‘Ik beschouw het toe-eigenen van beeld in mijn werk als een ode’

Aangestoken Waar vinden kunstenaars en artiesten tijdens de lockdown hun inspiratie? In deze estafette vertellen ze welke kunstwerken ze graag zelf zouden hebben gemaakt. En geven ze het stokje door aan een door hen bewonderde collega. Afl. 2: Dion Rosina (30), beeldend kunstenaar.

Beeldend kunstenaar Dion Rosina. Foto Merlijn Doomernik
Beeldend kunstenaar Dion Rosina. Foto Merlijn Doomernik

Dion Rosina zit in de afrondende fase van zijn opleiding aan de Breitner Academie in Amsterdam. Zijn raadselachtige schilderijen en tekeningen, waar vaak mensen van Afrikaanse afkomst in voorkomen, stelde hij het afgelopen jaar al tentoon op Zwart in Rembrandts tijd in het Rembrandthuis. Als kind van een zwarte vader en een witte moeder is hij geïnteresseerd in de geschiedenis en de verbeelding van de Afrikaanse diaspora.

Wat inspireert je?

„Inspiratie kan heel makkelijk tot me komen. Tijdens een wandeling door de stad bijvoorbeeld, dan zie ik een reclameposter hangen waarvan de compositie me opvalt. Maar ook beelden uit tijdschriften en van het internet gebruik ik volop. De laatste tijd voel ik me erg aangetrokken door ouderwetse zwart-witfoto’s uit de negentiende en vroeg-twintigste eeuw – portretten van zwarte mensen uit de Verenigde Staten of de Caraïben. Die druk ik af en knip ik uit. De fragmenten verwerk ik vervolgens tot collages, die weer als voorstudies en referenties dienen voor mijn schilderijen. Er zit een bepaalde strengheid en verstilling in die oude beelden, die me aanspreekt. De beelden voelen erg ver weg, zowel in afstand als tijd, maar tegelijk voelt het ook dichtbij. Het zijn vaak anonieme mensen, die ik niet ken. Ik bestudeer hun gelaatstrekken, waardoor ik op een gegeven moment ook een relatie aanga met de afgebeelde persoon.

Lees ook de vorige aflevering met Joya Mooi: ‘Ik ben gefascineerd door dingen die terugkeren’

„Tijdens het schilderen luister ik veel naar beatscene-muziek, een vorm van instrumentale hiphop. Er wordt niet in gerapt, maar soms worden er vocals van een rapper ‘geleend’ uit een ander nummer. Ik zie een duidelijke link tussen mijn eigen werk en de manier waarop een beatmaker een beat maakt, door stukjes muziek te samplen van oude vinylplaten. Dat toe-eigenen doe ik ook. In de hiphop wordt het samplen gezien als een tribute aan de degene die je voor is gegaan, een teken van respect. Zo beschouw ik het toe-eigenen van bestaand beeld in mijn werk ook, als een ode.

„Ik luister overigens graag naar jazz, waar ik ook die experimentele werkwijze herken. Er zijn bepaalde grenzen en regels waar je je als muzikant aan dient te houden, maar daarbuiten kun je freestylen. De bandleden vinden elkaar altijd weer terug. Voor mij vormen de foto’s en de collages het fundament. Vandaaruit kan ik gaan freewheelen, maar die bouwstenen blijven belangrijk. Ik ben geen intuïtieve schilder. Voor een leeg doek gaan zitten, werkt bij mij niet.”

Welk kunstwerk had je zelf graag willen maken?

„Ik kan niet één specifiek werk noemen, maar er zijn wel hele oeuvres van schilders waar ik vol bewondering naar kan kijken. Juist omdat ik nog zo aan het prille begin sta. Ik kan genieten van de techniek van John Singer Sargent, ik ben nog geen betere portrettist tegengekomen dan hij. Iedere kwaststreek is raak. Ook van hedendaagse schilders als Luc Tuymans, Michaël Borremans, Kerry James Marshall en Lynette Yiadom-Boakye kan ik veel leren. Ik probeer op conceptueel en technisch vlak te analyseren hoe zij tot hun werk zijn gekomen, hun schilderijen te ‘downbreaken’. Meestal doe ik dat nu online. Maar in het echt, in een museum, beleef je zo’n werk natuurlijk totaal anders. Een museumbezoek kan je echt opladen, dat geeft je energie. Daar komt de inspiratie vanzelf tot je.

„Als hobby maak ik zelf ook wel eens beats, op een laag pitje. Maar als ik een goede producer of jazzband hoor – ik luister nu veel naar het Nederlandse Smandem. – denk ik altijd: dat wil ik ook! Daarom heb ik nu een synthesizer gekregen. Ik ga les nemen, in de hoop er beter in te worden.”

Wat sleepte je door de lockdown?

„Het feit dat ik als kunstenaar, in tegenstelling tot veel andere artiesten, gewoon door kon werken. Dat voelde echt als een privilege. Als ik niet kan tekenen of schilderen, word ik echt chagrijnig. Als kunstenaar ben je gewend aan isolatie. Je kunt naar je atelier gaan, je deur dichttrekken en aan de slag. Ik probeer iedere dag om negen uur aan het werk te gaan en voor ik het weet is het alweer zes uur. Ik heb vaak het gevoel dat de dagen te kort zijn. Dan weet je dat je in een lekkere flow zit.”

Ik geef het stokje door aan: „Rafael Hermans a.k.a. MAC-V. Hij is een producer en goede vriend van mij die voornamelijk jungle en drum-‘n-bass muziek maakt. Hij is een aantal jaren geleden een internationaal record label gestart om andere producers met potentie een platform te bieden en te ondersteunen. Hij is een harde werker die de afgelopen jaren enorm is gegroeid, waardoor hij steeds meer aandacht krijgt in de niche waar hij zich in bevindt.”