Filosofen waarschuwen al sinds de pandemie begon: komen we ooit af van de testsamenleving?

Coronamaatregelen Vraag mensen om een probleem op te lossen, en ze voegen bijna altijd iets toe in plaats van dat ze iets weghalen. Dat roept de vraag op: gaan we straks nog stoppen met al die QR-codes en corona-apps?

Illustratie Timber Sommerdijk

Gedragsonderzoeker Leidy Klotz had een onvervalst eurekamomentje toen hij met zijn zoontje Ezra een brug van lego aan het bouwen was. „De brug stond scheef”, vertelt hij aan de telefoon vanuit de Verenigde Staten, waar hij aan de universiteit van Virginia werkt. „Dus ik draai me om zodat ik een extra blokje kan pakken, om ’m recht te maken. Maar als ik terugkom, heeft Ezra er al een blokje áf gehaald: eigenlijk een efficiëntere oplossing. Ik realiseerde me dat het eraf halen van een blokje überhaupt niet in me was opgekomen.”

Dat inzicht leidde tot een serie onderzoeken, een publicatie in Nature en het boek Subtract, the Untapped Science of Less, dat deze week verscheen. „In ons streven om ons leven beter te maken, kiezen we er vooral voor om dingen toe te voegen”, zegt Klotz.

Hij liet proefpersonen uiteenlopende legobouwwerken aanpassen en verbeteren, en zag dat hij bepaald niet de enige was. De overgrote meerderheid van proefpersonen voegt blokjes toe in plaats van dat ze er iets af haalt. Het is volgens hem het bewijs dat mensen structureel de optie over het hoofd zien om iets weg te halen of ergens gewoon mee te stoppen. We maken het leven liever ingewikkelder dan simpeler.

Zijn Nature-publicatie ging de afgelopen weken viral. Zijn inzicht raakt blijkbaar een snaar. Nou ontbreekt het niet aan actuele voorbeelden van hoe mensen vaak kiezen voor méér, terwijl minder toch echt verstandiger is, van de klimaatcrisis tot stroperige bureaucratieën en overvolle agenda’s. Maar zijn bevindingen resoneren blijkbaar bijzonder sterk midden in een pandemie waarin een almaar complexer legobouwwerk aan maatregelen en technologische oplossingen tegen de verspreiding van het virus wordt opgetuigd.

Wat begon met een lockdown, is inmiddels aan het uitgroeien tot een ‘testsamenleving’, die de komende maanden verder vorm zal krijgen.

QR-codes, apps en andere technologische hulpmiddelen die ervoor moeten zorgen dat we coronavrij leuke dingen kunnen doen. Terrasje pakken? Eerst die QR-code scannen zodat de GGD je kan waarschuwen bij een uitbraak. Recreatieplek vol? Meld het aan handhaving met een appje. Vaccinatiepaspoorten, testbewijsapps: op reis gaan kan straks mogelijk niet meer zónder.

„We willen de vraag opwerpen: hoe veilig willen we zijn – en hoe tijdelijk zijn dit soort maatregelen?”

Hoe gaat het leven er deze zomer uitzien in die testmaatschappij? En daarna? Vergeten mensen straks ook dat er blokjes úít het bouwwerk van maatregelen, testbewijzen en controleapps kunnen worden gehaald?

„Toevallig is mijn zus arts op de spoedeisende hulp”, zegt Klotz. Zij vertelde hem laatst dat ze daar nog steeds procedures en checklists hebben waarin ze vragen moeten stellen over de eerste SARS-uitbraak. Dat was meer dan vijftien jaar geleden een probleem. „Dus het zou niet verbazen als we over tien jaar nog steeds overbodige procedures overhouden aan Covid-19, binnen en buiten het ziekenhuis. Als we nu de optie om dingen weg te halen over het hoofd zien, zal dat in de nabije toekomst niet anders zijn.”

Voorheen ondenkbaar

„Wat voor soort samenleving zijn wij aan het creëren?”, vraagt technologieonderzoeker Siri Beerends van medialab Setup en de Universiteit Twente zich af. „Wat voorheen ondenkbaar was, is nu geoorloofd”, volgens haar. „Wetswijzigingen worden doorgevoerd, studenten hangen hun kamers vol camera’s om tentamens te mogen maken.”

Om de enorme implicaties van die controlesamenleving tastbaar te maken, nodigden Beerends en haar collega’s van Setup diverse ontwerpers uit. Om concept-apps te maken voor de ‘open-up-samenleving’, die bewust de grenzen opzoeken van het toelaatbare.

Setup, een broedplaats van technologiekritische onderzoekers en kunstenaars, wil zo discussie losmaken. Zo maakten Nicky Liebregts en Niels Sinke bijvoorbeeld de app Whippr, gebaseerd op bdsm, bondageseks. De app gebruikt principes uit de bdsm-wereld om „een goede balans te vinden tussen macht, controle en vertrouwen”. Want hoe bepaal je voor welke bezoekjes je toestemming moet vragen aan de meester, en voor welke evenementen je eerst onderdanig je medische gegevens moet delen voordat je naar binnen mag? En wat is eigenlijk het stopwoordje van de CoronaCheck-app, waarmee je aangeeft dat je grenzen zijn bereikt – en de ander dat respecteert.

