Terwijl Europa vergroent, is Nederland bezig met de formatie

Europese Green Deal Juist nu de formatie stilligt, onderhandelt Europa over ambitieuze nieuwe klimaatplannen. „Nederland mist de kans om nu een of twee jokers in te zetten.”

Foto Sem van der Wal/ANP

Volop nieuwe klimaatambities in Brussel en Berlijn, maar die lijken aan Den Haag voorbij te gaan. Nederland heeft al vier maanden een demissionair kabinet en van een serieuze formatie is nog geen sprake.

Duitsland gaat de komende tien jaar de CO2-uitstoot met maar liefst 65 procent terugbrengen, besloot bondskanselier Angela Merkel vorige week. Haar besluit komt op een moment dat de Europese Commissie aan plannen werkt om het klimaatprobleem veel drastischer aan te pakken. Op 14 juli wordt de concrete uitwerking van de ‘Green Deal’ gelanceerd, het Europese plan om klimaatverandering tegen te gaan. Tot die tijd onderhandelen de 27 lidstaten over de manier waarop de CO2-uitstoot met 55 procent wordt teruggebracht in 2030. Elk land probeert tot op het laatst zijn eigen zin te krijgen. Want wat het ene land pijn doet, is voor een ander juist voordelig.

„Er speelt op dit moment heel veel in Brussel. Hoe langer je zonder een missionair kabinet zit, hoe moeilijker het voor ambtenaren is om heldere standpunten namens Nederland naar voren te brengen”, zegt Europarlementariër Bas Eickhout (GroenLinks). Over twee maanden ligt er een klimaatpakket dat het Europese en nationale beleid op veel terreinen gaat beïnvloeden.

„Er moeten alleen al twaalf wetten worden aangepast. Als je je standpunten in de eerste voorstellen weet te krijgen, dan sta je als land veel sterker dan als een nieuw kabinet zijn punten later moet maken. Dat is dan echt voetballen tegen de heuvel op”, zegt Eickhout die de Europese vergroening al twaalf jaar als volksvertegenwoordiger meemaakt.

Gevoelige vragen

De komende maanden timmert de Europese Commissie haar plan in elkaar om de uitstoot van broeikasgassen sneller te verminderen. Sneller dan het klimaatakkoord beoogt dat onder het kabinet Rutte III werd gesloten. Nederland moet dan ook zijn ambitie opschroeven. Hoe Europa dat precies gaat doen, wordt nog bepaald. Wil Europa de industrie harder aanpakken, moet de veestapel er aan geloven, gaat de huizenbezitter meer voor zijn uitstoot betalen of moeten er veel schonere benzineauto’s komen in Europa? Gevoelige vragen die nu om antwoorden en input van de nationale regeringen vragen. Vragen die ook bij een formatie van belang zijn: partijen denken verschillend over welke sectoren moeten inleveren. Zo wil D66 de veestapel meer verkleinen dan het CDA.

Gerben-Jan Gerbrandy, tot 2019 Europarlementariër voor D66, noemt het een terechte vraag of Nederland met zijn demissionaire kabinet voldoende voor zijn belangen kan opkomen. „Bij onderhandelingen ben je als demissionair kabinet terughoudender en minder offensief, terwijl Nederland zich onverminderd aan de toekomstige wetgeving moet houden. Bij de nationale verplichtingen die uit de Green Deal voortkomen, is het dan de vraag of de Tweede Kamer daarin meegaat. Dat kan wringen.”

Als auto’s door een Duitse lobby niet veel schoner worden, moet Nederland dat compenseren in bijvoorbeeld de landbouw

Zijn tien jaar ervaring in het Europees Parlement heeft Gerbrandy geleerd dat bij akkoorden veel afhangt van de kracht van individuele ambtenaren en bewindslieden. „Dat kan natuurlijk ook bij een demissionair kabinet goed uitpakken, maar we hebben nu wel een nieuwe klimaatminister die in de praktijk in beslag wordt genomen door de herstelplannen vanwege de coronapandemie.” Begin dit jaar verruilde Bas van ’t Wout (VVD) zijn staatssecretariaat bij Sociale Zaken voor de hoogste post op het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Uiteraard moeten de voorstellen van de Europese Commissie nog goedgekeurd worden door de lidstaten en het Europees Parlement. Een nieuw kabinet staat dus na juli niet voor voldongen feiten, de onderhandelingen gaan door.

