'Vorig jaar besloot ik de hoofddoek af te doen. Per direct werd ik anders bejegend'

Dit ben ik Iedereen heeft verschillende identiteiten. Hoe worden we wie we zijn? Deze week: Khadija van der Straaten (37) die merkte dat ze als bekeerde moslima plotseling anders werd behandeld.

Moslima Khadija van der Straaten op de Erasmus campus.
Moslima Khadija van der Straaten op de Erasmus campus. Foto Walter Herfst

‘Ik was altijd goed op school. Een beetje een nerd. Mijn geluk was dat ik goed was in sport. Dus ik bleef niet als laatste achter op de bank als er teams gekozen moesten worden bij gym.

„Mijn ouders werkten beiden bij Fokker. We verhuisden veel. Ik heb in Eindhoven gewoond, in Philippine (Zeeuws-Vlaanderen), in Soest, in Rijswijk, in Oegstgeest, in Lelystad. Ik was telkens the new kid op school, altijd een jonkie.

„Op mijn zeventiende ging ik Internationale Economie studeren in Tilburg, op m’n twintigste ging ik op uitwisseling naar Hongkong. Dat was een eye-opener. Iédereen is daar geïnteresseerd in studie, íédereen wil goede cijfers halen. Chinese studenten gaan tot het gaatje en vallen boven hun boeken in slaap in de bieb. Dat was ik in Nederland niet gewend. Wat me ook zo opviel: de afwezigheid van de obsessie met uiterlijk. Niet: zorg dat je bikini-klaar bent en zo. Meisjes lopen hooguit met een parasol tegen de zon.

„Toen ik terugkwam, was ik Tilburg ontgroeid. Mijn master volgde ik in Rotterdam. Direct na mijn afstuderen ging ik bij AkzoNobel werken als business analist. Ik vond het werk interessant. Het was een goede baan, en ik reisde de hele wereld over. Dat vond ik fantastisch.

„Als puber was ik al geïnteresseerd in religie. Ik verdiepte me in het jodendom, de islam, het christendom, drie religies met dezelfde God, voor mijn idee. Waarom dat me interesseerde? Misschien miste ik zingeving. Van huis uit kreeg ik dat niet mee. Mijn ouders waren meer gericht op werk, op carrière maken. Ik vond uiteindelijk de islam de meest liefdevolle en gedisciplineerde levensfilosofie. Daarmee kon ik het beste verder in het leven.

„Ik was 23 toen ik me bekeerde. Gewoon alleen, op mijn kamer, sprak ik de shahada uit. Je getuigt dat Allah de enige god is, en Mohammed zijn dienaar en boodschapper. Drie jaar later deed ik dat nog een keer. Nu officieel, met getuigen en een certificaat, bij Al Nisa, een moslimvrouwenorganisatie. Daar voelde ik me thuis.

„Ik ging in het bestuur van Al Nisa. Dan kom je echt alle soorten Nederlandse moslims tegen; van heel orthodox tot heel rekkelijk, met allerlei verschillende achtergronden. Wat me vooral trof was de onderlinge gemeenschapszin en hartelijkheid. Je hebt een band omdat je moslim bent – hoe verschillend verder ook. Je zorgt voor elkaar. Als je ergens laat vergaderde, was er een avondmaaltijd. Als je geen vervoer had, werd je weggebracht. Al die dingen doe je met hartverwarmende vanzelfsprekendheid

„Op mijn 23ste ging ik een hoofddoek dragen, maar niet op het werk. Bij AkzoNobel mocht dat niet. Voor mij betekende een hoofddoek dat ik de focus naar het innerlijk verlegde. Ik heb weinig met de aandacht voor het uiterlijk. Ik vind inhoud belangrijker dan vorm.

„Ik was 26 toen ik de zingeving in mijn werk begon te missen. Ik nam ontslag bij AkzoNobel en ging lesgeven aan de Hogeschool Rotterdam. Vanaf dat moment ging ik de hoofddoek altijd dragen. Daarmee kreeg ik, naast de warmte van de moslimgemeenschap, iets anders cadeau: de subtiele discriminatie van de niet-islamitische Nederlanders. Opeens had ik wél een bonnetje nodig als ik iets wilde ruilen, werd ik niet bediend op het terras. Opeens zeiden mensen tegen me: Joh, wat spreek je goed Nederlands.

Ik heb weinig met aandacht voor uiterlijk, inhoud vind ik belangrijker dan vorm

„Het was in zekere zin een gecontroleerd experiment. Het verbaasde me niet. Vorig jaar besloot ik de hoofddoek af te doen. Per direct werd ik anders bejegend. Dát verbaasde me meer. Ik was vergeten hoe het was. In een kledingwinkel kwam de verkoopster nu gewoon naar me toe: Kan ik u ergens mee helpen?

„In 2011 ben ik getrouwd met een Nederlander van Marokkaanse afkomst. Hij was behulpzaam, rustig, nadenkend en hardwerkend. Geïntegreerd en open-minded. Een goede man. Dat bleef zo tot we kinderen kregen – nu 7 en 4 jaar oud. Daarna werd het moeilijker. Hij vond het lastig dat ik werkte en geen traditionele, conservatieve moslima was. Eigenlijk wilde hij de kinderen toch niet zo open-minded opvoeden.

„De hoofddoek werd ook een bron van constante kritiek, het was nooit goed genoeg. Dan zag hij toch een stukje van mijn nek. Of moest ik me ook binnenshuis bedekken, zelfs als het veertig graden was en niemand me zag. In de Koran staat letterlijk: Er is geen dwang in religie. Ook bij Al Nisa was dat erin geramd. Islam is, had ik daar geleerd, een inclusieve religie. Niet alleen een religie voor mannen, maar voor álle moslims.

„De hoofddoek werd verstikkend en benauwend. Nadat ik in 2019 besloot dat ik wilde scheiden, deed ik ook de hoofddoek af. Een volledig vrije keus was een verplichting geworden. Ik dacht: Ik moet nu de ruimte nemen om erachter te komen wat ik zelf wil. Ik deed het niet om me af te zetten tegen de islam. Ik hou nog steeds heel veel van Allah en de islamitische gemeenschap.

„Ik kreeg een beurs waarmee ik een tweede master – bedrijfskunde - kon doen aan de universiteit. Ik deed dat naast mijn werk aan de hogeschool. Daarna begon ik met promotieonderzoek naar lonen en arbeidsomstandigheden van werknemers bij multinationals. Ik vind het heel leuk te onderzoeken wat de sociale impact is van het bedrijfsleven. Binnenkort word ik assistent professor aan de Erasmus Universiteit.”

Aanmeldingen: ditbenik@nrc.nl