Hoogleraar infectieziektemodellering: effect avondklok ‘twijfelachtig’

Coronamaatregelen Net als Ernst Kuipers ziet hoogleraar infectieziektemodellering Sake de Vlas „geen patroon dat past bij een effectieve avondklok”.

De Sint-Bavokerk in Haarlem rond de invoering van de avondklok.
De Sint-Bavokerk in Haarlem rond de invoering van de avondklok. Foto Olivier Middendorp

De avondklok heeft vermoedelijk weinig tot geen effect gehad op het verloop van de corona-epidemie in Nederland. Dat is de voorlopige conclusie van Sake de Vlas, hoogleraar infectieziektemodellering aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Hij deed eigen onderzoek nadat NRC hem benaderde over de recente uitspraak van Ernst Kuipers, voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg, dat de avondklok „geen enkel effect” heeft gehad op de ziekenhuisopnamen. De Vlas beschouwt zijn onderzoek als een „creatief begin van een evaluatie” van de avondklok.

De avondklok werd op 23 januari ingevoerd en ruim drie maanden later, 28 april, afgeschaft. De maatregel heeft niet of nauwelijks geleid tot een daling van ziekenhuisopnames, blijkt uit de cijfers van de ziekenhuizen. „In de data van de ziekenhuisinstroom van Covid-19-patiënten is geen patroon te zien dat past bij een effectieve avondklok. Het effect is twijfelachtig”, stelt de onderzoeker.

De sleutel tot De Vlas’ bevinding is het inzicht dat de avondklok overal tegelijk in Nederland werd ingevoerd om de opmars van de besmettelijkere Britse variant te stuiten, maar dat de mate van deze opmars verschilde per regio. In het oosten en noorden van Nederland deed de Britse variant drie weken later haar intrede dan in de regio Amsterdam, „waar veel interactie is met het Verenigd Koninkrijk”. Zo betrof van 21 januari tot 4 februari in Twente slechts 11 procent van de besmettingen deze variant. 

‘Geen knik naar beneden’

In het oosten en noorden had daarom eerst een daling van het aantal zieken mogen worden verwacht, aangezien die daling niet kon worden opgeheven door een stijgend aantal besmettingen door de Britse variant. „De avondklok werkt als tegenkracht bij de opkomst van de Britse variant, maar als die er (nog) niet is, dan zou het effect van alleen de avondklok zichtbaar moeten worden door een knik naar beneden”, aldus De Vlas. „De vier regio’s met een waarschijnlijk late opkomst van de Britse variant laten niet eerst een duidelijke knik naar beneden zien.”

Zeker is De Vlas nog niet van zijn conclusies: in twee van deze regio’s is deze trend minder duidelijk. De Vlas ziet „graag” meer regionale studies. Op de tegenwerping dat plattelanders wellicht met minder mensen in contact komen dan stedelingen, zegt De Vlas: „De meeste verspreiding gaat via familie, werk, school en vrienden en dat is overal vergelijkbaar.”

De uitspraak van Ernst Kuipers werd betwist door andere wetenschappers, die stelden dat de avondklok, samen met het dringende advies per huishouden slechts één bezoeker per dag te ontvangen, vermoedelijk een nog veel hoger aantal zieken heeft voorkomen. Dat dit niet te bewijzen valt, werd de ‘preventieparadox’ genoemd; je weet niet wat er zou zijn gebeurd als de avondklok niet zou zijn ingevoerd.

De avondklok heeft de politie in ieder geval veel extra werk bezorgd en burgers veel geld gekost: er werden 95.000 boetes uitgedeeld wegens overtreding ervan. Demissionair minister Ferd Grapperhaus (Justitie, CDA) kapittelde Kuipers later om zijn uitspraken. Kuipers zegt nu: „Heel stellig gezegd waren er vóór de avondklok dagelijks tweehonderd opnames, twee weken daarna ook, en vier weken daarna ook. Conclusie: die avondklok doet niet zo veel.”

Hoogleraar De Vlas wijst erop dat de critici van Kuipers zich baseren op mededelingen van het RIVM dat kort na de invoering van de avondklok twee derde van alle besmettingen in Nederland de Britse variant betrof. Achteraf bezien blijkt uit resultaten van laboratoria in verschillende delen van Nederland volgens De Vlas dat dit een te hoge schatting was. „De eerste meetpunten (tot 8 januari, vooral uit Amsterdam) gaven achteraf gezien aanleiding tot te veel paniek over de opkomst van de Britse variant.”

