Volgens journalist Hans de Geus, die ook huisjesmelker is, lost meer huizen bouwen de wooncrisis niet op.

Foto Roger Cremers

Interview

Huisjesmelker Hans de Geus: ‘Je bent nu een sukkel als je geen huis koopt. Dat moet anders’

Woningmarkt Met een tekort aan huizen heeft de wooncrisis weinig te maken, ontdekte schrijver Hans de Geus toen hij zelf huisjesmelker werd. „De waarde van huizen wordt bepaald door de portemonnee van de koper”

Het is crisis op de woningmarkt, dat ziet iedereen. „We zijn verworden tot een tweestandenmaatschappij: de gevestigde orde en de rest”, zegt journalist Hans de Geus. Alleen: we begrijpen ’m volkomen verkeerd, die crisis.

Honderdduizenden huizen bouwen? Dat gaat de ellende voor bijna niemand oplossen, volgens De Geus. Een harde aanpak van huisjesmelkers zal ook weinig uithalen. Premies en leningen om starters op weg te helpen, de nieuwste politieke noodgreep? Die stuwen de prijzen alleen maar nóg verder omhoog.

Zou het? Hij kan het weten, zegt De Geus, want op de opgeblazen huizenmarkt is hij een van de grote profiteurs. Hij, zzp’er zonder pensioen, werd zelf huisjesmelker om zijn toekomst veilig te stellen en schreef er een boek over. Schuldgevoel heeft hij niet; daarover later meer. Eerst die kijk op de wooncrisis. „Waar we zo snel mogelijk vanaf moeten”, zegt De Geus, „is dat idee dat ‘bouwen-bouwen-bouwen’ de grote oplossing is.”

De huizenprijzen schieten de hoogte in. Hoe kan bouwen níét helpen om deze crisis op te lossen?

„Omdat het standaardverhaal van vraag en aanbod op de woningmarkt niet opgaat. Het is alsof we kijken naar de kunstwereld, waar de prijzen ook omhoogschieten door speculatie en onbeperkte financiering, en dan zeggen: weet je wat we moeten doen? Schilderen-schilderen-schilderen!

„Dat huizen zoveel waard zijn, heeft bijna niets te maken met het aanbod. De waarde kan blijven oplopen, dus wordt alles bepaald door de portemonnee van de koper: hoeveel je van de bank mag lenen en wat je hebt opgespaard of van je ouders krijgt. Daardoor stijgen de prijzen nu zo hard. Want hoe meer je kunt betalen, hoe meer je zúlt betalen.”

Waarom horen we dan dat we een miljoen huizen moeten bouwen om deze crisis op te lossen?

„Kijk, wie zegt dat? Maxime Verhagen van Bouwend Nederland, bijvoorbeeld. Is het heel gek dat de bouwsector veel huizen wil bouwen? De banken profiteren er ook van, die zijn stinkend rijk geworden door de hypotheken van die huizenkopers. En partijen als CDA en VVD, en de rest er achteraan, laten dat misverstand voortbestaan.

„Natuurlijk, je kunt heus blijven bouwen. Het kan best zijn dat je meer of anders wil gaan bouwen. Maar je maakt woningen er niet goedkoper mee, niet zo lang het hele systeem blijft ingericht op heel hoge prijzen.”

Tien jaar geleden stonden in het hele land nog huizen onder water.

„Klopt. Niet omdat er toen te veel huizen waren, maar omdat de financiering even haperde. Banken verstrekten geen hypotheken, de markt viel stil. En wat gebeurde er? De banken werden gered, de huizenprijzen moesten weer omhoog. Iedereen werd gestimuleerd om te kopen.”

Het gaat nu weer heel hard: we zien kwartaal na kwartaal recordstijgingen. Wat is er gebeurd?

„We zitten in een perfect storm die de prijzen opjaagt. Dat is de uitwerking van de politieke keuzes van de afgelopen decennia: eigenwoningbezit is gestimuleerd, je mag heel veel lenen bij de bank, verhuurders konden voor huurwoningen gaan vragen wat ze wilden, de sociale huursector is afgebouwd.”

„Je moet het eens vergelijken met de jaren vijftig. Toen was de woningnood véél groter dan nu. Toch waren de woonkosten laag en gingen ze in die jaren amper omhoog, ook met de lage lonen van toen.”

Hoe is dat te verklaren?

„Doordat de financiering toen beperkt was en de huren begrensd waren. Mensen kónden niet ontzettend veel voor een huis betalen, dus ze deden het ook niet.”

De essentie, zegt De Geus, is dit: we hebben geen huizenprobleem, maar een geldprobleem. „Thomas Piketty heeft laten zien hoe vermogensgroei voor een groeiende kloof zorgt. Hier hebben we de dader achter die vermogenskloof: vastgoed, geholpen door geld uit erfenissen en bizarre belastingregels.”

