Snotteren in een openbare ruimte - kunnen we dat straks nog maken?

Hoe doen we dat straks? Hoe gaan we over een jaar met elkaar om? Geven we elkaar een hand of blijft de ellebooggroet de norm? Vijf sociale situaties met de antwoorden van deskundigen.

Illustratie Timber Sommerdijk

Kuchen en snotteren in de openbare ruimte

De nonchalance die we voor de pandemie hadden ten aanzien van een verkoudheid, raken we structureel kwijt, zegt Mark van Vugt, hoogleraar evolutionaire psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. „Kuchen, hoesten, niesen en snotteren op het werk en in de trein accepteren we niet meer.” Sterker nog: we gaan er nog jaren boos over zijn, zegt hij. Die morele verontwaardiging blijft als iedereen is gevaccineerd.

Illustratie Timber Sommerdijk

Instinctief hebben we allerlei verdedigingsmechanismen tegen mensen die er ziek uitzien, legt hij uit. „Dat is een oeroude reflex die geactiveerd blijft. En een vaccin is iets van de moderne tijd, dat zit niet snel diepgeworteld in ons systeem. Als je iemand ziet die de tekenen vertoont van een besmettelijke ziekte zoals corona, dan is de wil om niet besmet te worden te groot.” En dus gaan we collega’s en andere mensen die snotteren en hoesten hierop aanspreken.

De toon waarop je dat doet, heb je natuurlijk zelf in de hand. Madelijn Strick, sociaal psycholoog aan de Universiteit Utrecht, vindt het verstandig als managers vooraf met hun team afspraken maken. Snotverkouden naar je werk komen was voorheen prima, het liet zien: ik ben een bikkel, ik werk gewoon door. „Nu moet de nieuwe norm worden besproken. Werk thuis als je verkouden bent.”

Voor managers komen er daarom specifieke trainingen, denkt Van Vugt. „Een snotterende collega verzoeken om naar huis te gaan, moet je durven. Daar moeten bepaalde vaardigheden voor worden ontwikkeld. Managers krijgen die taak erbij en zullen mensen vaker moeten corrigeren.”

Ook voor andere afspraken, zoals een ouderavond, de tandarts, de kapper en de pedicure, blijft nog lang de norm dat je niet komt als je verkoudheidsklachten hebt. Strick denkt wel dat mensen hier continu aan herinnerd moeten worden. Dus de tandarts en kapper zullen de voorwaarden voor een bezoek nog lang in hun bevestigingsmails moeten blijven communiceren.

Gaan we op de roltrap weer pal achter iemand staan of laten we er drie treden tussen?

In het verleden vonden we het hooguit vervelend als het druk was op het station of in de trein, „in de toekomst vinden we dat weerzinwekkend”, zegt hoogleraar evolutionaire psychologie Mark van Vugt. Als iemand klachten vertoont, gaan we afstand houden of spreken we diegene erop aan.

Standaard anderhalve meter afstand houden in de rij voor de bakker of wachtend op de metro doen we over een jaar niet meer. Sociaal psycholoog Madelijn Strick denkt ook dat de anderhalvemetersamenleving snel verdwijnt. „In het openbaar vervoer blijft de zitplaats naast je nu nog vrij, maar dat houdt snel op.

Sociale omgangsvormen worden weer zoals ze waren, tenzij je expliciet zegt dat je iets niet wilt.” Zoals op het werk elkaar met Oud en Nieuw en verjaardagen drie zoenen geven. „Veel mensen vonden dat voor corona al ongemakkelijk en zijn blij dat het nu niet hoeft. Teamleiders doen er goed aan om hier nieuwe afspraken over te maken met elkaar. Vergader over dit onderwerp en stel voor: zullen we dat niet meer doen?”

Gaan we voor een etentje onze vrienden vragen een sneltest te doen?

Illustratie Timber Sommerdijk

De behoefte aan veiligheid is sterk, zegt hoogleraar evolutionaire psychologieMark van Vugt, maar de behoefte aan intimiteit is altijd sterker. „Voor vrienden en familie maken we graag een uitzondering en zijn we bereid meer risico te lopen.” Bij aanvang van een groepsdiner gaan we daarom niet sneltesten, zegt hij. „Het voelt tegennatuurlijk om dat van je vrienden of familie te vragen. Ongezellig, ongastvrij. De reactie zal zijn: kom zeg, zo gaan we niet met familie om.”

