kudde ’s nachts op een weide achter, waar ik ze de volgende dag weer ophaal. Het is heerlijk om daar alleen met de schapen de dag te beginnen.”

Ze is niet zo’n mensenmens, zegt ze, meer een einzelgänger. „Om dit werk te doen moet dat ook wel. Ik vind het heerlijk om alleen de natuur in te gaan, om met een boek ergens onder een boom te gaan liggen.” Lachend: „Ik woon niet toevallig in mijn eentje in de woning bij de schaapskooi. Een latrelatie is voor mij meer dan genoeg.”

Eigenzinnige dieren

Terwijl ze achter de kudde loopt, ziet ze vanuit haar ooghoeken alles wat er om haar heen gebeurt. Hond Lena wijkt geen seconde van haar zijde. Pas als Duinkerken het commando ‘erachter’ geeft, spurt Lena naar de schapen die achterblijven of de verkeerde richting uit dreigen te gaan. „Ik hoor aan het soort geblaat van de schapen wat er aan de hand is. Is er een dier in nood? Roept een ooi haar lammetje? Of zegt de een tegen de ander: kom op, we moeten verder?”

Duinkerken is vergroeid met het Balloërveld en de kudde. „Mijn zintuigen staan altijd op scherp, zelfs ’s nachts slaap ik zo licht dat ik altijd hoor wat er buiten gebeurt.” Tegelijkertijd vindt ze schapen een van de meest onaangename diersoorten. „Ze doen precies wat ze zelf willen. Wil ik de ene kant op, gaan zij de andere kant op. En zien ze een veld met vers gras, dan moet ik echt mijn best doen om ze in toom te houden. Ze zijn eigenzinnig, ja.” Maar, zegt ze, „op het moment dat mijn dieren iets wordt aangedaan, voel ik tot in mijn vezels dat ik verbonden ben met hen”.

Pas nog, toen ze een man vriendelijk verzocht zijn hond aan te lijnen. „Jouw hond is ook niet aangelijnd”, sneerde de man terug. Toen ze hem uitlegde dat haar hond aan het werk was, en dat zijn loslopende hond ervoor zou kunnen zorgen dat de kudde op hol zou slaan, werd hij woest en gaf hij zijn hond het commando de hond van Duinkerken te pakken. Het gevolg: een herder in paniek en een fors toegetakelde Lena die uiteindelijk een operatie moest ondergaan.

Zeker de laatste jaren heeft de herder steeds meer last van mensen die het Balloërveld „op de verkeerde manier gebruiken”. Helemaal tijdens de coronacrisis. Ze wijst naar de schaapskooi, waar sinds kort een koffiekar detoneert in het landschap. „Ze verkopen zelfs ballen gehakt en blikjes cola”, zegt ze. „Overal vind ik peuken en papiertjes. Iedereen loopt door de kudde heen, het is een onrust van jewelste.”

Kefhondje

Vroeger wandelden er natuurliefhebbers over de heide, nu ziet Duinkerken mensen die geen idee hebben wat ze met de natuur aan moeten. „Ze komen op zondag naar buiten, omdat ze allemaal thuiswerken, en hebben nauwelijks respect voor de omgeving en de dieren.” En dus schiet ze regelmatig uit haar slof. Als mountainbikers rakelings langs de kudde racen, als mensen over grafheuvels lopen terwijl bordjes aangeven op het pad te blijven. Ze ergert zich aan hondenbezitters die onder het mom van ‘aangelijnd’ de langst mogelijke riem uit de kast halen. Zeker de hondenbaasjes kunnen het bloed onder haar nagels vandaan halen.

Zo kreeg ze klappen van een jonge vrouw toen ze haar vroeg haar kefhondje tot bedaren te brengen. En zo kreeg een husky het voor elkaar een groot aantal schapen in de nek te bijten, die vervolgens allemaal in shock ter aarde neerzegen. Sommigen stierven ter plekke. „Een melding bij de politie haalde niets uit, er waren geen getuigen. Ik heb weleens bij de gemeente gevraagd of ik een opleiding tot boa mocht volgen, zodat ik beter met agressie kan omgaan. Maar dat schijnt niet te mogen.”

Dat ze zich weleens kwetsbaar voelt, en machteloos ook, maakt het werk anders dan in haar begintijd. Ze geniet nog steeds, al is het werk van een herder tegenwoordig meer dan in alle rust het heideveld oversteken. Niet alleen de agressie speelt haar parten, maar ook de financiële zorgen. Om rond te kunnen komen – Staatsbosbeheer betaalt de herders een minimale vergoeding – hebben de Herders van Balloo bij de schaapskooi een wolatelier opgezet.

Met de verkoop van wolproducten, lamsvlees én koffie met zelfgebakken taart proberen ze de kudde in stand te houden. En dan nog is het hard bikkelen, zegt Duinkerken. „We hebben te maken met jaarlijkse aanbestedingen – wie kan het goedkoopst een kudde laten weiden – dus het is elke keer weer afwachten of we door kunnen gaan.”

Noodgedwongen lamsvlees verkopen, rondvliegende drones, aanbestedingen, een concurrerende koffiekar – de romantiek in het leven van een herder is ver te zoeken. Ze betreurt het dat de vreedzame stilte sinds een jaar of acht plaats heeft gemaakt voor het lawaai van tegenwoordig. Of dit de teloorgang is van de herders? Ze blijft even stil. „Ik weet het niet, het zou ontzettend jammer zijn.”

Terwijl ze over het Balloërveld kijkt, zo ver mogelijk weg van de drukte rondom de schaapskooi, naar de horizon die nog niet vervuild is, glimlacht ze. „Vroeger las ik op de zondagsschool een boekje met de titel De goede herder. Ik was gefascineerd door de tekeningen van een – ja, mannelijke – herder, het landschap, de schapen, de hond en de bijbehorende romantiek. Op deze plek, op rustige dagen, is die fascinatie er gelukkig nog steeds.”

Marianne Duinkerken schreef Balloërveld, een boek over haar leven als herder, met foto’s. Verkijgbaar via www.baltisbergerannex.be, € 125