Nu al vertraging voor nieuw pensioenstelsel

Pensioenwet Demissionair minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) heeft meer tijd nodig voor zijn pensioenwet. Seniorenorganisaties waarschuwen voor onzekerheid en afnemend draagvlak.

Demissionair minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, D66).
Demissionair minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, D66). Foto Bart Maat/ANP

De hervorming van het pensioenstelsel loopt nu al vertraging op. Pensioenfondsen krijgen tot 1 januari 2027 de tijd om over te stappen op de nieuwe verdeelregels, een jaar later dan gepland.

Reden van de vertraging is dat demissionair minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) meer tijd nodig heeft voor zijn nieuwe pensioenwet. Die kan hij of zijn opvolger op zijn vroegst begin 2022 naar het parlement sturen, schreef hij maandag aan de Tweede Kamer. Deze wet vormt de uitwerking van het pensioenakkoord dat het kabinet in 2019 sloot met werkgeversorganisaties en vakbonden.

Eind vorig jaar was Koolmees al klaar met een concept van deze pensioenwet, waar burgers en betrokken organisaties op mochten reageren. Dat leidde tot meer dan achthonderd reacties, waarvan tientallen zeer uitgebreid. Het bekijken en „wegen” van die reacties duurt langer dan verwacht, schrijft de minister. Mede omdat het „complexe materie” is en omdat er veel overleg nodig is met „betrokken partijen als sociale partners, pensioenuitvoerders en toezichthouders”.

‘Onzekerheid neemt toe’

Vakbond CNV noemt het uitstel „een hard gelag voor veel gepensioneerden die nu nog een jaar langer moeten wachten op indexatie”. Onder de nieuwe regels hoeven pensioenfondsen minder geld op te potten in reserves. Winsten kunnen zij eerder uitdelen. Maar na verliezen gaan de pensioenen ook sneller omlaag.

Lees ook: Dit betekent het pensioenakkoord voor jou

Drie seniorenorganisaties schrijven in een reactie dat dit uitstel „de onzekerheid, zeker ook onder gepensioneerden” vergroot. De Koepel Gepensioneerden, Anbo en KBO-PCOB zeggen te begrijpen dat zorgvuldigheid belangrijker is dan snelheid. Maar zij vrezen dat met deze onzekerheid ook het draagvlak voor de veranderingen afneemt. „Een risico dat de minister zich moet aanrekenen.”

Koolmees meldde de Tweede Kamer maandag ook wat hij vindt van het voorstel om mensen die 45 jaar gewerkt hebben, recht te geven op een AOW-uitkering. In januari concludeerde zijn ministerie al dat zo'n regeling buitengewoon ingewikkeld zou worden. Koolmees is dan ook geen voorstander van deze „generieke regeling”, schrijft hij aan de Kamer.

Lees ook: Ministerie: AOW na 45 jaar arbeid stuit op vele bezwaren

De vakbonden willen al langer dat het kabinet mensen tegemoet komt die al vanaf jonge leeftijd zwaar werk verrichten. Zij zouden eerder met pensioen moeten kunnen dan mensen die pas later begonnen te werken of lichter werk verrichten. Daarom werd in het pensioenakkoord afgesproken dat onderzocht moet worden of werknemers na 45 dienstjaren recht kunnen krijgen op een AOW-uitkering.

Tal van bezwaren

Maar zo’n regeling stuit op tal van bezwaren, stond in dat onderzoek, uitgevoerd door het ministerie van Sociale Zaken. Het wordt duur en praktisch onuitvoerbaar. Daarnaast is het de vraag of de juiste doelgroepen hiermee worden geholpen. Mensen met een zwaar beroep werken gemiddeld genomen niet meer dienstjaren dan mensen zonder een zwaar beroep, stond in het rapport. Bovendien bestaat de groep werkenden met 45 dienstjaren voor het grootste deel uit „middelbaar en hoger opgeleiden”. Een alternatieve regeling voor alleen laagopgeleiden is ook niet haalbaar, want de informatie in het diplomaregister gaat niet ver genoeg terug.

Eerder al concludeerden de vakbonden zelf, samen met de werkgeversorganisaties, dat een regeling voor mensen met een zwaar beroep onhaalbaar is. Het lukte hen niet om een duidelijk onderscheid te maken tussen zware en niet-zware beroepen.