Als je voor vrienden of familie iets organiseert, kan er vooraf wel communicatie over zijn, zegt sociaal psycholoog Madelijn Strick. Voor een familiedag kan worden afgesproken dat ouderen of kwetsbaren afstand willen houden. „Als iemand over een jaar met een uitgestoken hand naar je toekomt, is het moeilijk om hem niet te schudden. Dat voelt als een afwijzing. Nu is een afstandelijke groet oké, maar straks heb je toch weer iets uit te leggen als je dat wil blijven volhouden.” De ellebooggroet doen we over een jaar dus niet meer, zeggen beiden.

Blijven we mondkapjes dragen?

Een mondkapje dragen is een vorm van sociaal gedrag: je beschermt jezelf én een ander. Toch zijn mondkapjes over een jaar verdwenen uit het straatbeeld, denkt sociaal psycholoog Madelijn Strick. „Mensen vinden het onprettig om ze te dragen. De vraag is ook hoe beschermend ze zijn als je ziet hoe mensen ermee omgaan: het kapje wordt in de deuropening van een winkel snel uit de jaszak gegrist en eindeloos hergebruikt. Mensen zijn ook klaar met de vervuiling die het geeft, afgedankte of uit de zak gevallen mondkapjes liggen overal op straat, dat geeft ook irritatie.”

Mark van Vugt, hoogleraar evolutionaire psychologie, ziet het anders voor zich. „Mondkapjes blijven we dragen, maar dan op de Aziatische manier: als je je niet lekker voelt of symptomen hebt, draag je er één om anderen te beschermen.” Word je dan niet juist aangesproken? Of gaan mensen met een idioot grote boog om je heen lopen? „Zonder bescherming kuchen en niesen wordt onacceptabel. Snotteren wordt als roken: dat doe je niet in openbare gelegenheden. We accepteren het wel als mensen hun verantwoordelijkheid nemen en een duidelijke vorm van bescherming dragen.” Het gaat dan om noodzakelijke verplaatsingen, het is niet de bedoeling om met een mondkapje op naar kantoor of naar de kapper te gaan.

Vanuit de overheid zou er een herdenkingsmoment moeten komen, vindt Van Vugt. „Na de Tweede Wereldoorlog kwam Dodenherdenking. Voor de coronapandemie moet ook een herdenking komen, om te zorgen dat mensen zich blijven herinneren dat er veel doden zijn gevallen én dat we voorzichtig moeten blijven. Ook als we zijn gevaccineerd, kan er een ander virus ontstaan waartegen we niet zijn bestand.”

Gaan we minder airbnb’en of elkaars spullen lenen?

Illustratie Timber Sommerdijk

Xenofobie – angst voor vreemden – gaat meer voorkomen in de samenleving, zegt Mark van Vugt, hoogleraar evolutionaire psychologie. „We zullen argwanend zijn tegenover mensen die er anders uitzien of zich vreemd gedragen. Tegen mensen die niet uit onze eigen community komen, zullen we ons in eerste instantie terughoudend gedragen.” Sociaal psycholoog Madelijn Strick verwacht dat we de komende maanden flink gaan reizen en vreemde landen en culturen willen ontdekken. „Vooral jonge mensen gaan de dingen die ze een jaar niet mochten juist weer massaal doen. Op reis, naar festivals, zeker als je gevaccineerd bent. Over een jaar zijn we gewend aan onze herwonnen vrijheid en vallen we terug in ons pre-coronagedrag.”

De collectieve angst neemt af en straks zit je moeiteloos weer acht uur naast iemand in het vliegtuig naar Mexico. Strick: „De groep die smetvrees heeft overgehouden aan de pandemie is heel klein. De mensen die daar last van hebben, waren daar vóór corona al gevoelig voor. We gaan iets meer letten op persoonlijke hygiëne, vaker handen wassen bijvoorbeeld, maar we gaan er niet panisch over doen.”

Airbnb komt ook weer op gang, denkt zij. En over een jaar leen je weer gedachteloos de pen van je collega of neem je tijdens een presentatie zijn of haar tablet of toetsenbord even over.