Vanaf april begonnen het zogenoemde reproductiegetal en het aantal ziekenhuisopnamen wel weer te dalen. Als mogelijke oorzaken daarvoor noemt de onderzoeker niet zozeer de avondklok, maar eerder het stijgende aantal mensen met immuniteit tegen het coronavirus, misschien ook het seizoenseffect en het toegenomen aantal gevaccineerden. Bovendien is er het effect van wat de onderzoeker omschrijft als „heterogeniteit”; het aantal mensen dat besmet raakt, kan aanzienlijk verschillen per regio en door andere karakters. Zo raken mensen die sowieso minder contacten onderhouden minder snel besmet dan mensen die veel contacten onderhouden; dat zou een opmars van de corona-epidemie na verloop van tijd kunnen dempen.

Regionale verschillen en de Britse variant

Behoorlijk complex

Marc Bonten, hoogleraar moleculaire epidemiologie van infectieziekten en lid van het Outbreak Management Team (OMT) noemt De Vlas een „uitstekende onderzoeker” en „een goede collega”, maar is het in deze kwestie niet zomaar met hem eens. „Het is een interessante hypothese, maar de kwestie is behoorlijk complex. Niemand kan met zekerheid zeggen dat de avondklok werkt, of niet heeft gewerkt.”

Hij stelt dat aan het begin van de opmars van de Britse variant Nederland over „heel weinig informatie” beschikte. „Er was grote onzekerheid over de verspreiding in de regio’s en over hoe snel de Britse variant de oude variant zou gaan verdringen.” Begin april had de Britse variant vrijwel alle andere varianten van Covid-19 in Nederland verdrongen. Volgens Bonten waren er in het begin „zeker regionale verschillen”, maar werd nog weinig onderzoek gedaan om varianten aan te tonen. Bonten denkt dat het goed mogelijk is dat de avondklok, samen met andere maatregelen, wel degelijk in stapjes heeft bijgedragen aan een daling van het besmettingsgetal R, van 1,3 naar 1,0. „Dat is ongeveer het effect wat je vooraf van een avondklok zou kunnen verwachten.”

Volgens het RIVM blijkt uit onderzoek van het zogenoemde verplaatsingspanel dat de avondklok heeft geleid tot een vermindering van het aantal contacten, met 10 procent. Ook minister Grapperhaus noemde deze daling. De Vlas nuanceert het belang ervan. Hij sluit niet uit dat deelnemers aan dit onderzoek „volgzamer” zijn dan de gemiddelde Nederlander bij het naleven van de regels en „sociaal wenselijk gedrag” vertonen. Groepen die de avondklok negeren, kunnen bovendien zelfs een „hoger risico” op besmetting geven, „zoals jongeren die een hele nacht doorhalen”. Ten slotte wijst De Vlas op „lastig te meten extra processen”, zoals volle treinen kort voor de avondklok en een minder gespreid bezoek aan supermarkten. Ook Ernst Kuipers denkt dat dit het mogelijke effect van de avondklok heeft beperkt. „Feestjes van studenten hielden niet om half twee ’s nachts op maar om half vijf”, zegt hij.

Lees ook: We moeten vooral hopen dat de avondklok werkt, zegt Jaap van Dissel

Ondanks de teleurstellende resultaten was het volgens De Vlas „een logische beslissing” een avondklok in te voeren om de Britse variant, die een zeer snelle opmars leek te maken, een halt toe te roepen. Daar komt bij dat uit buitenlands onderzoek was gebleken dat een daling van ongeveer 10 procent van het aantal besmettingen verwacht mocht worden door de avondklok en de éénbezoekerregeling.

‘Analyse is complex’

Maar, zegt De Vlas, „wat werkt voor andere landen, hoeft niet voor Nederland te werken.” Voor toekomstige overwegingen een avondklok in te voeren, is het „belangrijk” het effect van de maatregel te evalueren, meent hij. Zijn huidige onderzoek is daartoe „een eerste aanzet”.

Het RIVM zegt ondanks herhaalde verzoeken niet inhoudelijk te kunnen reageren. „Op dit moment zijn we druk met de actuele situatie”, aldus een woordvoerder. „De effecten van de avondklok hadden we vooraf ingeschat op basis van ervaringen in het buitenland. Overigens wel vaak in combinatie met een ander pakket aan maatregelen dan in Nederland. De analyse van het effect van de avondklok en de eenbezoekerregeling is vrij complex. We gaan dit doen, maar dat kan nog even duren.”