Analyse

‘Hugo de Jonges opmerking ‘ga anders een dvd’tje kijken’ is een sneer naar de kunst’

Minachting voor cultuur Binnen de cultuursector heerst grote morele verontwaardiging over het dédain voor cultuur dat dinsdag sprak uit de persconferentie. Waar komt dat vandaan?

Pianiste Iris Hond maakt zonder publiek een video-opname in het kader van de ‘Empty Concertgebouw Sessions’
Pianiste Iris Hond maakt zonder publiek een video-opname in het kader van de ‘Empty Concertgebouw Sessions’ Foto Sem van der Wal / ANP

‘De dag dat neuken minder gevaarlijk werd geacht dan een schilderij bekijken of een boek lenen. De kunst heeft hier wel echt hard verloren van de tijdgeest”, merkte schrijver Jamal Ouariachi op in een tweet na de persconferentie afgelopen dinsdag waarin de ‘tweede fase’ van het openen van de samenleving uiteen werd gezet. Hij vatte de verontwaardiging van de cultuursector goed samen. Ook schrijver Özcan Akyol merkte in AD op: „Wat ‘Stap 2’ van ons kabinet vooral duidelijk heeft gemaakt, is dat kunst en cultuur niet tot de urgente zaken in het leven worden gerekend. Als er een pikorde bestaat, staan deze branches niet eens in de middenmoot. Dat is een armoedige conclusie. Vooral als je ziet hoeveel mensen momenteel helemaal van het padje zijn door de desinformatie die ze van Facebook plukken.”

Met ‘Stap 2’ gaan de attractieparken, dierentuinen, klimbossen en midgetgolfbanen weer open, net als sportscholen en amateurkunstruimtes. Woensdag werd na het Tweede Kamerdebat in tweede instantie besloten dat ook bibliotheken weer open mogen, maar die stonden aanvankelijk nog in de wacht. Musea en theaters blijven – ondanks dat ze afgelopen zomer bewezen veilig open te kunnen – nog steeds gesloten, net als de binnenruimtes in Artis, het slangen- en apenhuis.

Lees ook de reactie van demissionair minister Ingrid van Engelshoven: ‘Ik hoop dat iedereen snapt dat niet alles tegelijk weer open kan’

Niet persoonlijk

„Vat het nou alsjeblieft niet persoonlijk op”, benadrukte demissionair coronaminister Hugo de Jonge (CDA) dinsdag toen er een vraag kwam over waarom musea, muziekpodia, theaters en bioscopen gesloten blijven, en waarom negatieve tests voorgelegd moeten worden, terwijl pakweg de Primark en Ikea wel gewoon toegankelijk zijn. De Jonge verklaarde in feite dat kunstinstellingen als niet-essentieel worden gezien: „Ik bedoel, we zijn allemaal kunstliefhebber tot en met en we gaan graag naar een theater en graag naar een museum. Maar stel je voor dat je een dag zonder zou moeten, dan kan dat.”

Een dag? In feite gaat het om een sluiting van meer dan een jaar, zei Martine Gosselink, directeur van het Mauritshuis woensdag op radio 1. Waar het haar vooral om ging, was de gedachte achter het idee van wat essentieel is of niet. „Wie bepaalt wat essentieel is? En of ik liever naar een terras ga dan naar het museum?” Dat sportscholen opengaan omdat sport belangrijk is voor onze fysieke gezondheid, begrijpt iedereen wel, maar hoe zit het met de mentale gezondheid?

Dédain

De tegenstellingen over wat wel en wat niet mag, en dat de cultuursector er zo bekaaid vanaf komt, roept in de cultuursector zowel morele verontwaardiging op als vragen. De opmerking van De Jonge tijdens het Tweede Kamerdebat dat als je niet naar het theater kon, je dan thuis ook naar ‘een mooie dvd’ kan kijken, was olie op het vuur en riep de vraag op of dit demissionaire kabinet met dédain naar kunst en cultuur kijkt. Is kunst in de beeldvorming zo elitair dat het politiek lonend is om je ervan af te keren, of juist schadelijk om ervoor op te komen, vooral in tijden van corona?

Lees ook: De zwiepende belediging van Hugo de Jonge had De Vooravond gehaald

Volgens Kees Vuyk, cultuurfilosoof en auteur van het boek Oude en nieuwe ongelijkheid: Over het failliet van het verheffingsideaal , is het probleem dat Nederlandse beleidsmakers geen onderscheid maken tussen kunst en cultuur. „Maar dat is er wel. Cultuur als systeem van waarden en normen is alledaags, taai en weerbarstig. Ze blijft ook onder moeilijke omstandigheden gewoon bestaan. Kunst is kwetsbaar. Wie het onderscheid niet maakt, denkt: ach die cultuursector dat gaat toch wel door, die is niet essentieel, die kan wel wachten. Dat klopt voor de brede cultuur. Maar niet voor de kunst. Kunst is inderdaad geen alledaagse behoefte, meer een lange-termijnproject. Maar als haar werking te lang geblokkeerd wordt, is dat funest voor de samenleving als geheel.”

Ook Arjo Klamer, hoogleraar economie van de kunst en cultuur aan Erasmus Universiteit Rotterdam, signaleert dat in onze samenleving kunst niet erg hoog aangeschreven staat. „In een neo-liberale visie is alles dienstbaar aan economie, cultuur wordt gezien als een instrument daarvoor. Als je alles afmeet aan criteria van nut, is kunst niet urgent. Het idee dat kunst betekenis geeft aan je bestaan, is in onze samenleving niet dominant. Dan moet je het als kunstliefhebbers dus opnemen tegen mensen die bijvoorbeeld vakantie belangrijker vinden.”

Hofcultuur

Beiden verklaren het gebrek aan waardering voor een deel historisch. Anders dan in de rest van Europa heeft Nederland geen hofcultuur gekend, waardoor de kruideniersmentaliteit overheerst. Vuyk: „Dat hier de burgerlijke cultuur altijd de boventoon voerde, heeft veel goeds opgeleverd, maar het is doorgeslagen naar het al te burgerlijke. Het gevolg is dat we nu moeite hebben met een niet-economische elite. In andere landen, waar wel een hofcultuur was, wordt kunst door de samenleving juist niet als elitair gezien, maar als urgent onderdeel van de samenleving.”

Klamer stelt dat een sterke economie altijd gepaard ging met een sterke cultuur, en dat een zwakke cultuur veel zegt over de kwaliteit van de samenleving. „Het is jammer dat er te weinig besef is van het belang van kunst en dat kunstenaars nu opboksen tegen het elitaire imago.”

De laatste jaren, met de opkomst van de PVV, is het volgens Vuyk steeds moeilijker geworden om als beleidsmaker voor kunst op te komen, omdat je dan weggezet wordt als elitair. „Dat Hugo de Jonge zo’n opmerking over een dvd’tje maakt, dat is een sneer naar de kunst, waarmee hij even laat zien dat we die niet echt nodig hebben.”