Reportage

Spanningen tussen Joodse en Palestijnse burgers zetten Israëlische steden in brand

Israël In gemengde Israëlische steden ontladen frustraties zich in geweld. De plaats Lod, bekend om zijn vreedzame coëxistentie, is het toneel van de hevigste confrontaties tussen Joden en Palestijnen in meer dan twintig jaar.

Israëliërs ruimen de ravage op in een religieuze school in Lod, na geweld in de stad op woensdag.
Israëliërs ruimen de ravage op in een religieuze school in Lod, na geweld in de stad op woensdag. Foto Kobi Wolf

De rabbijn gaat voor in gebed. Een groepje mannen staat buiten te bidden, het gezicht naar een synagoge in de Israëlische stad Lod die grotendeels is uitgebrand. Er lopen mannen met beschermende pakken rond, vanwege mogelijk vrijgekomen asbest.

Een Israëlische Kristallnacht. Zo noemde de burgemeester van Lod dinsdag de gebeurtenissen in zijn stad, vlakbij Tel Aviv: meutes Palestijns-Israëlische jongeren trokken door de straten en staken synagoges en auto’s in brand. Woensdag en donderdagochtend werd het geweld alleen maar erger. Joodse extremisten in een voorstad van Tel Aviv die, live op tv, een Arabisch uitziende taxichauffeur in elkaar sloegen en voor dood op de grond lieten liggen, een Joodse leraar die in het ziekenhuis belandde na een aanval van een groep Arabieren in Akko. Meer brandstichting, meer rellen. Terwijl het Israëlische leger en de Palestijnse Hamasbeweging elkaar bestoken met raketten en bommen, staan Israëlische steden in brand.

Er waren eerder tekenen dat de situatie aan het overkoken was, met diverse gewelddadige incidenten tussen Joodse en Palestijnse Israëliërs. Maar de vlam sloeg pas deze week echt in de pan. Bussen die werden tegengehouden op weg naar de Al-Aksamoskee, agenten die over gebedskleden stampten en granaten naar binnen gooiden – het waren schokkende beelden voor veel moslims, die de moskee als een van de heiligste plaatsen ter wereld beschouwen. Op sociale media bekeken honderdduizenden mensen een filmpje van het Palestijns-Israëlische Knessetlid Ayman Odeh, waarin joodse Israëliërs triomfantelijk leken te zingen en dansen bij de Klaagmuur, met op de achtergrond brand op het Al-Aksaterrein (die uitbrak toen vuurwerk een boom invloog).

Met de vernederingen van afgelopen weekend waren Palestijnen, inclusief Palestijnen met de Israëlische nationaliteit, in het hart geraakt. Behalve een van de belangrijkste religieuze plaatsen, is de Al-Aksamoskee ook een sterk symbool van Palestijnse identiteit.

Deels afgebrande school

In de tuin van een deels afgebrande religieuze school in Lod, een middelgrote stad met zowel Joodse als Palestijnse inwoners, beschrijft Gil Gabai (34) wat er aan het geweld vooraf ging. Een Palestijnse Israëliër stak onder het roepen van „Allahu Akbar” haar echtgenoot neer toen hij de deur uitkwam, vertelt ze. „We zagen dat Arabieren zich verzamelden. Ze riepen hatelijke leuzen, verwisselden een Israëlische vlag voor een Palestijnse – en de politie kwam maar niet, hoe vaak we ook belden.”

Palestijns-Israëlische inwoners hebben een andere versie. „Wij waren bij onze moskee aan het demonstreren, in solidariteit met de Al-Aksamoskee in Jeruzalem en Sjeikh Jarrah, de wijk waar ze mensen willen uitzetten”, zegt Jamal Abu Kashef, sociaal werker en vrachtwagenchauffeur. „Ineens begon de politie met lawaaigranaten te gooien, terwijl we daar met vrouwen en kinderen waren.” Groepen Palestijns-Israëlische jongeren trokken de wijk in. Joodse bewoners voelden zich naar eigen zeggen zo bedreigd dat ze schoten afvuurden, al dan niet eerst als waarschuwing – daarin verschillen de versies wederom – en een Palestijn doodden.

Je weet niet meer wie je kunt vertrouwen, dat is het ergste

Gil Gabai inwoner van Lod

De rellen van de afgelopen dagen zijn een uitbarsting van jarenlang opgekropte frustratie. Palestijnse Israëliërs, ook wel Arabische Israëliërs genoemd, vormen ongeveer 20 procent van de Israëlische bevolking. Het gaat om Palestijnen die in 1948, toen anderen vluchtten, achterbleven in wat nu Israël is, en hun nakomelingen. Ze hebben de Israëlische nationaliteit, maar voelen zich op alle fronten achtergesteld. Voor Abu Kashef en zijn stadsgenoten raakt wat er in Jeruzalem gebeurt aan wat zij zelf ervaren. De afgelopen jaren vestigden steeds meer Joodse Israëliërs om ideologische redenen zich in de Arabische wijken.