Andere ontwerpers, Gerjanne van Gink en Aina Seerden bijvoorbeeld, bedachten de Covid-Pack: „Hét analoge alternatief voor de corona-app”. Het bestaat uit een touw dat een bepaalde lengte heeft, en daarmee je bewegingsvrijheid bepaalt. De lengte van het touw wordt bepaald door hoe gezond je wordt bevonden. Behoor je tot een kwetsbare groep? Dan krijg je vijftig meter touw per week. Ben je gezond? Duizend meter touw per week. Vitaal beroep? Nou vooruit: dertigduizend meter.

Illustratie Timber Sommerdijk

De ontwerpers verzetten zich niet per se tegen alle maatregelen, apps en testen – die kunnen in sommige situaties best te rechtvaardigen zijn. Maar ze willen wel tastbaar maken op welke manier technologie sociale structuren beïnvloedt. Welke dynamiek ontstaat er bijvoorbeeld tussen mensen die de apps of vaccinatiepaspoorten wel gebruiken en mensen die dat niet doen? Beerends: „Ontstaat er een nieuwe tweedeling tussen mensen die dit nieuwe regime vanzelfsprekend vinden, en mensen voor wie dat niet zo is?”

Het zijn conceptuele apps en toepassingen, maar wel met een nogal serieuze ondertoon, vertelt Beerends. „We willen de vraag opwerpen: hoe veilig willen we zijn – en hoe tijdelijk zijn dit soort maatregelen? Het kan een gebed zonder eind worden. De grote vraag is: hoe faseer je deze controlemechanismes weer uit?”

Tot in het absurde

De projecten van Setup trekken de surveillance en beperkingen tot in het absurde door, maar het is de vraag hoe absurd dat werkelijk is. Het zou niet de eerste keer zijn dat surveillancetechnologie die eerst nogal onwerkelijk en dystopisch klinkt, binnen de kortste keren de normaalste zaak van de wereld is. Na de aanslagen van 11 september 2001 werd een zeer ingrijpend en allesomvattend digitaal surveillanceapparaat opgetuigd, en de veiligheidscontroles op luchthavens zijn nog altijd vele malen strenger dan ervoor. In de woorden van privacyklokkenluider Edward Snowden: „The emergency never ends.”

Filosofen waarschuwen al sinds het begin van de pandemie voor het verschijnsel dat een noodtoestand door overheden vaak wordt aangegrepen om bevoegdheden en ingrijpende controlemechanismes uit te breiden, om die vervolgens nooit meer terug te draaien.

„Als dit doel bereikt is, dan houden we met deze maatregel op: bij zoveel besmettingen, na zoveel maanden”

De Italiaanse filosoof Giorgio Agamben bijvoorbeeld. Volgens hem verschaft biosecurity, het buiten de deur houden van een biologische dreiging, een gevaarlijk alibi aan overheden om verregaande maatregelen in te voeren die nooit meer helemaal zullen weggaan. Hij noemt dat ‘technomedisch despotisme’. Volgens Agamben is het problematisch dat er, als er eenmaal zo’n controleapparaat is opgetuigd, geen heldere ondergrens meer is voor het inzetten ervan. Is dat nog rechtvaardig bij duizend besmettingen per dag? Drieduizend? En bij andere infectieziekten? En voor andere doeleinden?

Agamben wijst erop dat crises in het verleden een hele reeks aan ‘noodlottige technologieën’ hebben voortgebracht die nooit meer zijn afgeschaft, van prikkeldraad tot kernwapens.

Duistere agenda

De legoblokjesonderzoeken van Leidy Klotz wijzen erop dat het almaar uitbreiden van dit soort maatregelen niet eens onderdeel hoeft te zijn van een duistere agenda van ‘de elite’, zoals Agamben stelt. Misschien wel het grootste risico voor de ontsporing van de huidige surveillancemaatregelen, is de diep ingebakken menselijke neiging tot meer, meer, meer – en het structureel negeren van de meest simpele optie, namelijk: ergens mee stoppen, blokjes eraf halen.

Leidy Klotz toonde in één experiment aan dat mensen zelfs als het ze geld kost, nog altijd kiezen voor toevoegen in plaats van verwijderen.

In de studie moesten proefpersonen een opstelling van legoblokjes zó aanpassen dat het bouwwerk minder makkelijk kon instorten. In het experiment kregen de proefpersonen te horen: elk blokje dat je toevoegt, kost je 10 cent. Alsnog zag de meerderheid van de deelnemers de optie om blokjes te verwijderen over het hoofd. Zelfs als het evident tegen het eigenbelang in gaat, negeren veel mensen nog altijd de optie om dingen weg te halen.

Klotz ziet een oplossing in het explicieter maken van de optie om dingen te verwijderen, of het nou gaat om legoblokjes, overheidsregulering, consumptiegedrag of de manier waarop organisaties functioneren. Als de onderzoekers tegen de deelnemers expliciet zeiden: „Maar het weghalen van blokjes kost je niets”, steeg het aandeel van proefpersonen die blokjes weghaalden van 41 procent naar 61 procent. Zulke nudges, duwtjes in de goede richting, kunnen helpen om de balans te doen omslaan naar minderen in plaats van eindeloos stapelen, denkt hij.

Al vraagt hij zich ook af of dat genoeg is in het geval van surveillancemaatregelen. „Ik denk dat je daar explicieter zou kunnen inbouwen wanneer je er weer mee stopt. Als dit doel bereikt is, dan houden we met deze maatregel op: bij zoveel besmettingen, na zoveel maanden.” Als je ergens mee begint, moet je volgens hem eigenlijk ook altijd bedenken wanneer je er weer mee gaat stoppen. En hoe. Want vanzelf zal het niet gaan.

Aanvulling (13-5-2020, 11:35 uur): De motivatie van Setup is anders verwoord.