Opinie

Baudet krijgt zijn ‘ophef’

Frits Abrahams

Zou Thierry Baudet zich nog steeds „kiplekker” voelen na de zoveelste afsplitsing in zijn partij? Dat geruststellende woord gebruikte hij eerder deze week om zijn gezondheidstoestand te beschrijven, waarover in de Tweede Kamer – en niet alleen daar – de nodige twijfel was gerezen.

Was het een gewoon griepje geweest of een klinkklaar gevalletje corona? Kamervoorzitter Bergkamp wilde opheldering, maar het bleef mistig. Andere Kamerleden begonnen ongerust te worden, ditmaal niet van het aanvechtbare gedachtengoed van hun collega, maar van diens uitwaseming. Temeer omdat hij niet bereid bleek in hun aanwezigheid een mondkapje te dragen.

„Ik heb coronagriep of een andere griep gehad”, aldus Baudet voor de tv-camera. Hij had een paar dagen ziek en koortsig op bed gelegen, gaf hij toe. En ja, er hadden zich na een wijnproeverijtje van zijn fractie inderdaad enige FVD-collega’s met corona gemeld. Die hadden zich laten testen, maar hij niet. Waarom niet? Hij lachte zijn joviale, wegwuiverige handelsreizigerslach.

Die dag gaf hij ook nog zijn collega Jan Paternotte van D66 in de Kamer in het voorbijgaan een provocerend schouderklopje waarvan die niet gediend was en waarvoor Wybren van Haga zijn excuses aanbood. Van Haga moet toen al hebben geweten dat hij zich ging afsplitsen van de man die hem een tweede politiek leven had geboden. Ach, Brutus. Nóg zie ik Van Haga eensgezind naast Baudet staan, terwijl die bij de Kamervoorzitter zijn coronagriep („of een andere griep”) moest uitleggen.

Niet dat er enige reden is om medelijden te hebben met Baudet. Hij heeft onlangs op de site van zijn partij een tekst gepubliceerd onder de kop: „Over het nut van ‘ophef’. Waarom FVD de mediamacht niet schuwt.” Zijn partij moet juist niet salonfähig worden, legt hij uit. „Daarom schuw ik het niet om ‘ophef’ te veroorzaken. Daarom trotseer ik steeds weer zo’n mediastorm en ben ik zelfs bereid geweest om afsplitsingen te laten ontstaan.”

Kortom, hoe meer afsplitsingen, hoe beter, want ‘ophef’ – daar gaat het om. Daarom viel het me een beetje tegen dat Baudet de desertie van Van Haga nu toch zei te „betreuren”. Weliswaar toonde hij zich bereid „constructief” samen te werken met de drie deserteurs, maar er klonk wel degelijk iets van spijt en hartzeer door.

Kop op, Thierry, zou ik hem willen toeroepen. Er zijn nog vier afsplitsingen mogelijk, dus je kunt voorlopig voort.

Vergeet ook niet dat je nog altijd Theo Hiddema aan je zijde hebt. Die is in z’n eentje zó mediageniek dat hij voor máánden ophef kan zorgen. Eerste stapte hij (ophef) uit je Tweede Kamerfractie, toen meldde hij zich (ophef) toch als je lijstduwer bij de verkiezingen, vervolgens meldde hij zich (ophef) ook weer áf als lijstduwer en ten slotte (ophef) was hij wel weer bereid om voor jou in de Eerste Kamer plaats te nemen. Wat zal hij nu doen? Jou steunen of voor Van Haga kiezen? Mij dunkt, voer genoeg voor de talkshows.

Misschien moeten we achteraf die hele oprichting van FVD in 2015 als één grote, megalomane poging tot ophef zien – ophef ten bate van iemand die er altijd van gedroomd heeft om opgeheven te worden, eventueel tot het einde der tijden.

Inmiddels is er zoveel ophef geweest dat de complete opheffing een kwestie van tijd lijkt.

Lees ook dit artikel: Thierry Baudet zorgt met zijn ophef en provocaties opnieuw voor een breuk in zijn partij