Nationale Ombudsman: ‘Laat Rutte maar een club oprichten die onze rapporten leest’

Ombudsman De lessen van de Toeslagenaffaire zijn in Den Haag niet geleerd, zegt Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen. „Het was niet heel erg vernieuwend, waar Rutte het over had.”

Volgens Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen is er weinig veranderd in Den Haag sinds de Toeslagenaffaire. „Ik hoef geen vergezichten. Begin gewoon eens!”
Volgens Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen is er weinig veranderd in Den Haag sinds de Toeslagenaffaire. „Ik hoef geen vergezichten. Begin gewoon eens!” Foto David van Dam

Je zou denken dat Reinier van Zutphen, de Nationale Ombudsman, een gevoel van triomf ervoer toen het wantrouwen tussen overheid en burger voor het eerst sinds zijn aantreden in 2015 het centrale politieke thema in Den Haag werd. Het kabinet trad dit jaar af om de Toeslagenaffaire, die hij al in 2017 onder de aandacht bracht. In de formatie gaat het over een nieuwe bestuurscultuur, en demissionair premier Mark Rutte (VVD) ontvouwde maandag „radicale ideeën” hierover.

Maar Van Zutphen, die vandaag zijn jaarverslag naar de Tweede Kamer stuurt, trekt harde conclusies. De Toeslagenaffaire, zegt hij, „had een scheuring moeten veroorzaken met het mensbeeld van de burger als fraudeur, dat de afgelopen tien jaar politiek dominant is geweest. Dat is niet gebeurd. De affaire is onvoldoende disruptief geweest.”

Gebrekkige compensatie

In het jaarverslag wijst Van Zutphen op de gebrekkige afwikkeling van de affaire. Compensatie van slachtoffers is volgens het rapport „een regelrecht drama”. Geld werd te laat of helemaal niet uitgekeerd. „We staan hiermee nog maar aan het begin. Ik hoop dat het nu anders gaat dan voorheen. Maar het is vooral hoop en nog weinig signaal. Dezelfde mechanismen die destijds de mensen in de problemen brachten, zijn nu weer gaande. Slachtoffers benaderden ons met klachten dat de beloofde datum van 1 mei niet gehaald is, dat de beloofde dertigduizend euro nooit gestort is. Mensen zijn teleurgesteld.” Het aftreden van het kabinet-Rutte III in januari ziet Van Zutphen als „een afrekening tussen regering en parlement”. De burger staat er verder helemaal buiten.

Van Zutphen constateert dat „gebaande paden en bestaande processen” voor een eigen logica in Den Haag zorgen. „Het is voor politici en ambtenaren heel ingewikkeld om uit het eigen systeem te stappen. Alles wat de Toeslagenaffaire veroorzaakte is er nog: ambtenaren en politici die strak volgens de regels handelen, een hardheidsclausule in een wet opnemen die zo geformuleerd is dat ze nooit gebruikt wordt. Het helpen van mensen komt op de tweede plaats.”

Na de Toeslagenaffaire, zegt Van Zutphen, kan een vergelijkbare kwestie naar boven komen. „De huurtoeslag, de zorgtoeslag, het kindgebonden budget. We krijgen signalen dat ondernemers de Tijdelijke overbruggingsregeling in de coronacrisis moeten terugbetalen, terwijl ze zich netjes aan de regels hielden. De afrekencultuur bestaat nog altijd.”

Nieuwe bestuurscultuur

Vorige maand werd Reinier van Zutphen uitgenodigd bij informateur Herman Tjeenk Willink. Hij vertelde daar dat een nieuw kabinet van herstel van vertrouwen tussen overheid en burger een prioriteit moet maken. Sindsdien hebben alle partijen het over vertrouwen. Premier Rutte kwam op maandagavond, in een gesprek met Nieuwsuur, met zijn plannen voor een nieuwe bestuurscultuur. „Het was niet heel erg vernieuwend. Waar Rutte het over had, daar gaat het al jaren over. Het zou pas echt vernieuwend zijn geweest als hij zei: we gaan er gewoon mee beginnen. Ik hoef geen vergezichten. Begin gewoon eens!”

De burger komt er volgens Van Zutphen bekaaid af bij Rutte. „Pas in de laatste minuten van het interview kwam de burger aan bod. Het ging heel erg over macht en tegenmacht, vertrouwen tussen politici onderling. Maar mijn belang is dat de burger weer vertrouwen krijgt en dat de overheid betrouwbaar wordt. Als dat werkt, mag het van mij gaan over de relatie tussen regering en parlement.” Dualisme, waar Tjeenk Willink al jaren een punt van maakt, is voor de burger minder belangrijk als het om slecht functionerende wetten gaat, vindt Van Zutphen. Parlement en regering zijn immers allebei wetgever, en staan dus allebei soms tegenover de burger.

Betere toegang tot de rechter, een andere „radicaal idee” van Rutte, is op zichzelf geen slecht idee, vindt de Ombudsman. Maar, zegt hij: „Maar een heel kleine groep van mensen in de problemen komt daar terecht. Wij kregen een paar honderd klachten over de Toeslagenaffaire. Bij de rechter en Raad van State werden er misschien duizend tot vijftienhonderd zaken behandeld, terwijl het ging om zeker dertigduizend zaken. Het is vooral belangrijk dat de relatie met de overheid normaler wordt.”

‘Ruttes ‘nieuwe club’ bestaat al’

Rutte had het over de politieke cultuur in Den Haag: zo wil hij meer debat tussen de middenpartijen en meer fundamenteel debat in de ministerraad en de Tweede Kamer. Maar hij deed ook uitspraken over de relatie met burgers. Zo moet de overheid „menselijker” worden, en wil hij dat er „een club” komt die „gaat uitzoeken” waar het misgaat in de communicatie tussen burger en overheid.

Van Zutphen: „Hij moet maar eens hier langskomen, die club bestaat al sinds 1982, nota bene op initiatief van de VVD’er Ed Nijpels.”

Is die uitspraak van Rutte typerend voor de manier waarop de premier naar de Ombudsman kijkt? Van Zutphen: „Laat hij maar een club oprichten die onze rapporten leest. Deze club produceert allang kritische rapporten.”

Lees ook: Nationale Ombudsman ziet etnisch priofileren in alle lagen van de overheid