Hij zag het zelf, beschrijft hij in zijn boek, toen hij vier jaar geleden woningbelegger werd. Zijn eerste aankoop, een knus appartement in de Bijlmer, kaapte hij weg voor de neus van een gezinnetje met twee kinderen. Het gezin wilde erin gaan wonen, De Geus wilde het als belegger gaan verhuren. De Geus won, met gemak: de bank telde de inkomsten die hij via de verhuur zou gaan binnenharken alvast mee in zijn potentiële inkomen en gaf hem daarom zonder twijfel een hypotheek – ook al had hij geen eigen koophuis en geen vast contract. „Dat zegt alles. Het kwam helemaal aan op het vooruitzicht van die hoge huren.”

Nu doet u zelf volop mee in het systeem dat u verafschuwt.

„Het is hypocriet, maar in dit systeem moet je meedoen of je gaat eraan ten onder. Als zzp’er bouwde ik helemaal geen pensioen op. Daar doe ik het voor, en voor mijn kinderen.

„Ik wil het niet mooier maken dan het is. Dan ben ik misschien een salonsocialist, ja. Dit was mijn manier om alsnog aan de goede kant van de kloof te komen.”

Waarom geeft u zelf niet het goede voorbeeld? U kunt als huisjesmelker ook een lagere huur gaan vragen.

„Dat is het gekke: ik kon dat eerste appartementje kopen omdat de bank alvast de hoogste huur incalculeerde die ik kon gaan vragen. Als ik een gunstige prijs aan mijn huurders aanbied, kan ik die hypotheek nooit terugbetalen. Dat is precies het probleem: het zit in het systeem ingebakken,het is een wurggreep.”

„Ik ben deze markt niet ingestapt om over de rug van huurders te profiteren. Ik heb drie huurhuizen, genoeg voor dat pensioen. Maar wie dat wil, kan dankzij die binnenlopende huur rustig doorstapelen: nog een beleggingswoning, en dan nog een, enzovoort.”

Hoe kan dat?

„Kapitaal creëert kapitaal, dat zit fiscaal ingebakken. Daarom verdient verhuren ook een stuk makkelijker dan werken. Als verhuurder zijn mijn inkomsten uit huur onbelast. Zo krom is ons belastingstelsel.

„Wie dat geld niet heeft, loopt al die extra inkomsten mis. Het is eigenlijk nog erger, want je mag vervolgens ook nog eens huur gaan betalen aan zo’n rijke huizenbezitter, die dus nóg rijker wordt.”

Zit hier dan niet de oplossing: huisjesmelkers harder aanpakken?

„De huisjesmelkers zijn maar een symptoom. Beleggers hebben de afgelopen jaren de prijzen opgedreven omdat verhuren zo aantrekkelijk was – dat klopt. Maar nu de huurprijzen in Amsterdam vanwege corona onder druk staan, omdat expats wegblijven en Airbnb-appartementen leegstaan, zie je dat de mensen met geërfd geld, de jubeltonnetjes, hun slag slaan. De prijzen stijgen gewoon door.”

„Ongelijkheid door vastgoedbezit is het echte probleem. En de opgepompte waardes daarvan. Of het nou om mensen zoals ik gaat, die een paar huizen hebben, of vader en moeder die er eentje voor hun kind kopen. Je bent eigenlijk een sukkel als je in dit systeem niet koopt. Zo zou het niet moeten zijn. Huren zou een prima alternatief moeten zijn.”

U schrijft dat die kloof de komende twintig jaar nog erger kan worden.

„De woningbezitters zullen steeds verder vooruitlopen op de rest. En dan moet het grote erven nog beginnen. Als de babyboomers overlijden, komt in korte tijd een enorme rijkdom vrij. Je moet er nu voor zorgen dat die ongelijkheid van de ouders niet bij de kinderen terechtkomt. Anders lopen de startposities straks nog meer uiteen.”

Partijen pleiten daarom voor startersleningen, de overdrachtsbelasting voor starters is geschrapt.

„Dat is het láátste wat je moet doen. Die verlaging van de overdrachtsbelasting heeft de prijzen nog verder omhooggegooid. Logisch, want als je als starter niet meer hoeft bij te betalen en extra geld overhoudt, wat doet de verkoper dan? Die rekent het meteen door in de prijs.”

„Het geld dat die koper van de overheid mag houden, is-ie dus zo weer kwijt. Dat belandt direct bij de groep aan de andere kant van de kloof: de bouwers, de banken, de beleggers, de boomers. Én hun erfgenamen.”

Ongelijkheid leeft. Waarom hoor je deze analyse dan amper?

„Wie zijn nou echt de dupe? Starters, toekomstige kopers. Maar dat zijn er niet zoveel of ze mogen nog niet stemmen. Integendeel, veel kiezers zijn huizenbezitters. Eigenwoningbezit is jarenlang door de politiek gepromoot en gesubsidieerd. Zij lijden uiteindelijk ook onder ongelijkheid, maar ze zitten er nu niet op te wachten dat de huizenprijzen dalen.”

„Daarover gesproken: als het nou echt zo zou zijn dat meer huizen bouwen ertoe leidt dat de prijzen omlaaggaan, dan zou dat slecht zijn voor huisjesmelkers en de huidige huizenbezitters. Waarom zou een partij vol huizenbezitters als de VVD dat omarmen? Kennelijk doorzien zij ook wel dat ‘bouwen-bouwen-bouwen’ niet zoveel doet met de prijzen.”