Opinie

De terugkeer van ‘Faces of Death’

Gruwelfilm ‘Faces of Death’ krijgt een remake. De hamvraag destijds: is het echt of niet? Nu doet de film Coen van Zwol oubollig aan – er is tegenwoordig online veel echtere en ergere horror te vinden.

Coen van Zwol

Legendary Pictures komt met een remake van de gruwelfilm Faces of Death. Of eerder een ‘herverbeelding’: een moderator van YouTube stuit op filmpjes die de moorden van deze legendarische cultfilm dunnetjes overdoen. Is het bloed echt of nep?

Een sluw concept van Isa Mazzei en Daniel Goldhaber, bekend van de Black Mirror-achtige Netflixfilm Cam. Want dat was indertijd de hamvraag bij Faces of Death. Het is allemaal echt! Welnee joh! Toen de Amerikaan John Allen Schwarz zijn film in 1978 uitbracht onder het pseudoniem Conan LeCilaire – Frans voor ‘Conan the killer’, dacht hij – leek het een nakomertje in het uitgemolken Mondo-genre. Deze pseudodocumentaires volgden het recept van Mondo Cane (Hondenwereld, 1962): een sonore gezagsdrager, liefst een arts, voorziet filmpjes over seks, geweld, exotische stammen, waanzin, decadentie en ranzigheid van moralistisch commentaar. Veel is in scène gezet, een deel authentiek. De films draaiden ’s nachts in de gribusbioscoop of de drive-in.

‘Verboden in 46 landen’, schreeuwde de cassettehoes van ‘Faces of Death’

In Faces of Death reisde patholoog Francis B. Gröss – what’s in a name – de wereld over om de ‘vele gezichten van de dood’ te verzamelen. Een uitputtende ‘bibliotheek’ volgt, van zeehond meppen tot kip zonder kop en van kannibalensekte tot atoombom. De hoogtepunten zijn grotendeels nep: een amechtig schuddende camera suggereert dan hevige agitatie. Zo raakt een fietser van papier-maché onder een pick-up, verscheurt een alligator een parkwachter en schuimbekt een moordenaar op de elektrische stoel. Berucht werden de wufte toeristen die een in de dinertafel gemonteerd aapje de schedel inslaan en zijn hersenen opsmikkelen (rood geverfde bloemkoolroosjes naar het schijnt). Steven Spielberg stal die delicatesse voor zijn verbazend racistische Indiase dinerscène in Indiana Jones-film The Temple Of Doom (1984).

Schwarz maakte de film indertijd voor de Japanse markt, maar het werd een undergroundhit en kreeg echt vleugels met de opkomst van de videotheek rond 1980. Faces of Death ging daar als ultieme ‘video nasty’ min of meer viraal. ‘Verboden in 46 landen’, schreeuwde de cassettehoes. Als puber moest je hem gezien hebben, al was het maar als ‘challenge’. Want dit was zo erg dat het gewoonweg verschrikkelijk was.

Er volgden vervolgfilms en golfjes morele paniek. In 1995, 17 jaar na deel één, was Den Haag nog in rep en roer over Faces of Death. Volgens een peiling had een op de drie scholieren de film gezien, of beweerde dat. Er waren Kamervragen, staatssecretaris Erica Terpstra vond dat het „nu maar eens afgelopen moest zijn” en wilde het aanbieden van ‘geweldsporno’ aan minderjarigen in het strafrecht.

Daarna werd het stil. Ik trof Faces of Death deze week op YouTube en vulde een leemte in mijn filmeducatie. Een zware zit: anno 2021 ervaar je het vooral als oubollig. Nu iedereen dankzij het mobieltje documentairemaker is, puilen sites als LiveLeaks uit van veel ergere en echtere horror. Toen ik deze week op Facebook vroeg om de film die mijn vrienden als kind het meest traumatiseerde, was dat veel Jaws, The Exorcist en zelfs Heidi. Nooit Faces of Death, altijd meer een fenomeen en een zwarte legende dan een film.

Coen van Zwol is filmredacteur