Feride Acar

Foto METU

Interview

‘Traumatisch dat Turkije zich als eerste terugtrekt uit Istanbul Conventie’

Feride Acar Professor vrouwenstudies

Als Turkse afgevaardigde bij de taakgroep van de Raad van Europa was Acar nauw betrokken bij de totstandkoming van het pact ter bestrijding van geweld tegen vrouwen. Dat Turkije er uit stapt is „deprimerend”, zegt ze.

‘Ik ben er kapot van”, zegt Feride Acar over het besluit van president Recep Tayyip Erdogan om Turkije terug te trekken uit de Istanbul Conventie ter bestrijding van geweld tegen vrouwen. De Turkse emeritus professor politieke en sociale wetenschappen was nauw betrokken bij de totstandkoming van het verdrag. „Het land dat de Istanbul Conventie als eerste ondertekende, trekt zich als eerste terug. Het is traumatisch om hier getuige van te zijn.”

De 73-jarige Acar, een van de grondleggers van vrouwenstudies in Turkije, maakte deel uit van een taakgroep van experts van de Raad van Europa die in 2008 adviseerde om een Europees verdrag ter bestrijding van geweld tegen vrouwen te sluiten.

Het idee werd niet direct opgepikt. „Wij dachten dat er niets mee zou gebeuren. Totdat Turkije in november 2010 een half jaar roulerend voorzitter van de Raad van Europa werd en het verdrag bovenaan de agenda zette. Ik was verbaasd. Maar ik kon de politieke redenen zien voor Turkije om zich dit probleem toe te eigenen.”

Zeven keer gestoken

Een belangrijke reden was dat Turkije in 2009 op de vingers was getikt door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) wegens de zaak van Nahide Opuz, een Turkse vrouw die jaren te maken had met geweld van haar ex-man. Hij had haar zeven keer gestoken met een mes en haar moeder vermoord, „omdat ze zijn eer had geschonden door zijn vrouw en kinderen van hem af te nemen”. Maar hij werd slechts veroordeeld tot 385 euro boete.

Het EHRM oordeelde dat de Turkse staat had nagelaten Opuz te beschermen en wees op de „algehele passiviteit van het rechtssysteem en de straffeloosheid genoten door de daders” van huiselijk geweld in Turkije. Het Hof beschreef het geweld tegen Opuz en haar moeder als „op geslacht gebaseerd, wat neerkomt op een vorm van discriminatie tegen vrouwen”, en beval de Turkse staat om haar 36.500 euro schadevergoeding te betalen.

Op dat moment zat Turkije nog middenin het EU-toetredingsproces. „Het vonnis gaf Turkije een slechte naam wat betreft geweld tegen vrouwen”, zegt Acar. „Dat wilde de regering veranderen. Destijds was er een oprechte intentie om Turkije beter te integreren in Europa.” Onder Turks voorzitterschap besloot de Raad van Europa een commissie te vormen, met vertegenwoordigers van alle 47 lidstaten, om een internationale conventie op te stellen. Acar werd gevraagd als de Turkse afgevaardigde.

Hoe verliepen de onderhandelingen? Wat waren de meest controversiële onderwerpen?

„De definitie van gender, en van gendergelijkheid die daaruit voortvloeiende, was het meest omstreden. Sommige landen maakten bezwaar tegen het gebruik van gender als juridische term die verschilt van het biologische ‘geslacht’. De term behoorde al langere tijd tot het vocabulaire van de academische wereld. Maar dit was de eerste keer dat gender werd gedefinieerd in een internationaal en juridisch bindend verdrag. Dit maakt de Istanbul Conventie zo bijzonder.”

Lees ook: Kift over rechtenpact hindert aanpak van geweld tegen vrouwen

Religieuze groepen stellen dat de conventie traditionele waarden ondermijnt. Wat vindt u daarvan?

