De zeven voornemens van Mark Rutte - wat zei de premier precies?

Bestuurscultuur Rutte reflecteerde maandag op zijn soms te sterke drang naar „controle” en een „goede sfeer”. In het tv-gesprek dat volgde liet hij zien dat hij die neiging toch nog niet kan onderdrukken.

Foto David van Dam

Overmatige controledrang, om de sfeer in de coalitie goed te houden: Mark Rutte gaf maandag toe dat hij zich daar inderdaad schuldig aan heeft gemaakt. In een interview met Nieuwsuur zette hij uiteen hoe hij aankijkt tegen de nieuwe bestuurscultuur waar iedereen in politiek Den Haag het nu over heeft. Hij had eerder beloofd met „radicale ideeën” te zullen komen.

Dat bleek maandag overdreven. Wat Rutte voorstelt, is vooral voor zijn eigen VVD radicaal te noemen, zoals betere toegang tot het recht – juist op dat terrein werd de afgelopen jaren hard bezuinigd. Andere politieke partijen waarschuwen al langer en luider voor het uitkleden van de sociale advocatuur.

Maar wat vooral opviel aan het interview is hoe rolvast Rutte nog steeds is, ondanks de belofte van een nieuwe bestuurscultuur. Hier zat iemand die controle en een goede sfeer nog steeds héél belangrijk vindt. Hij was extra aardig voor Pieter Omtzigt, het CDA-Kamerlid dat vermoeid thuis zit, maar de sleutel van de formatie in handen lijkt te hebben. En de „radicale ideeën” van Rutte leken maandag sterk op die van partijen waarmee hij de komende weken zaken moet doen. „Ik ga niet opeens alles anders doen”, zo temperde Rutte de verwachtingen al tijdens het interview. Maar wat dan wel?

1 Meer tegenstellingen toelaten

„Heb ik zelf misschien de afgelopen jaren, in mijn streven naar goede sfeer, snelle besluiten – en ook controle? ja absoluut – misschien zelf te veel bijgedragen aan het laten wegebben van de grote tegenstellingen in de politiek?”

Dit was een boodschap waar Rutte mee móést komen, om de formatie te redden: hij had zelfreflectie beloofd, hij moest de fouten ook bij zichzelf zoeken. Onwaar is het allemaal niet. Rutte staat erom bekend dat hij mensen die kritisch over hem zijn, graag ‘omarmt’. Hij prijst hen publiekelijk de hemel in, of hij nodigt hen uit voor koffie op het Torentje, of een etentje. Als bewindslieden problemen hebben met elkaar, laat hij hen die zoveel mogelijk zélf oplossen. Dus daar houdt zijn verlangen naar ‘goede sfeer’ meestal wel op.

Dat hij zijn behoefte aan controle noemde, kwam door Nieuwsuur-presentator Mariëlle Tweebeeke: zíj begon erover. En niet voor niets. Rutte staat bekend als een controlfreak. Als een bewindspersoon weleens moeite had met deals die hij had gesloten en daar iets van liet merken – zoals CDA’er Hans Hillen als Defensieminister over de Kunduzmissie in 2011 – kreeg die de woede van Rutte over zich heen. En zelfs de dreiging van ontslag.

2 Minder achterkamertjes

„Hoe ga je om met de politieke discussies? Ga je door met die uitgebreide overleggen die er zijn tussen kabinet en fracties?”

In de Tweede Kamer was Rutte twee weken geleden al begonnen over het zogenoemde ‘coalitieoverleg’: elke maandag kwamen de premier, de vicepremiers en de fractievoorzitters van de coalitiepartijen bij elkaar om ruzies uit te praten en compromissen te bedenken over ingewikkelde kwesties, zoals het kinderpardon, stikstof, klimaat. Het lijkt zo goed als zeker dat de VVD in de formatie zal voorstellen om dat overleg af te schaffen. De grote vraag zal zijn: zal Rutte het als premier van een volgend kabinet kunnen verdragen dat problemen níét in die overlegjes worden opgelost? Of komen er dan gewoon nieuwe, minder zichtbare overlegjes bij? Rutte zelf zei maandag dat de „grote, maatschappelijke, politieke discussies” weer terug moeten naar de ministerraad en „vervolgens ga je naar de Kamer”.

Rutte zei in zoveel woorden dat hij, terugkijkend, zijn drang naar controle, efficiëntie en snelheid verdedigbaar vindt, gezien de vele crises van de afgelopen tien jaar (rond de euro, migratie en nu corona). Hij noemde het zelfs zijn „plicht” om zo te handelen. Maar aan die neiging zit ook „een negatieve kant”, erkende hij. Het leidt ertoe dat „maatschappelijke tegenstellingen niet meer zichtbaar” zijn en dat maakt het voor partijen moeilijker om zich te profileren in het debat. Ook aan grote maatschappelijke akkoorden met vakbonden en werkgevers, vindt Rutte, moet een Kamerdebat voorafgaan. Het kabinet moet volgens hem niet meer „zomaar” gaan onderhandelen met werkgevers en vakbonden.

3 Informatie makkelijker vrijgeven

„Wij moeten veel meer inzicht geven in wat er onderliggend aan besluiten ligt.”

