Teun Frieszo (1950-2021) gaf richting aan het leven van anderen

De laatste bladzijde In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Deze week Teun Frieszo, die na zijn orthodox-christelijke jeugd voor altijd het leven vierde.

Teun Frieszo op het strand in Zandvoort, in 1978.
Teun Frieszo op het strand in Zandvoort, in 1978. Erwin Olaf

Op de strenge reformatorische kleuterschool in Zeist huilde hij twee weken aan een stuk. Net zo lang tot zijn moeder hem achter op de fiets zette en de scholen in de buurt afging. Bij één stapte hij naar binnen en zei: „Hier wil ik wel zijn.” Teun Frieszo was toen vier jaar. Volgens zijn oudere zus Deddy typeert dit incident de manier waarop haar broer altijd koerste op zijn intuïtie. „Later, als leidinggevende in de ict, had hij daar veel profijt van. Hij róók het als het niet goed met iemand ging.”

Het tekent ook hoe hij van kinds af aan over zijn eigen leven wilde beschikken, ook al was dat niet altijd makkelijk in het orthodox-christelijk gezin. Broer Job: „Buiten spelen op zondag was er niet bij, behalve als het sneeuwde.” Teun Frieszo liet, zodra hij volwassen werd, het geloof varen, maar bleef zich schatplichtig voelen aan zijn religieuze opvoeding; zijn liefde voor taal, literatuur en klassieke muziek kwamen daar vandaan. Hij was gek op kerkorgel, een hartstocht die hij deelde met Job, en speelde zelf ook orgel.

Rond zijn dertiende realiseerde hij zich dat hij op jongens viel. Op het Baarns Lyceum kende hij niemand die ook zo was. Alleen één man uit de buurt, vertelt Deddy. „Een musicus van het Concertgebouworkest, en die werd als een heel vreemde vogel gezien.” In vijf gymnasium kreeg Teun zware migraine-aanvallen. De huisarts, die wel begreep wat er aan de hand was, drukte hem op het hart nog even vol te houden. Na zijn eindexamen zou hij kunnen gaan studeren en zijn eigen leven leiden.

Tijdens zijn studententijd bloeide Frieszo op, precies zoals de huisarts had voorspeld

Op kamers in Utrecht, als student Nederlands, bloeide hij op, precies zoals de huisarts had voorspeld. Hij werd een feestnummer en een gangmaker, een militante homoseksueel die geen moeite deed zijn libido in toom te houden. Of, in de woorden van zijn man Jochem Tims: „Teun heeft goed om zich heen gekeken.” Hij was in 1969 mede-oprichter van PANN, een vereniging die meer uitgaansmogelijkheden voor homo-jongeren wilde creëren. Later ging hij kempo beoefenen, een oosterse vechtkunst, om weerbaar te zijn tegen het in die jaren welig tierende anti-homogeweld. Hij fungeerde als uitsmijter bij feesten en maakte bij demonstraties voor homo-emancipatie deel uit van de ‘ordedienst’. Intussen verdiepte hij zich in de poëzie van Gerrit Achterberg en gaf als student-assistent colleges versanalyse. Zijn studie maakte hij nooit af; pas op zijn 35e zou hij aan een maatschappelijke carrière beginnen, toen hij in de ict ging werken en al snel opklom tot manager.

Zijn culinaire belangstelling maakte hem tot een ware grootmeester in de keuken. Job Frieszo herinnert zich dat hij rond 1970 met Sinterklaas een granaatappel van hem cadeau kreeg, een nog volstrekt onbekende vrucht in die tijd. „Teun was mijn gids op allerlei terreinen van het leven. Doordat hij zeven jaar ouder was, maar ook door zijn wijde blik op de wereld.”

Erwin Olaf ontmoette Teun Frieszo eind jaren zeventig. „Ik zag hem lopen in de Donkere Gaard in Utrecht, in zijn duffelse jas en met dat enorm lange haar waar alleen zijn neus uitstak, en was aan de grond genageld.” Ze zouden 23 jaar samen zijn. Olaf was 19, Frieszo 28 toen hun relatie begon. „Ik wist van toeten noch blazen. Hij nam me mee naar de balletvoorstelling Live van Hans van Manen, een waanzinnig spektakel, ik was compleet ondersteboven. Hij gaf richting aan mijn leven. Als op een feestje iemand vroeg wat ik deed, antwoordde ik ‘niks’, want ik was werkloos. Teun zei dan: ‘Niet waar, je fotografeert’. Hij hielp me aan mijn eerste betaalde klussen. Zo ging ik het fotograferen langzaam serieus nemen.”

Frieszo in 2018. Erwin Olaf

Ook Jochem Tims was nog ‘puppy-jong’ bij zijn eerste kennismaking met Frieszo, 28 jaar geleden op een zondagmiddag in een Utrechts café. „Ik was negentien, hij was 43. Een ongelofelijk slimme en scherpe man, die niet met je meepraatte maar je de andere kant liet zien.” Na een periode van zeven jaar waarin Frieszo – die zich altijd principieel tegen monogamie had uitgesproken – zowel met Olaf en Tims een relatie onderhield, ging het uit tussen hen. Tims: „Ik vond het superingewikkeld, zo’n open relatie, ik wilde huisje-boompje-beestje.” Nadat Olaf en Frieszo een jaar later definitief uit elkaar gingen, pakten ze de draad weer op, en trouwden. „Dat bracht veel rust in het leven.”

Erwin Olaf en Teun Frieszo zijn altijd bevriend gebleven. In The Legacy, een film van Michiel van Erp over het werk van Olaf, zien we hoe de laatste een dubbelportret maakt van Tims en Frieszo, die dan al erg ziek is. Hij posteert ze liefdevol met de voorhoofden tegen elkaar en drukt af.

Vijf jaar geleden kreeg Teun Frieszo nierkanker, al snel was duidelijk dat hij niet meer beter zou worden. Klagen deed hij nooit, ook niet toen hij, die zo gepassioneerd van eten en drinken kon genieten, door de medicijnen zijn smaak verloor. „Het glas bleef halfvol voor hem, tot op het allerlaatst”, zegt Tims. Broer Job: „Hij had me laten zien hoe je kunt leven, nu leerde hij me hoe je kunt sterven.”