„Ik zal de definitie voorlezen, hij is vrij conventioneel. ‘Gender zal betekenen de sociaal geconstrueerde rollen, gedragingen, activiteiten en eigenschappen die een bepaalde samenleving passend acht voor vrouwen en mannen’, staat er. Niets revolutionairs aan. Dus de notie dat de conventie talloze verschillende genders zou promoten, is onzin. De enige verwijzing naar seksuele oriëntatie en genderindentiteit stelt dat er geen sprake mag zijn van discriminatie op basis daarvan. Hoe kun je daar tegen zijn?

„De reden dat het de Istanbul Conventie heet, is omdat hij werd aangenomen tijdens de laatste top onder het Turkse voorzitterschap in Istanbul, op 11 mei 2011. Dat gaf veel voldoening. Ik wil echter benadrukken dat de conventie niet alleen bedoeld was voor Turkije, maar voor iedereen in Europa. Wat het zo bijzonder maakt, is dat het bijna een doktersrecept is. Het is zeer gedetailleerd en vertelt precies wat landen moeten doen om vrouwen te beschermen. En dit hebben ze zelf afgesproken.”

Toch is de conventie nooit volledig geïmplementeerd. Waarom niet?

„Ik behoor niet tot degenen die zeggen dat de conventie niet geïmplementeerd is. Integendeel. Het verdrag is misschien niet naar de letter uitgevoerd, maar geen enkel land heeft dat gedaan. Turkije begon met het implementeren van belangrijke aspecten ervan. Zo nam het parlement unaniem een nationale wet aan ter bestrijding van geweld tegen vrouwen, die volledig in lijn is met de conventie. Dat was een belangrijke stap in de implementatie.”

„De regering nam ook concrete maatregelen. Zo kwamen er opvanghuizen, maar niet genoeg. Ook kwam er nooit een hotline voor vrouwen in nood. Onbegrijpelijk, want dat is een van de makkelijkste en meest concrete maatregelen die ze hadden kunnen nemen. Als de regering met dezelfde vastberadenheid was doorgegaan als in het begin, zou ze nog veel meer stappen hebben gezet. Maar binnenlands politieke overwegingen blokkeerden dit.”

De conservatief-religieuze groepen die met succes hebben gelobbyd voor Turkije’s terugtrekking hadden tien jaar geleden hadden nog niet zo veel invloed

Hoe en waarom is het verzet in de loop der jaren gegroeid?

„Vanaf het begin waren er bezwaren tegen het gebruik van de term gender. Het Vaticaan was daar bijvoorbeeld altijd op tegen. Maar toen landen de conventie begonnen te implementeren, leek dit geen probleem meer te zijn. Totdat religieuze autoriteiten in sommige landen, met name in Oost-Europa, bezwaar begonnen te maken tegen het verdrag. Bisschoppen in de katholieke kerk, waarna orthodox-christelijke en islamitische groepen al snel volgden.

„De conservatief-religieuze groepen die met succes hebben gelobbyd voor Turkije’s terugtrekking uit de conventie, waren er ook in het begin. Maar tien jaar geleden hadden ze nog niet zo veel invloed. De regering had andere prioriteiten en steunde op een veel groter deel van de bevolking. De afgelopen jaren hebben die marginale groepen een veel grotere stem gekregen. Hoewel dezelfde partij aan de macht is als tien jaar geleden, is die nu veel afhankelijker van de steun van die groepen.”

Hoe ziet u de nabije toekomst wat betreft vrouwenrechten in Turkije?

„Het is een erg deprimerend beeld. De regering zegt dat het besluit om eruit te stappen niet betekent dat ze geweld tegen vrouwen niet zullen blijven bestrijden. Maar dan zonder de Istanbul Conventie. Er wordt gesproken over een Ankara Conventie, bij wijze van alternatief. Maar ik heb geen idee wat dat betekent. Als het een internationale conventie betreft, wie gaan daar dan aan meedoen? Je sluit geen conventie met jezelf.”