Foto Frank Ruiter

Interview

‘Ik ben al bijna uit het geheugen van de mensen verdwenen’

Lunchinterview Rudi Wester (77) schreef de biografie van de schrijver Jef Last. „In zijn memoires verklaart hij alles in zijn leven uit zijn seksuele geaardheid.”

Rudi Wester staat voor de etalage van boekhandel La Hune aan de Boulevard Saint-Germain in Parijs als haar oog op een boek van André Gide valt: Correspondance avec Jef Last (1934-1950). Hé, dat kent ze niet. Op het omslag: een vage zwart-witfoto van twee magere mannen, dicht tegen elkaar aan. In de oudste herkent ze Gide, de wereldberoemde en door haar bewonderde Franse schrijver, winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur in 1947. De andere man, met dat opgeschoren haar, zal dus wel Jef Last zijn. Maar wie is Jef Last?

Het is 1986 en Rudi Wester kijkt niet toevallig in die etalage. Ze heeft Franse taal en letterkunde gestudeerd en is, na een loopbaan als lerares, literair criticus voor Trouw en Vrij Nederland. Ze reist regelmatig naar Parijs om te zien welke boeken en vogue zijn. „En daar schreef ik dan over”, zegt ze. „Dat mocht toen nog. Nu wordt er in Nederland alleen vertaalde Franse literatuur gerecenseerd, geen hond leest nog Frans.”

Ze gaat La Hune binnen en bekijkt de achterflap van Correspondance. Aha. Een Nederlander. Een schrijver ook. Kosmopoliet. Strijder in de Spaanse Burgeroorlog. En goed bevriend met Gide dus. Ze koopt het boek en leest met toenemend respect Lasts brieven. Fantastisch Frans. Scherpe politieke analyses. Scherper vaak, vindt ze, dan die van Gide. Iedereen in 1938 opgetogen over het Verdrag van München? Het moet de vrede in Europa garanderen, maar Jef Last ziet de overwinning van geweld, onrecht en lafheid. De democratie heeft zelfmoord gepleegd en Hitler zal iedereen verraden. Rudi Wester is zo onder de indruk, dat ze een groot verhaal over hem maakt voor Vrij Nederland. De volgende dag wordt ze gebeld door Martin Ros van de Arbeiderspers. „Hij zei dat ik zijn biografie moest schrijven.”

Die biografie is er nu, na 35 jaar: Bestaat er een raarder leven dan het mijne? Dat leven duurde van 1898 tot 1972. Jef Last leed op het laatst aan darmkanker en geheugenverlies. Hij woonde tegen zijn zin in het Rosa Spierhuis in Laren. In februari ging hij naar de notaris en regelde zijn nalatenschap. Daarna bracht hij bij een temperatuur van rond het vriespunt een nacht buiten door met ontbloot bovenlijf. Hij liep een longontsteking op en dat was dat.

We zitten in het appartement van Rudi Wester (77) aan het IJ, met uitzicht over Amsterdam. Ze huurt het sinds haar terugkeer in 2009 uit Parijs, waar ze zes jaar directeur was van het Institut Néerlandais, ooit opgericht om de Nederlandse cultuur in Frankrijk uit te dragen, in 2013 gesloten. Ze praat zo enthousiast over Jef Last dat ze vergeet de lunch te serveren. „Je ziet in hem de geschiedenis van de twintigste eeuw samengebald, nationaal en internationaal. Dus lees die biografie, mensen! Zo ontzettend interessant!” Het is al bijna twee uur als de lamsham met asperges en kwarteleitjes op tafel komt. Drupje witte wijn erbij, zo doe je dat als je in Frankrijk hebt gewoond. Voor haar is dit trouwens het ontbijt. In de regel werkt ze tot drie uur in de nacht en staat ze tegen twaalven op.

Zijn dochter Femke haatte hem

Dat rare leven van Last dus. Geboren in een bourgeoisfamilie, verwend door zijn moeder, hard aangepakt door zijn vader, onhandelbaar op school. Studie Chinees in Leiden, promotie op zijn zestigste. Communist, arbeider, visser, soldaat, polyglot. Jef Last sprak veertien talen, reisde de hele wereld over, pleitte in 1920 al voor de onafhankelijkheid van Indonesië, zat in de oorlog in het verzet, was bevriend met tal van vooraanstaande politici en kunstenaars, publiceerde tientallen boeken en honderden krantenartikelen. Hij was getrouwd met Ida ter Haar, de oprichtster van Circus Elleboog, en kreeg met haar drie dochters, van wie de oudste, Femke, haar vader haatte omdat hij zo volstrekt egocentrisch was.

En hij was homoseksueel. „Ik heb zo weinig mogelijk willen psychologiseren”, zegt Rudi Wester, „maar in zijn memoires verklaart hij zelf alles uit zijn geaardheid. Hij noemt het de bron van alle inspiratie én van alle ellende.” Zijn sociale gedrevenheid, zegt ze, had soms ook een seksueel aspect. „Hij vond die jongens uit de lagere klassen met hun gespierde lijven gewoon heel aantrekkelijk.” Denkt ze dat hij een verhouding had met Gide? „Nee, want die viel op jonge jongens en Jef was al 36 toen ze elkaar ontmoetten.” En dat ze samen naar Marokko reisden voor de seks, wat vindt ze daarvan? „Ja, wat vind ik daarvan. Gide was wat we nu een pedoseksueel noemen, onacceptabel. Maar in die tijd, in Frankrijk – niemand had het erover.”

