In het noorden komt er bos bij, in het zuiden verdwijnt bos juist

Natuur Terwijl er op het noordelijk halfrond de afgelopen zestig jaar bos bij kwam, maakten bomen in het zuiden plaats voor landbouwgrond.

Op het noordelijk halfrond is het oppervlak aan bos de afgelopen zestig jaar toegenomen, en dat aan landbouwgrond gekrompen. Het omgekeerde is gebeurd op het zuidelijk halfrond: sterke ontbossing en een uitbreiding van landbouwgrond. Dat blijkt uit een studie die deze dinsdag is gepubliceerd in Nature Communications. „Het noorden is z’n landbouw meer gaan offshoren naar het zuiden”, zegt fysisch geograaf Karina Winkler. Ze is eerste auteur van het artikel en promovendus aan de Wageningen UR en het Karlsruher Institut für Technologie.

De onderzoekers stelden een fijnmazige wereldkaart samen, waarbij elke vierkante kilometer landoppervlak werd ingedeeld in één van zes categoriëen: stad, weiland, gewasteelt, bos, niet beheerd gras- of struiklandschap, weinig of geen vegetatie. Ze deden dat op basis van satellietgegevens gecombineerd met karteringsdata van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) en van individuele landen, voor de periode 1960-2019.

Uit het onderzoek blijkt dat de ontbossing over die periode het sterkst was in de tropen. In Zuid-Amerika heeft tropisch bos (en ook savanne) plaatsgemaakt voor de grootschalige teelt van onder meer soja en suikerriet. Een deel van de soja wordt bijvoorbeeld als veevoer geëxporteerd naar de VS en Europa. In Nigeria en Kameroen gaat het om de teelt van onder meer de cacaoboom (chocolade), en in Zuidoost-Azië van de oliepalm (voor palmolie). Ook in delen van Alaska, Midden-Amerika, Oost-Rusland, Madagascar en Tasmanië was er netto ontbossing.

Grote implicaties

De bevindingen van het onderzoek zijn in lijn met het vorige maand verschenen rapport van het World Wide Fund for Nature (WWF). Daarin wordt de wereldwijde ontbossing voor een aanzienlijk deel (16 procent) gelinkt aan de consumptie in de EU.

Behalve de noord-zuid verschuivingen in bos- en landbouwgebied, zagen de onderzoekers nog een andere dynamiek. Over die zestig jaar veranderde netto 17 procent van al het landoppervlak op aarde van bestemming, en bijna tweederde van dat gebied veranderde meer dan één keer. „Een gebied is bijvoorbeeld eerst weiland, dan is er gewasteelt, dan komt er een woonwijk op”, legt Winkler uit. Of het gaat van bos naar weiland naar struiklandschap. De studie laat zien dat er veel meer dynamiek zit in het landgebruik dan tot nog toe gedacht. De onderzoekers zagen dit vooral in Europa, de VS, Australië en snel groeiende economieën als India en Nigeria.

Dat die dynamiek zoveel groter is dan gedacht, noemt Peter Verburg „een heel belangrijke bevinding”. Hij is hoogleraar milieugeografie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, en niet bij het onderzoek betrokken. „Het is een goed onderzoek, met grote implicaties”, zegt hij. Hij doelt onder meer op de netto toename van het bosgebied op het noordelijk halfrond. „Dat klinkt goed, want dan denk je: meer bos betekent meer biodiversiteit, en meer opname van CO2.” Maar als daar een heel dynamisch patroon onder ligt, betekent het dat bos her en der wordt aangeplant, en elders verdwijnt. Verburg: „En van een aangeplant bos weten we dat er veel minder biodiversiteit is dan een ouder bos dat je met rust laat en dat zich langzaam kan uitbreiden.” Ook legt de bodem van een aangeplant bos minder CO2 vast dan die van een bestaand, ouder bos, zegt hij.

Niet zo heel handig

Het klimaatbureau van de VN, het IPCC, houdt in zijn modellen nu te weinig rekening met die dynamiek, zegt Verburg. Daarmee wordt de hoeveelheid CO2 die kan worden opgenomen bij uitbreiding van het bosgebied wellicht te gunstig voorgesteld.

Volgens Verburg vraagt het een betere planning van het landgebruik. „We zijn nu niet zo heel handig bezig met ons land.”