De stamboom herstarten

De verhouding muzikant - instrument is precair. onderzoekt hoe dat voelt. Deze week: Tim Kliphuis over zijn viool.
Nederland, Hilversum, 29-04-2021. Portret van violist Tim Kliphuis. Foto: Andreas Terlaak
Nederland, Hilversum, 29-04-2021. Portret van violist Tim Kliphuis. Foto: Andreas Terlaak Andreas Terlaak

Als een verzameling plankjes had de viool tientallen jaren tussen kolen, gruis en stof gelegen. Het roet is in het hout getrokken. Een vioolbouwer kocht en restaureerde hem en belde vervolgens jazz-violist Tim Kliphuis. Die zocht al een tijdje een waardige opvolger voor zijn ‘Italiaan’, een Testore van driehonderd jaar oud, die hij na zijn studie bij het conservatorium had moeten achterlaten.

Kliphuis vond hem prachtig. „Als een instrument er mooi uitziet, speel je er mooier op”, zegt hij. Bovendien, het voelde goed, die lange hals. Toegegeven, daardoor mist de hoge e een „hysterische randje”, maar klinkt hij extra diep op de g- en d-snaar. „Ik heb deze viool echt wakker gespeeld. De vaten van het hout zaten dicht. Door te spelen, door trillingen, open je die minuscule klankkamers.”

Violist Tim Kliphuis

Inmiddels klinkt de viool op bijna twintig albums en zag die samen met Kliphuis concertzalen rond de hele wereld. Hij blijkt uitstekend geschikt voor zijn glissando’s, glijers uit de gypsy-jazz, en zijn snelle aanslag en ritmische improvisaties. Een perfecte match bij zijn subtiele strijkstok.

Het originele etiket zat nog op de plankjes. Jean Sohet maakte hem in 1805 in Luik. „Kijk, hij gebruikte een stuk hout met een knoest erin. En aan de achterkant zit een verkleuring. In mijn fantasie is dat een kogelgat uit de Napoleontische tijd.” In die onorthodoxe, grove bouw herkent Kliphuis iets van zijn favoriete bouwer Guarnieri. „Die bouwde violen die scheef waren. Violen met kloten, mooier dan Stradivarius.”

Er zijn meer beschadigingen. Het scheurtje onder de snaren is erin gesprongen tijdens drie weken Siberië. „We reisden in een warm gestookte trein, daarna loop je door de sneeuw bij min vijfentwintig. Kou en droogte werken op het hout. De stemknoppen sprongen spontaan los. Toink!” Hij vulde de draaigaten op met bordkrijt om nog te kunnen spelen. Het is juist de relatieve klimaatbestendigheid die zijn viool de ideale reispartner maakt. Want of het nou vrieskou is of tropische hitte in een Braziliaanse kerk, hij klinkt altijd goed.

Op het nieuwe album van zijn trio The Five Elements, laat Kliphuis de gypsy-jazz los en speelt meer neoklassiek en minimal. Meer herhalingen van noten. Zelf moest hij het nog een beetje ontdekken, maar het leek of het instrument hielp. „Hij begon op een bepaald moment mooi te gonzen, de drie afzonderlijke noten vormden een akkoord.”

Wat de Sohet niet heeft, is ‘pedigree’, zoals die oude Italianen: een stamboom waar je je als bespeler in moet voegen. „Een instrument verandert door de gebruikers die het eeuwenlang heeft gehad. Je merkt dat je handen zich vanzelf schikken naar de grepen van eerdere eigenaars.” De Sohet was vijftig jaar lang niet bespeeld, en de sporen van voorgangers vervaagd. Nu is het Kliphuis die de stamboom herstart, door zijn spel zal een volgende gebruiker merken dat de viool makkelijk ritmisch speelt en helpt bij improvisaties.

Er is een Belg die het instrument ongezien van hem wil kopen, iemand die gefascineerd is door Sohet. „Maar deze is van mij, hij blijft de rest van mijn leven bij me.”