Ze gelooft absoluut niet dat Jef Last naar Spanje ging voor de seks. „Dat zou hij wel hebben vermeld in zijn memoires, want daarin was hij in navolging van Gide volstrekt eerlijk. In de Burgeroorlog heeft hij zich keurig gedragen, dat dééd je niet onder kameraden. En hij werd al snel bevorderd tot kapitein, wat laat zien hoe dapper hij was.” Jef Last schreef vanuit de loopgraven verslagen aan zijn vrouw, die zij vervolgens liet uitgeven. De reportages werden gebundeld in De Spaanse tragedie, dat onmiddellijk werd vertaald in het Frans en Engels, en later in het Zweeds, Noors, Pools, Tsjechisch en Esperanto. Buitenlandse critici stelden het boek op dezelfde hoogte als Homage to Catalonia van George Orwell. Niemand die het zich herinnert, maar dat lot, zegt Rudi Wester, treft bijna alle schrijvers na hun dood. Soms daarvoor al.

Waarom is de biografie er nu pas? Omdat ze het jarenlang te druk had, zegt ze. Maar ze houdt er niet van om dingen niet af te maken, dus op een dag in 2016, ze zat in het vliegtuig, dacht ze: nu moet het. „Ik had een artikel gelezen van een Amerikaanse psychiater waarin stond dat na je 75ste je geheugen minder wordt. In 2016 was ik 73. Ik heb mijn baan opgezegd (bij Leeuwarden-Fryslân Culturele Hoofdstad 2018), ben zeer geconcentreerd gaan werken en sindsdien weet ik wat het is om een biografie te schrijven. Je kunt er niets naast doen. Nou ja, misschien een bestuur ’s avonds, een jury, maar verder niets. Al die gesprekken die ik in de jaren tachtig gevoerd had, met zijn dochters, zijn vrienden, mensen uit het verzet, en al die boeken en dagboeken, en dan nog zijn memoires – ik had ontzettend veel materiaal en het moet allemaal in je hoofd zitten.” Drie jaar lang heeft ze niet gekookt, zegt ze, terwijl ze zo van koken houdt – voor vrienden. „Boeuf bourguignon maakte ik vroeger in een handomdraai. Nu moet ik in een kookboek kijken. Ik ben het gewoon verleerd!” De lockdowns van het afgelopen jaar kwamen voor haar als een zegen. „Niemand meer op bezoek, nooit meer een avond weg.”

Jef Last werd als communist en ex-communist – in 1938 stapte hij uit de partij – in de gaten gehouden door de Centrale Inlichtingendienst, nu de AIVD. Ook als strijder in Spanje en voorstander van de Indonesische onafhankelijkheid werd hij gevolgd. En als homo. In 1995 vroeg Rudi Wester zijn dossiers op en ze kreeg de informatie die ze wilde – tot 1950. In 2018 wilde ze ook de dossiers van na 1950 zien, als die er waren. „Het werd in overweging genomen”, zegt ze. „Maar ik moest wel toestemming hebben van zijn dochters. Er was er nog één in leven, en die lag te sterven in Amerika.” De toestemming kwam en toen lag er een pakket voor haar klaar in de Javastraat. „Een enorm pakket, geweldig! Ik deed het open en nou ja, zeg, 90 procent was zwart gelakt. De 10 procent die ik wel kon lezen wist ik al.”

Zij boos. Nieuwe aanvraag. Zij nog bozer, want opeens, zegt ze, bleken de spelregels veranderd. Het antwoord was dat alleen de dochters van Last een aanvraag konden doen. En die waren dus allemaal dood. Ze spande een proces aan, verloor – ‘geen belanghebbende’ – en overwoog hoger beroep. Maar die biografie moest nu ook eindelijk eens af, dus dat hangt nog.

Waarom kreeg hij geen Verzetskruis?

Wat hoopt ze in de dossiers van na 1950 te vinden? „Of hij nog werd gevolgd. Waarom hij nooit de prijs van de Stichting Kunstenaarsverzet heeft gekregen. Of het Verzetskruis. Hij was een dappere verzetsman en hij werd afgescheept met een of andere onbelangrijke medaille – in 1968, bij zijn zeventigste verjaardag. Hij heeft zich zelden zo beledigd gevoeld.” Heeft ze een idee waarom hij die prijs niet kreeg? „Hm. Zijn inspanningen voor Indonesië? Zijn geaardheid?”

Erkenning is belangrijk, zegt ze. Ze heeft dat gezien bij haar moeder, die 93 is geworden. „Ze wilde dat we in haar overlijdensadvertentie zouden vermelden dat ze draagster van het Verzetskruis was.” Wat had haar moeder gedaan? „Onderduikers in huis genomen, met mijn vader. Drie verzetsmensen die betrokken waren bij de voorbereiding van de overval op de gevangenis in Leeuwarden in 1944. Ome Jan, ome Jaap en ome Klaas. Mijn ouders hadden al drie kinderen, van vijf, drie en één, ik was de jongste. Ik verklaar mijn zonnige humeur uit de aanwezigheid van die mannen bij ons toen in huis. Een baby die ze konden vertroetelen, fantastisch. En we woonden piepklein, hè. Een arbeidershuisje. Naast ons woonden NSB’ers.”

Hoe is het met haar geheugen, nu ze 78 wordt? „Niks aan de hand”, zegt ze. „Het schrijven van die biografie heeft me gescherpt. Binnenkort wil ik iets nieuws beginnen, ik weet alleen niet wat.” Ze is er nog meer door gaan relativeren, zegt ze. „Iedereen eindigt in de vergeetbak.” Ze zet taart op tafel en gaat vrolijk op het thema door. „Ik heb me drie jaar niet laten zien en ben al bijna uit het geheugen van de mensen verdwenen. Ik zit er verder niet mee. Ik wil alleen nog wel even aandacht voor die biografie, want daar heb ik echt iets belangrijks mee gedaan.”