Opinie

Ook Omtzigt zag Rutte

Frits Abrahams

In huize Omtzigt trad even een diepe stilte in nadat de laatste geluiden van het tv-programma Nieuwsuur waren verklonken. Het Kamerlid zat op de bank in een verstarde houding enigszins verdoofd voor zich uit te kijken.

„Borreltje?”, vroeg Ayfer Koç, die we hierna gemakshalve ‘mevrouw Omtzigt’ zullen noemen, al was het alleen maar om niet steeds die c met dat sikje op het toetsenbord te moeten opzoeken.

„Niets liever”, zei Omtzigt dof.

Nog voordat zijn vrouw had kunnen inschenken, herkreeg hij zijn verbale vaardigheid. Op de ietwat temerige, verongelijkte toon die we zo goed van hem kennen, zei hij: „Het was nog bedroevender en nietszeggender dan ik had verwacht.”

Hij ging rechtop zitten en keek zijn vrouw strak aan alsof zij de interviewer was en niet Mariëlle Tweebeeke van Nieuwsuur. Parmantig imiteerde hij: „Ik ben hier niet gaan zitten om boete te doen. Ik ben trots op de afgelopen tien jaar. Het zou raar zijn als ik nu zou zeggen: ik stap op.”

„Rutte zegt het alsof-ie het zelf gelooft”, zei mevrouw Omtzigt.

Omtzigt schudde het hoofd. „Je moet hem zien als een begaafd acteur, iemand die zich zo sterk inleeft in zijn rol dat hij ermee samenvalt. Af en toe verwisselt hij van rol omdat de mensen ook weleens wat anders willen zien.”

Omtzigt stond op van de bank, rechtte zijn rug en declameerde uit volle borst: „Ik ga graag in gesprek met Pieter Omtzigt. Ik wil van hem weten: waar zit nou precies jouw boosheid? Ik heb het wel gelezen, maar ik wil dat van hem horen!”

Zijn vrouw schoot in de lach en nam nu zelf ook een borreltje. „Hij zegt dat hij zeer op je is gesteld”, kraaide ze. „Hij heeft tien jaar lang heel fijn met je samengewerkt!”

Omtzigt zakte terug op de bank, terwijl zijn gezicht versomberde alsof hij besefte dat er geen enkele reden was voor vrolijkheid. „Hij is zeer gesteld op iedereen die hij nodig heeft of denkt nodig te hebben. Zelfs Geert Wilders noemt hij een ‘geweldig aardige’ vent, ook al scheldt die hem al jarenlang uit voor een ‘geboren leugenaar’ die deel uitmaakt van een ‘politieke maffiabende’. Hoe weinig ruggengraat heb je als je dat van wie dan ook accepteert?”

„Maar wat nu?”, vroeg mevrouw Omtzigt, altijd paraat om de opstandigheid van haar man aan te wakkeren. „Ga je met hem praten?”

Hij zuchtte diep. „Wat bereik ik ermee? Ze zullen aan een groot charme-offensief beginnen, Rutte voorop en Wopke luistert mee achter de gordijnen. Alles onder het motto: ‘Hoe houden we Omtzigt in de club’. Ze zullen me de mooiste baantjes aanbieden, als ik maar mijn bek houd. Maar dat kan ik toch niet maken na alles wat ik over ‘de Haagse kliek’ gezegd heb?”

„Eigenlijk rest jou maar één ding”, riep zijn vrouw, niet zonder pathos. „Voor jezelf beginnen! Zal ik dat maar op Twitter gooien?”

„Makkelijk gezegd”, zei Omtzigt weifelend, „maar ik denk dan altijd aan Rita Verdonk. Haar politieke carrière was snel voorbij toen ze uit de VVD stapte.”

„Je kunt niet blijven aarzelen. Je kiezers willen hom of kuit.”

„Ik blijf nog een poosje overspannen”, besloot hij. „Laat Rutte en het CDA maar lekker zweten.” Hij nam nog een tweede borrel en voelde zich opeens heerlijk ontspannen.