Opinie

Slopende openheid

In 010

‘Eens even kijken hoe ik die erin fiets.” Ik zit bij de tandarts. Niet mijn eigen, maar een vervanger, voor een wortelkanaalbehandeling. De tandarts is van de spraakzame soort. Hij probeert met een vijltje mijn wortelkanalen te openen en zucht bij herhaling „Hoe fiets ik hem erin?”

De transparantie was direct al na de röntgenfoto begonnen. „Oh, u heeft vier wortelkanalen!” „Is dat erg?”, vraag ik geschrokken. „Erg niet, maar de meeste mensen hebben er drie.” Dan volgt de mededeling: „Ik weet niet of ik het afrond vandaag. Anderhalf uur is voor de meeste patiënten toch wel het maximum.” Ik smeek de arts bijna om de behandeling wél te voltooien, omdat dit al de tweede keer is.

Daar gaan we. Het ene vijltje na het andere blijkt te groot. Tegen de assistente: „Welke lengte hadden we ook al weer genoteerd voor de wortelkanalen? Ik weet het niet meer.” En tegen mij: „Nou, dat gaat moeilijk zeg, tjongejonge. Ik weet niet of ik ze wel open krijg.” Dan weer tegen de assistente: „Geef me eens een kleiner vijltje. Nee, nog wat kleiner. Ik kom er niet in.”

Aanvankelijk denk ik: goh, wat empathisch zo’n babbelende tandarts. Na korte tijd begin ik me steeds meer te ergeren. Al z’n twijfels en onzekerheden, laat hij die vóór zich houden. Het is slopende openheid, ik word er bloednerveus van. Boven mijn hoofd hoor ik inmiddels: „Ik geloof dat u vijf wortelkanalen heeft. Oh nee, toch vier.”

Na twintig minuten heb ik er genoeg van. Met mijn verdoofde mond, die ook nog eens wordt belemmerd door een lapje rond mijn kies murmel ik: „Dokter, u hoeft me niet alles uit te leggen.” Even is het stil. Dan: „Ja, ik kan ook zwijgen en na anderhalf uur zeggen: het is mislukt, bekijk het maar.”

En voort gaat de woordenbrij. „Hèhè, eentje is open. Hoe zou de rest gaan? Oh, kijk nou, twee van uw wortelkanalen eindigen in één kanaal.” Uiteindelijk belanden we bij het hoofdstuk gesmolten rubber. „Gewoon een kwestie van goed aanstampen”, weet de tandarts. Tot slot weer een röntgenfoto. „Even kijken of alles goed is, anders moet het natuurlijk over.”

Zou het door de sociale media komen, de gedachte dat we voortdurend alles moeten delen, tot aan onze wortelkanalen toe? Of zou het liggen aan het georganiseerde wantrouwen: ik vertel alles, dan kan de patiënt later niet met claims komen? Hoe dan ook, ik word bij voorkeur in stilte behandeld. Of het nu de tandarts is, de fysiotherapeut of de kapper. Zwijg alstublieft. Ik vertrouw u en geef me aan u over.