Rutte hield maandag een warm pleidooi voor het „eerder” vrijgeven van ambtelijke beleidsstukken en andere stukken die door journalisten worden opgevraagd onder de ‘WOB’. Hij toonde begrip voor de „grote irritatie” van journalisten als ze stukken niet krijgen, of alleen in sterk geredigeerde vorm. Tegelijkertijd maakte Rutte duidelijk dat dit zeker geen nieuw idee is: zijn kabinet zette volgens hem al in januari stappen om opener te zijn. Dus ná het rapport over de Toeslagenaffaire, maar ruim vóór de discussie nu over de noodzaak van een nieuwe bestuurscultuur. Rutte wil laten zien dat hij er al langer over nadenkt.

4 Meer menselijke maat

„Het belangrijkste is niet de relatie kabinet-Kamer. Voor mij is het belangrijkste de relatie burger-uitvoering, want daar gaat de Toeslagenaffaire ook over en daar heeft Pieter Omtzigt het ook over.”

Rutte vindt dat de burgers die geen gehoor krijgen bij uitvoeringsorganisaties terecht moeten kunnen bij „een club die tussen kabinet en Kamer staat”. De overheid krijgt zo weer „een menselijk gezicht”. Bovendien zou deze club bij zorgelijke trends niet alleen rapporteren aan het kabinet maar ook aan de Kamer. Dit was maandag een van de weinige echt nieuwe voorstellen die Rutte deed, maar meteen ook een van de opmerkelijkste, want in feite is die club er al, in de vorm van de Nationale Ombudsman. En die waarschuwde in 2017 al voor de uitwassen van het Toeslagenbeleid, maar vond nauwelijks gehoor. Welke garantie is er dan dat er wel wordt geluisterd naar een nieuwe ‘club’?

Rutte vindt verder dat elke uitvoeringsorganisatie „een plan” moet maken om „de menselijke maat” weer voorop te stellen.

5 Betere toegang tot het recht

„De afgelopen jaren is er zeventig miljoen extra naar het recht gegaan, maar belangrijker is: hoe organiseer je het?”

In de afgelopen jaren toonde de VVD bar weinig enthousiasme voor de sociale advocatuur. De gesubsidieerde rechtsbijstand werd te duur gevonden. Burgers zouden er te gemakkelijk een beroep op kunnen doen. Advocaten zouden maar blijven doorprocederen, omdat ze per proces en niet per zaak worden betaald. Door griffierechten te verhogen, moest een drempel worden opgehoogd. Dat Rutte maandag zelf begon over het laagdrempeliger maken van het recht is dus opmerkelijk. Hij verwees terloops naar een recente, breed aangenomen motie van PvdA en GroenLinks. Die partijen, die mogelijk nodig zijn om een nieuw kabinet van de grond te krijgen, willen dat er meer geld komt voor de sociale advocatuur en toezichtsclubs zoals de Nationale ombudsman en de Algemene Rekenkamer. Het stond allemaal níét in het VVD-verkiezingsprogramma, het lijkt nu wel door die partij te worden omarmd.

6 Beter doorvragen, minder vergeten

„Er wordt vaak gedacht: het is ook wel handig dat hij het even niet meer weet, misschien is het een handigheidje. Dat is niet. Je kunt niet tien jaar premier zijn en in handigheidjes werken.”

„Ik lieg niet en probeer geen dingen toe te dekken”, zei Rutte maandag ter verdediging van zijn geregeld terugkerende geheugenverlies. Volgens de premier mist hij wel vaker wat, omdat hij gewoon heel veel dossiers moet bijhouden. „Op mijn bureau komt er ongelooflijk veel voorbij.” Hij vroeg hier „begrip” voor, maar beloofde ook beterschap. Dat kan volgens hem vooral door dossiers minder snel te laten passeren. „Weet ik hier alle details van? Heb ik hier op doorgevraagd? Dat is een paar keer niet goed gegaan en dat erken ik.” Over het functioneren van zijn eigen ministerie van Algemene Zaken volgde géén reflectie. Geregeld wordt geopperd dat de kleine omvang daarvan wellicht niet langer in verhouding staat tot de dominante rol die de premier is gaan innemen in het Nederlandse staatsbestel.

Rutte bood uitgebreid excuses aan voor zijn geheugenverlies inzake Omtzigt. „Ik heb een grote fout gemaakt.” Maar hij bestreed wel opnieuw dat hij het in negatieve zin over het CDA-Kamerlid had gehad in de verkennende fase van de formatie. Het beruchte „functie elders” ging niet over het uitrangeren van Omtzigt, maar juist over het toekennen van een ministerschap aan de sterpoliticus.

7 Vrede sluiten met Omtzigt

„We hebben de afgelopen dagen toevallig sms-contact gehad en hij is bereid tot een gesprek.”

Rutte had iemand anders contact laten opnemen met de CDA’er die al maanden vermoeid thuis zit. En Omtzigt bleek voor een gesprek open te staan. „Hij moet eerst nog wel wat meer herstellen.” De instabiliteit van het CDA is al heel lang een grote zorg van de VVD. Als die partij, door intern verzet van vooral Omtzigt, niet mee wil doen aan een kabinet-Rutte IV, wordt zo’n kabinet wel heel ingewikkeld. Voor Rutte hangt er dus veel van af om dat probleem op te lossen. Bij Nieuwsuur zei Rutte dat hij „een heel persoonlijk gesprek met Pieter” wilde hebben, met wie hij de afgelopen tien jaar „heel goed” had samengewerkt „op tal van terreinen”. Het was de Rutte-op-zoek-naar-goede-sfeer voluit in actie. Hij zei dat hij „zeer” op Omtzigt is „gesteld” en nu precies wil weten: „Waar zit jouw boosheid?”