‘Wie zegt dat ik het niet van jou heb gekregen’, vroeg hij

In Ally Wat voorafging: Jasper bedacht een plan om zijn huwelijk te redden: met het hele gezin naar een huisje in de Ardennen.

In het oude centrum van Durbuy hing een half everzwijn aan het spit. Gewoon op straat. De plakken ham die eraf werden gesneden kon je kopen op een broodje. „Hield jij je nog aan de ramadan?”, vroeg Jasper aan Vince. „Anders kun je een broodje eten.”

Vince gaf geen antwoord. Hij was al 15, deze grappen waren te kinderachtig voor hem. Het enige waar hij om kon lachen: hoe moeilijk zijn ouders deden over die ramadan.

Volgend jaar ging hij weer vasten.

In de smalle straatjes tussen de antieke stenen huizen liepen overal toeristen, de meesten uit België. Ze droegen allemaal mondkapjes, ook buiten op straat. Vince keek hoe Jasper zijn mondkapje af deed om te hoesten. Dat hoesten deed hij nog wel in zijn elleboog.

Daarna keek Vince toe hoe Monique aan zijn vader vroeg of hij gek was geworden. Hij moest van haar op een bankje zitten terwijl ze hem toesprak. Vince stond ernaast met Ava en Benjamin.

„Laten we maar teruggaan”, zei Monique. „We rijden nu naar dat huisje, pakken de spullen en dan door naar Almere.”

Jasper hoestte weer. En hij begon te praten over hoe belangrijk het voor hem was om hier een paar dagen te zijn. Als kind kwam Jasper met zijn ouders naar de Ardennen en nu was hij zelf vader van een gezin. Het was zo wonderlijk. Als kind klaagde Jasper over de wandelingen die zijn ouders wilden maken en nu moest hij zijn eigen kinderen ervan overtuigen te gaan wandelen. Hij was zelfs oprecht gaan genieten van wandelen. Maar het ging hem vooral om die paar flitsen, flarden van herinneringen waarin hij zichzelf hier zag rondlopen, 35 jaar eerder, en nu herleefde hij dat door zijn kinderen te bekijken in dezelfde omgeving, het was soms pijnlijk en confronterend, want hoeveel jaren had hij nog en – Jasper werd onderbroken door Monique.

„Het is belangrijk voor je”, zei ze. „Ik snap het. Maar voor de kinderen is dit echt te saai. Die hebben meer nodig dan bossen en dorpjes.”

„Die verveling...” Jasper hoestte nog een keer. „Die herinner ik me ook zo goed. En het regende altijd in de Ardennen. Net zoals nu.”

In haar tas zocht Monique naar de autosleutels. „Wat belangrijker is: jij moet zo snel mogelijk een coronatest doen. Ik weet niet hoe je dat in België kan regelen, dus we moeten terug.”

Twee uur later reden ze, de tassen haastig ingepakt en achter in de auto gesmeten, voorbij Luik. Monique zat achter het stuur, met Jasper naast zich. Hij begreep niet waarom ze zo snel weg moesten, ze zouden morgen nog naar La Roche gaan en naar de Baraque de Fraiture, waar hij als kind nooit wilde wandelen.

Op de achterbank deed Vince zijn AirPods even uit om te vragen waarom ze niet naar een betere bestemming dan België konden. „Andere kinderen uit mijn klas gaan wel met het vliegtuig, waarom wij niet? En waarom moeten we allemaal in de auto zitten met een mondkapje op? Als een van ons het heeft, hebben we het nu toch allemaal.”

Monique werkte in een ziekenhuis, dus zij was gevaccineerd. Ze had zelfs de tweede prik al gehad. „Maar dat betekent niet dat ik het niet kan krijgen. En vooral: overdragen.” Ze keek opzij, naar Jasper. „Voor mijn werk is dit niet handig.”

Hij hoestte weer. „Wie zegt dat ik het niet van jou heb gekregen? Jij werkt in een ziekenhuis.”

„En waar ben jij allemaal geweest?”, vroeg Monique. „Met die vieze afspraakjes van je.”

Jasper vroeg of ze zó gingen beginnen. Hij vond dat Monique makkelijk praten had. Meer dan een jaar had Jasper zich aan de regels gehouden, zijn hele bedrijf was ingestort. En nu, in het zicht van de finish... Jasper begon harder te praten, je zou het ook schreeuwen kunnen noemen. „Jij kunt niet meer ziek worden. Maar ik wel. Net voor ik dat fokking vaccin zou krijgen.”

Ze hadden de grens gepasseerd, ter hoogte van Maastricht vroeg Monique: „Je weet dat we op de snelweg rijden, hè, met 120? Is dit het moment om te gaan brullen? Want dat kan ik ook. En harder dan jij.”

Nu was het Ava die op de achterbank haar AirPods uit deed om iets te zeggen. „Kunnen jullie zachter doen? Ik ben Snabba Cash aan het kijken, op Netflix, het is net heel spannend.”

„Ga vast op je telefoon”, zei Monique tegen Jasper. „Ga die GGD bellen, regel een afspraak om je te laten testen.”