Opinie

Het intomen van Facebooks macht

Mediacolumn Nu Facebook kan worden teruggefloten door een Raad van Beroep, is de vraag of de macht van het concern daarmee écht kan worden ingetoomd. De zaak-Trump bracht pikante feiten aan het licht.

Juurd Eijsvoogel

De grote vraag is: maakt het veel uit? Maakt het veel uit dat Facebook sinds kort teruggefloten kan worden door een Raad van Beroep? Kan de enorme macht die Facebook heeft over de verspreiding van informatie en desinformatie daardoor aan banden worden gelegd? Of blijft het bij bijsturen in individuele gevallen?

Vorige week bepaalde die Raad, de Oversight Board, dat Donald Trump in januari terecht van Facebook en dochterbedrijf Instagram is verbannen. Maar ook dat Facebook hem niet „voor onbepaalde tijd” had mogen buiten sluiten – en dat het bedrijf nu moet laten weten of zijn verbanning definitief is, dan wel wanneer hij op het platform mag terugkeren.

Dat was een oordeel over een individueel geval, zij het één met groot gewicht: Trump had 35 miljoen volgers op Facebook en 24 miljoen op Instagram. De betekenis van de uitspraak reikt ook om andere redenen verder dan het geval-Trump. Want de Raad leverde er onthullende observaties en dringende aanbevelingen bij.

Nieuwswaardigheid

De Raad, die door Facebook is ingesteld maar onafhankelijk van het concern opereert, heeft een pikante ontdekking gedaan. Hoewel alle Facebook-gebruikers aan dezelfde regels moeten voldoen, blijkt dat een aantal politici zich meer kan permitteren - en meer dan tot nog toe bekend was.

De Raad van Beroep wil dat Facebook laat zien wat er onder de motorkap gebeurt

Plaatst een van hen een bericht dat wordt beoordeeld als strijdig met de regels, dan wordt het niet meteen verwijderd, zoals bij gewone gebruikers gebeurt. Bekend was al dat Facebook van politici onjuiste en misleidende berichten soms tolereert, wanneer die ‘nieuwswaardig’ zijn. Maar nu blijkt er meer aan de hand.

Ook als een afgekeurd bericht van een prominent politicus niet nieuwswaardig is, komt er een tweede beoordeling aan te pas, een ‘cross-check’, om te bepalen of het bericht wel écht verwijderd moet worden. Bij Trump mochten op die manier twintig berichten die gevaarlijk of anderszins onacceptabel waren bevonden, uiteindelijk toch blijven staan. Nieuwswaardigheid speelde daarbij volgens Facebook geen rol.

Luister ook deze podcast: Facebook wil zichzelf reguleren. Werkt dat?

Dat roept vragen op. Wat zijn de criteria op grond waarvan die eerst onaanvaardbare berichten alsnog konden blijven? Wie beslist daar over? En speelt politieke druk daarbij een rol?

Opruiend materiaal

De Raad van Beroep heeft een beperkt mandaat: beslissen of Facebook zich aan de eigen regels houdt bij de ‘content moderatie’ – het al dan niet verwijderen van berichten of blokkeren van gebruikers. Maar de Raad (die bestaat uit juristen, oud-politici, journalisten, activisten voor persvrijheid uit de hele wereld) wil duidelijk meer. Hij dringt erop aan dat Facebook laat zien wat er onder de motorkap gebeurt.

Hoe het bijvoorbeeld komt dat opruiend materiaal een extra grote verspreiding krijgt. De Raad wil ook dat Facebook onderzoekt „hoe het mogelijk heeft bijgedragen aan de verspreiding van het verhaal over verkiezingsfraude” in de VS.

Als de Raad Facebook op die punten onder druk blijft zetten, kan hij een wezenlijke rol spelen bij het intomen van wat Helle Thorning-Schmidt, voormalig Deens premier en co-voorzitter van de Raad, omschrijft als „de excessieve concentratie van macht bij Facebook”.

Juurd Eijsvoogel vervangt deze week Karel Smouter.