Gabai en haar man kwamen negen jaar geleden ook zo naar Lod. „Er woonden vroeger meer Joden hier, maar die trokken weg”, zegt ze. „Nu helpen wij hen, zodat het Joodse karakter behouden kan blijven.” Dat is precies wat autohandelaar Mahran Wahidi (39) stoort – niet dat er meer Joden komen in de stad, maar dat Arabieren er in zijn ogen geen vanzelfsprekende plek meer hebben. „Ze willen ons hier weg hebben”, zegt Wahidi. „Ze zeggen ons niet eens gedag en vinden de islamitische gebedsoproep al te veel.”

Palestijnse lotgenoten

Het geweld tussen Joden en Arabieren binnen Israël is volgens waarnemers het hevigste sinds de Tweede Intifada in 2000. De raketten vanuit Gaza en de rellen binnen Israël versterken elkaar. De Arabische Israëliërs zijn over het algemeen geen fan van Hamas, maar ze sympathiseren wel met hun Palestijnse lotgenoten in de bezette gebieden. In Lod, bekend om zijn vreedzame coëxistentie, verklaren bewoners van beide bevolkingsgroepen dat ze „nog nooit zoiets gezien hebben”.

Lod was altijd een toonbeeld van coëxistentie, maar tegelijkertijd van marginalisatie. Een belangrijk thema voor Palestijnse Israëliërs is het criminele geweld in Arabische steden, waar de politie volgens hen te weinig tegen doet. Ook in Lod zijn talloze wapens in omloop. „Arabische leiders hebben steeds gezegd: als je dit probleem blijft negeren, raken er op een dag Joden door geraakt”, zegt Arik Rudnitzky, onderzoeker bij het Israel Democracy Institute. „Geweld is een manier geworden om problemen op te lossen – dus ook nu er problemen zijn tussen Arabieren en Joden.” Bovendien beschikt ook de religieus-nationalistische gemeenschap in Lod over wapens.

Extreemrechtse Joodse Israëliërs vallen dinsdag een Arabische automobilist aan in Ramla.

Foto Kobi Wolf

Hoewel Palestijnse Israëliërs er politiek en economisch de afgelopen jaren iets beter voor staan, neemt tegelijk de hatelijke retoriek tegen hen toe. Toen het extreemrechtse Knessetlid Itamar Ben Gvir dinsdag verscheen in Ramla, ook een gemengde Joods-Palestijnse stad, vielen zijn aanhangers Palestijnse voorbijgangers aan. De opkomst van extreemrechtse Joodse partijen draagt bij aan het gevoel dat Palestijnse Israëliërs overal moeten vechten voor het recht om er überhaupt te zijn.

Lees ook: Volgt er op de oplopende strijd een oorlog?

Leiders van links tot rechts riepen op tot kalmte. Zelfs de ultrarechtse politicus Bezalel Smotrich en de veel bekritiseerde minister van Binnenlandse veiligheid Amir Ohana, beiden meermaals beschuldigd van het oppoken van de vlammen, spraken zich dit keer uit tegen het geweld. Het Israëlische ministerie van Defensie heeft versterking van de politie bevolen in verschillende Arabische en gemengde steden, en voerde op sommige plaatsen een avondklok in.

Opborrelende frustraties

Het is de vraag of meer mankracht het antwoord is op de opborrelende frustraties. De agenten voorkwamen niet dat een Palestijnse Israëliër donderdag Gabais echtgenoot neerstak, en ook niet dat donderdag groepen ultrarechtse jongeren ondanks de avondklok huishielden in de stad.

Het gezin van Gabai is tijdelijk vertrokken uit Lod. „Je weet niet meer wie je kunt vertrouwen, dat is het ergste”, zegt ze. „Mijn ene Arabische buurman is met zijn kinderen weggetrokken omdat ze dit geweld ook wilden ontlopen, van mijn andere buurman gaan de kinderen naar buiten om stenen te gooien.”

Vrijdagochtend waren ook de bombardementen van Israël en de raketaanvallen van Hamas nog in volle gang. De ontwikkelingen kunnen nog alle kanten op – van een Israëlisch grondoffensief in Gaza tot toch weer een wapenstilstand. Maar ook als de raketten stoppen, heeft Israël werk te verzetten. De schade aan huizen en infrastructuur is te repareren. Het zal langer duren voordat de lucht tussen Joodse en Palestijnse Israëliërs weer enigszins is opgeklaard.

Naschrift (14 mei 2021): Dit artikel is op vrijdagochtend geactualiseerd. Ook is een fout aangepast: de echtgenoot van Gabai werd niet woensdag, maar donderdag neergestoken.