Recensie

Recensie Film

Morele verwording in Nederlands Vietnam

Oorlogsfilm ‘De Oost’, over de onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië, komt traag op gang, maar dan is het ook holderdebolder. Toch is het een tijdige, knappe film over onze weggemoffelde dekolonisatie.

‘De Oost’ adopteert thema’s uit de Vietnamfilm.
‘De Oost’ adopteert thema’s uit de Vietnamfilm. Foto Milan van Dril / New Amsterdam Film Company

Moordenaars! Nazi’s! Soldaat Johan de Vries (Martijn Lakemeier) wordt na zijn terugkeer uit de strijd in – dan nog – Nederlands-Indië onthaald op spandoeken en verfbommen. Dat is extra pijnlijk voor een zoon uit een NSB-nest, die zich wilde revancheren voor zijn vaders landverraad.

Jim Taihuttu adopteert in het sfeervolle De Oost, die deze week op Amazon Prime in première gaat, thema’s uit de Vietnamfilm. Vijanden – in Vietnam Charlie, hier Ploppers – blijven gezichtloos, het draait om onze jongens, hun verwording en hun slachtofferschap. Zo’n oorlogsepos is zeer welkom: anders dan de bezetting leidde de traumatische dekolonisatie bij ons nauwelijks tot speelfilms.

Bij Taihuttu is de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd een guerrillastrijd van lage intensiteit. Zijn held Johan raakt al snel gefrustreerd door de afwachtende sloomheid van het Nederlandse leger, dat zich beperkt tot patrouilles door doodsbange kampongs waar niemand iets durft te zeggen over opstandelingen. Sneuvelt een kameraad in een hinderlaag, dan volgen nauwelijks represailles. De jongens, want dat zijn het, mopperen en vloeken over ‘zwartjes’ en ‘apen’ en vermaken zich met stoere praatjes en bordeelbezoek. Johan valt voor prostituee Gita (Denise Aznam) en ziet dat aan voor liefde.

Dat landerige, authentiek geschilderde kampleven bezie je met milde interesse. Pas als de beruchte kapitein Raymond Westerling (Marwan Kenzari) per jeep het beeld inrijdt – de man is dol op een dramatische entree – krijgt De Oost ook intensiteit. Westerlings brute en effectieve optreden op Zuid-Celebes (het huidige Sulawesi) in 1946/47 houdt historici al ruim een halve eeuw bezig. Hij ontpopt zich tot een demonische mentor voor Johan; De Oost herinnert in dat opzicht aan Vietnamfilm Platoon. Melkmuil zoekt vaderfiguur: de stuurse Johan en de van zelfvertrouwen smeulende Westerling vormen een prima koppel.

Westerling, alias ‘De Turk’, blijkt een schimmige figuur met connecties die buiten het legerkamp woont, weet wat in de jungle speelt en op eigen houtje gedurfde raids organiseert. Heel anders dan de timide pennenlikkers van het reguliere leger; Johan sleept al te graag een accu aan als Westerling een Indonesische rebel elektrisch wil verhoren. Hij groeit uit tot een soort adjudant, absorbeert Westerlings romantische neodarwinisme – je bent jager of prooi. Een onafhankelijk Indonesië ziet de kapitein als feit, maar eerst moet met ijzeren vuist de orde hersteld. Als Westerling een elite-eenheid mag oprichten met carte blanche ontdekt Johan wat dat betekent.

De Oost is een verdienstelijke film met gebreken. Bij de prachtige panoramashots betreur je hem niet op groot doek te zien, de authentieke sfeer wordt discreet gesteund door een filmscore van koloniale deuntjes, Verdi – als Westerling een plaat mag opzetten – en broeierige gamelan-klanken. Terrence Malicks The Thin Red Line lijkt een inspiratiebron: natuurlyriek versus plots geweld, onderwatershots van Johan die voor doop, zuivering en een nieuw begin staan.

Minder sterk is Taihuttu’s gebruik van een onorthodoxe flash forward-structuur: door Johans tropische avontuur is een vervolg gemonteerd van zijn door PTSS en wrok getekend leven in wederopbouwend Nederland. Dat werkt met name in het begin verwarrend. Ook is De Oost een diesel die wat ongelijkmatig optrekt. Na anderhalf uur wandeltempo is het laatste half uur holderdebolder, als Westerling zijn radicale, theatrale concept van contraterreur uitvoert. Hij is geen ontspoorde kapitein Kurtz uit Apocalypse Now, maar een klinisch calculerende, door de legertop gedekte massapsycholoog die er voor het grotere goed van rust en orde onbekommerd op los moordt. Verzet zijn pupil zich, dan volgt een niet geheel overtuigende actiefilm-episode plus een operateske finale; de afgezwaaide Westerling zong niet onverdienstelijk opera.

De vaart is wat amechtig na zo’n broeierig begin; toch zie je een film liever langzaam op stoom komen dan als een nachtkaars uitdoven. Taihuttu’s focus op Johans verwording betaalt zich uit. Het is een individueel verhaal van een beschaamde, machteloze jongeman die door zijn krampachtige streven naar revanche in een moreel moeras belandt. En is daarmee best emblematisch voor het naoorlogse Nederlandse optreden in Indonesië, dat zolang collectief is weggemoffeld.