Qasim helpt ‘vogeltjes’ naar Europa te komen

Wie: Qasim

Kwestie: poging tot afpersing, belaging, bedreiging, sigarettenhandel, mensensmokkel

Waar: rechtbank Den Haag

De Zitting

De uitblinker tijdens de lange middag in de Haagse rechtbank is de tolk Arabisch die zich door de geagiteerde verdachte noch de barse rechter laat kisten. Hij maant de sprekers met de hand, spreekt sonoor, vat rustig samen. De voorzitter herpakt zich halverwege. „Ik moet me niet laten meeslepen en niet de tolk aanspreken, maar de verdachte.”

Qasim (43) is een Iraakse Koerd, een kleine, enigszins gezette man die nu veertien maanden vastzit. Hij praat veel. Hoofdzakelijk ontkennend, bagatelliserend of alles héél anders interpreterend. De advocaat bepleit vrijspraak, omdat het Openbaar Ministerie niet bereid was ontlastende camerabeelden te zoeken en extra getuigen te ondervragen, en vanwege het zware voorarrest door corona: geen bezoek, herhaalde quarantaines, isolatie dus.

De zaak speelt in de gesloten wereld van de Koerdische diaspora, die elkaar Europa helpen bereiken – en dan bij voorkeur het Verenigd Koninkrijk. Qasim heeft veel feiten tegen zich. Sinds 2015 is hij in Nederland waarvan al één jaar in de gevangenis, na een veroordeling wegens mensenhandel. „Een grote fout”, zegt hij nu. Hij runt in Nederland een bedrijfje dat kabels legt en wil hier een „behoorlijk bestaan” opbouwen. Wat de officier in zijn requisitoir zegt te betwijfelen.

Bij Qasims arrestatie werden 2.500 pakjes President-sigaretten aangetroffen, zonder accijnszegel. Uit afgetapte gesprekken bleek dat hij die stiekem verhandelde. Hij zou verder als chauffeur tegen betaling twee landgenoten uit Frankrijk naar een Nederlands hotel hebben vervoerd, van wie één illegaal was. Daarvan zijn beelden, appgesprekken en peildata naar zendmasten die zijn route bevestigen. En er zijn nog allerlei min of meer losse appgesprekken met mensensmokkelaars die de Franse politie goed kent, waarin hij omfloerst praat over reisbewegingen „naar boven” of „naar beneden”, eventueel met „een vogeltje”. Over paspoorten, reisdata en bedragen van „5.000 per persoon”. Qasim stuurde ook foto’s van personenbusjes, waar hij over beschikte, naar zijn contacten. Er zou gewoontevorming zijn, denkt de officier, van mensensmokkel. „Maar van wie dan!?” roept Qasim bij herhaling. De voorzitter noemt het dossier bij dit feit „nogal een puzzel”.

En dan is er de kwestie bedreiging en afpersing. Volgens Qasim betrof dit niet meer dan een respectvolle, maar wel dringende incasso namens een neef die 36.000 euro betaalde aan een landgenoot voor een visum, maar dat niet kreeg. Qasim moest dat geld van die landgenoot terug zien te krijgen. Hij zou deze persoon thuis en op het werk hebben lastiggevallen. En hebben gezegd diens dochter en vrouw te verkrachten én accuzuur in het gezicht te gooien. Het dossier bevat ook een afgetapt gesprek met diens schoonmoeder in Bagdad, met de opdracht haar schoonzoon van betaling te overtuigen. Want anders. Verder zou hij het schooladres van de kinderen hebben achterhaald. En bij de ‘respectvolle’ ontmoetingen zou Qasim, en een medeplichtige een mes bij zich hebben gedragen. Dat wuift Qasim weg met een beroep op zijn kabelbedrijf waar ‘cutters’ gebruikt worden – dáár werd aan gerefereerd. Van bedreigingen was evenmin sprake, hooguit van „een manier van praten, cultureel gezien”, waarin je dan een Bagdadse schoonmoeder belt en haar met ‘lieve mama’ aanspreekt. En uitlegt dat de neef die dat geld afstond hulpbehoevend is, en zielig, en een ziek kind heeft. Als zij het leven van haar dochter belangrijk vindt, „regel dan dat geld”. Ja maar, werpt de rechter tegen, als u op Allah zweert haar te doden, is dat dan ‘vriendelijk vragen?’ Nee, zegt Qasim, dat is verkeerd vertaald of verkeerd begrepen. Of allebei.

De officier eist in totaal zes jaar cel voor Qasim, die inmiddels ongewenst is verklaard en na zijn straf dus illegaal. De rechtbank oordeelt dat er genoeg bewijs is voor poging tot afpersing, sigarettenhandel, mensensmokkel en behulpzaam zijn bij mensensmokkel. Daarvoor is drie jaar cel op zich genoeg. Maar aangezien hij na zijn vorige straf voor mensensmokkel meteen in herhaling viel, wordt het vier jaar.