Lobby voor schone auto’s

Maar volgens Pieter Boot, sectorhoofd klimaat bij het Planbureau voor de Leefomgeving, mist Nederland de kans om in Brussel „zijn één of twee jokers” in te zetten bij de besprekingen die nu plaats vinden. „Natuurlijk kan je in de zomervakantie nog nadenken, maar dan is iedereen al wel aan de slag. Anders haalt Europa zijn doel niet om in 2030 de uitstoot met 55 procent te verlagen.” Dat is een fikse reductie weet Boot. Het klimaatakkoord beoogt een reductie 49 procent, maar volgens de laatste doorrekening van het PBL – met nog niet alle maatregelen meegeteld – komt Nederland vooralsnog uit op 43 procent.

Boot ziet verschillende risico’s die zich juist nu in Brussel kunnen voordoen. Duitsland heeft een grote auto-industrie, Nederland niet. „Stel dat Duitsland strenge normen voor de uitstoot van nieuwe auto’s tegen weet te houden, omdat het zijn industrie wil beschermen. Dat zou heel nadelig zijn voor Nederland omdat wij de uitstoot van die auto’s die hier rijden dan in andere sectoren moeten compenseren.”

Het Europese klimaatbeleid werkt als een optelsom: als auto’s niet schoner worden, dan moet Nederland mogelijk meer uitstoot verminderen bij bijvoorbeeld gebouwen en de landbouw. Als de normen voor auto’s strenger worden, hoeft Nederland juist minder te doen. Alle reden voor Nederlandse kabinetten om te lobbyen voor schone auto’s.

Ook in de landbouw is volgens Boot een duidelijke inbreng van Nederland gewenst. „Vooral omdat wij afwijken ten opzichte van bijna alle landen. In de meeste lidstaten worden de broeikasgassen van de landbouw opgenomen door bijvoorbeeld bossen. Maar in Nederland en in Denemarken niet. Mede door onze intensieve veehouderij compenseert het landgebruik de uitstoot van de landbouw hier onvoldoende.” En omdat Nederland zo afwijkt, bestaat volgens Boot de kans dat Europa zal voorstellen dat landbouw en het zogeheten landgebruik (zoals bossen) elkaar compenseren: wat de een uitstoot moet de ander opnemen. „Zweden zal dat prima vinden, want dat is daar met al die bossen al het geval. Voor Nederland zou dat heel ingewikkeld worden. In de onderhandelingen zou je dan zeggen: kunnen we dat niet uitruilen met de verduurzaming van huizen. Maar nu, als je geen regering hebt? Europa gaat gewoon door.”

Eickhout vreest dat Nederland die slag in de landbouw deels al verloren heeft. Die discussie is een van de „hele fundamentele vraagstukken” die nu in Brussel worden besproken. Daar zijn ook Nederlandse ambtenaren bij betrokken, „maar met welk mandaat?” Elk land, zegt de Europarlementariër, „probeert een beetje te duwen in de sectoren die het fijn vindt. Wij willen graag schone auto’s, we hebben toch geen auto-industrie. Maar Nederland heeft relatief zware industrie. Strengere regels rond emissiehandel [fabrieken betalen in Europees verband voor hun uitstoot] kunnen Nederland raken.”

Illustratief is de uitblijvende aanvraag van Nederland bij het Europese coronaherstelfonds van 750 miljard euro. Nederland heeft recht op 5,6 miljard aan subsidie maar besloot eind vorig jaar dat de aanvraag door een nieuw kabinet wordt gedaan. Landen krijgen immers alleen geld als ze ook hervormingen doorvoeren. In het geval van Nederland zou het gaan om hervormingen op de arbeidsmarkt, en het verder beperken van de hypotheekrenteaftrek. „De ambtenaren hebben een aanvraag gewoon klaar liggen, maar ik snap het kabinet wel. Dat wil niet nog even op de valreep bepalen of de aftrek van de hypotheekrente verder wordt beperkt”, zegt Boot.

