Opinie

Laat de publieke omroep televisie voor jongeren opgeven

Publieke omroep

Commentaar

Vooropgesteld: Andere Tijden moet natuurlijk blijven. Dit geschiedenisprogramma toont bij uitstek het bestaansrecht van de publieke omroep. Diens publieke taak is immers: het bieden van hoogwaardige informatie, educatie en cultuur voor zo veel mogelijk deelpublieken. Zoiets gooi je niet weg.

Lees ook de Zap van Arjen Fortuin: NPO1: een commerciële zender gefinancierd met belastinggeld

Ondanks de hoge kijkcijfers en waardering, ligt de publieke omroep wederom onder vuur. Het centrale NPO-bestuur, dat het geld en de zendtijd verdeelt, wil snijden in programma’s als Andere Tijden, Radar, Opgelicht en Opsporing verzocht. Wat deze uiteenlopende programma’s gemeen hebben: ze trekken een relatief oud tv-publiek. En de publieke omroep wil verjongen.

De tv-kijkers zijn al jaren aan het vergrijzen, de publieke omroep slaagt er steeds minder goed in kijkers onder de vijftig jaar te bereiken. Daar wil het NPO-bestuur nu eindelijk eens iets aan gaan doen. Lovenswaardig, maar het is de vraag of het weggooien van bovengenoemde gewaardeerde informatieve programma’s daaraan bijdraagt. Natuurlijk, je houdt wat meer geld over om jongerenprogramma’s te maken. Maar dat verandert niets aan het achterliggende probleem: jonge mensen kijken steeds minder televisie, wat voor programma’s je ook uitzendt.

Lees ook een interview met Martijn van Dam: ‘De publieke omroep moet ook online verbindend zijn’

Moet de publieke omroep het dan maar opgeven? Ja. Wel wat televisie betreft. Dat wordt steeds meer een medium voor oudere mensen. Dat is geen ramp – voorlopig zijn er genoeg vijftigplussers in Nederland.

Dat betekent echter niet dat de publieke omroep jongeren helemaal moet opgeven. Je moet ze alleen elders bedienen. Jongeren kijken wel veel naar online video's, op sociale media, YouTube, en via streamingdiensten. Op die online platforms moet de NPO dus zijn programma’s gaan aanbieden, op maat gesneden.

De omslag naar online kijken is al jaren aan de gang, toch blijft de NPO zijn aandacht voornamelijk op televisie richten. Dat komt doordat het zo goed gaat: de NPO is verreweg de best bekeken omroep, waar iedere avond miljoenen mensen op afstemmen. De dagelijkse talkshows en de journaals bepalen het gesprek van de dag. Moeilijk om iets met zoveel succes te veranderen.

Het hele NPO-systeem is ook gericht op televisie: zendermanagers verdelen de zendtijd, en daaraan hangen de programmabudgetten. Andersoortige platforms komen op de tweede plaats. Het budget voor online video is een fractie van het tv-budget. Daarnaast is de NPO nog altijd huiverig om de programma’s vrijelijk te verspreiden, bijvoorbeeld op YouTube. Mede omdat dan de programma’s hun publieke waarde zouden verliezen – het is immers niet meer duidelijk dat ze van de publieke omroep komen. Ook zou het merk ‘NPO’ zo verwateren. Maar die publieke waarde zit niet in het merk, maar in het programma zelf, als het goed is. En een publieke omroep zou helemaal niet bezig moeten zijn met commerciële kwesties als ‘het merk versterken’ en ‘marktleider blijven’.

Wat kan helpen is: het programmageld niet meer te laten verdelen door zendermanagers, maar door genremanagers: één manager voor series en films, één voor journalistiek en opinie, eentje voor lichte kost. Die genremanagers zouden de budgetten moeten loskoppelen van een plaatsje in het tv-uitzendschema. Laat de omroepen programma’s maken en kijk pas in tweede instantie welk platform daar het beste bij past. Overigens zijn dit geen revolutionaire ideeën, de NPO is er al langer mee bezig. Dat gaat alleen nogal langzaam. Het is makkelijker om iets weg te gooien dan om iets nieuws op te tuigen.