Erg spijtig, zegt Gerbrandy, dat de Brusselse herstelgelden niet worden aangevraagd. „De experts zeggen dan wel dat die miljarden voor Nederland op de plank blijven liggen. Dat zal wel, maar het is natuurlijk wel weer jammer dat die investeringen op zich laten wachten.”

VVD-Europarlementariër Jan Huitema ziet het probleem niet. „Wat de Commissie in juli presenteert, is slechts een voorstel. Het duurt vaak nog een jaar voordat er een echt besluit genomen wordt. Dan verwacht ik dat er een nieuw kabinet is. Intussen is de ambtelijke inbreng in lijn met het ambitieuze beleid van het huidige kabinet.” Huitema zit sinds 2014 in het Europarlement.

Industrie wacht op besluiten

Niet alleen Brussel wacht op antwoorden, ook bedrijven, gemeenten en provincies in Nederland zelf staan te springen om besluiten. Veel afspraken uit het klimaatakkoord van het kabinet Rutte III wachten nog op politieke besluiten. Boot ziet de grootste problemen ontstaan bij het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Huizen, kantoren en publieke gebouwen moeten de komende jaren met minder CO2-uitstoot worden verwarmd. De individuele cv-ketel wordt op termijn vervangen door bijvoorbeeld een hybride of elektrische warmtepomp of door de aansluiting aan een warmtenet. „Gemeenten moeten met hun plannen komen om hun wijken te verduurzamen maar zij weten nog niet hoe de subsidies er de komende jaren uitzien. Daardoor gaat de uitvoering nu wel stagneren.”

Bij landbouw is het volgens Boot nog urgenter dat er een kabinet komt, omdat daar nog veel besluiten nodig zijn om de uitstoot van zowel stikstof (natuur) als broeikasgassen (klimaat) te beperken. „Daar heb je echt nu richtinggevende besluiten nodig. Dat een regering zegt: we gaan iets aan de veestapel doen. Of andere maatregelen neemt. Zolang dat niet gebeurt, dreigt, oneerbiedig gezegd, rommelen in de marge.”

Maar landbouw en gebouwen zijn volgens Hans Grünfeld niet de enige sectoren waar snel stagnatie dreigt. Als directeur van VEMW vertegenwoordigt Grünfeld bedrijven die bij hun productie veel warmte of water gebruiken. „Ik maak me echt zorgen, want ik zie de transitie vastlopen”, zegt hij. Voordat industriebedrijven hun productie verduurzamen, moeten ze weten welke infrastructuur de overheid gaat aanleggen: extra elektriciteitsnetwerken, leidingen voor de afvoer van warmte. Grünfeld: „Het is echt heel hard nodig dat we een nieuw kabinet krijgen dat maatregelen gaat nemen. Ook bijvoorbeeld over de financiering van de energietransitie die nu via een opslag op de energierekening loopt. Dat moet echt anders, concludeerden ambtenaren van verschillende ministeries eerder dit jaar.”

Vorig jaar dacht Grünfeld op verzoek van de inmiddels vertrokken minister Eric Wiebes (Economische Zaken, VVD) mee over de vraag hoe de infrastructuur voor de industrie er uit moet zien. Hoe en wanneer kunnen bedrijven van gas of kolen overstappen op schonere elektriciteit of waterstof? „De verschillende industrieclusters [bijvoorbeeld Rotterdam Rijnmond of het Limburgse Chemelot] zitten te wachten op beslissingen. Waar komen nieuwe hoogspanningslijnen, waar kunnen we de komende jaren op andere verbindingen rekenen? Tot die tijd gaat niemand investeren.”

Volgens Grünfeld is de urgentie voor nieuw beleid niet alleen gegroeid door de aankomende Green Deal in Brussel. „We dreigen ook op een andere manier de boot te missen. Door de komst van president Biden zie je dat Amerika ons gaat inhalen. Een bedrijf als chemiebedrijf Dow, en dat geldt voor meer bedrijven met een Amerikaanse moeder, wil in in Nederland nu juist snel aan de slag met verduurzaming. Zij vrezen anders de interne concurrentieslag [om investeringen] van hun zusterbedrijven te verliezen.”