Vijf tips van een oudere lezeres voor jongeren in coronatijd

Tegenslag De jongeren die NRC in coronatijd volgt, verliezen hun motivatie voor hun studie. Ze krijgen tips van een oudere lezeres, die ze vertelt hoe zij tegenslagen overwon. „Via een omweg op de plek van bestemming komen is ook goed. Soms misschien zelfs beter.”

Foto Dieuwertje Bravenboer

Na een jaar online les is de motivatie voor haar studie „helemaal weg”, zegt Zahra Lie-a-Lien (19) uit Nieuwerkerk aan den IJssel. „Bij toetsen ga ik niet meer voor een 9, maar voor een 5,5. Voor corona was mijn mindset wel anders.”

Daan de Glee (19) uit Barneveld werkt wel hard, maar ook bij hem zijn z’n cijfers matig. „Ik besteed zeker vijftig uur per week aan mijn studie biologie. Ik volg alle lessen, lees de boeken en maak samenvattingen. Maar ik heb ook fysiek college nodig, de stof blijft niet hangen.”

Als hij dit studiejaar niet haalt, moet hij van de opleiding af, vertelt hij. „Daar maak ik me wel zorgen over. Het voelt als een verloren jaar. Ik heb keihard gewerkt, maar nog niet bereikt wat ik wil. Ik wil docent biologie worden en dit is de route die ik daarvoor had uitgestippeld. Deze studie, aan deze universiteit, is de beste weg.”

Voor de serie Pechvogels volgt NRC nu een jaar lang een groep jongeren die in coronatijd eindexamen deden en zijn gaan studeren. Het afronden van de middelbare school was door alle maatregelen een karige bedoening in plaats van een groots feest. Studeren is sinds september eenzaam en achter een scherm, in plaats van in een collegezaal en met veel contact met nieuwe vrienden. Na zo veel maanden sober leven zijn de jongeren gelaten, somber en moe. Ze tonen weinig initiatief en hebben weinig veerkracht meer, zo viel te lezen in de vorige aflevering. Ruben Poelhekke (18) uit Vreeland zei: „Ik volg de persconferenties niet meer. Er verandert steeds toch niets voor mij.”

Lees ook: Geslaagd! Maar daarna kon er opeens niets meer

Op dat artikel reageerde Diny van Gils (77) uit Etten-Leur. Haar mail was intrigerend: ze vertelde hoe zíj was omgegaan met tegenslag en vertragingen in haar leven. En hoe ze die overwon.

Diny van Gils was de jongste in een gezin van dertien kinderen, stond in de mail, haar moeder overleed toen ze vijf jaar oud was. Van haar vader mocht ze na de lagere school twee jaar naar de huishoudschool (leerplicht gold toen tot veertien jaar), daarna moest ze helpen op de boerderij en in het huishouden. Zelf wilde ze leren en studeren, maar die ambities moest ze dus parkeren.

Eenmaal volwassen en het huis uit, begon ze aan een inhaalslag. Ze volgde de middelbare avondschool, de mavo, de havo, haalde haar onderwijsbevoegdheid, deed een hbo personeelsmanagement en studeerde uiteindelijk af als psycholoog aan de universiteit.

Hoe hield ze al die tijd perspectief? En kunnen jonge studenten van nu iets leren van haar ervaringen van toen?

Boven: Daan de Glee (19) studeert in zijn kamer. Hij besteedt zo’n vijftig uur per week aan zijn studie biologie. Onder: Diny van Gils (77) zit achter haar naaimachine. Ze doet samen met haar tweelingzus vrijwilligerswerk voor het Repair Café: naai- en verstelwerk, van ritsen inzetten tot jurken inkorten of een stoel opnieuw stofferen.
Foto’s Dieuwertje Bravenboer

We hebben afgesproken bij haar thuis, een huis dat helemaal aan kant is, nergens een kruimel te zien, laat staan een gebruikt kopje. De zon schijnt door de glas-in-lood-ramen naar binnen, een antieke klok met slinger slaat één uur.

De lange weg naar een universitair diploma heeft haar veel gebracht, zegt ze. Diny van Gils: „Ik leerde doorzetten en ontdekte: zie je wel, ik kan het. Dat gaf zelfvertrouwen.”

Ze benadrukt dat haar situatie niet zomaar te vergelijken is met die van jongeren nu. De tijden en de mogelijkheden zijn anders. Toch kan ze terugkijkend tips geven waar jongeren misschien wat aan hebben. Het zijn er vijf. We leggen ze later voor aan Daan de Glee en Zahra Lie-a-Lien.

Maar eerst nog even een tip van Van Gils voor later in het leven: blijf bezig, dat houdt je tevreden.

Diny van Gils is zelf altijd actief gebleven, haar hele leven lang. Vandaag komt ze net terug van het Repair Café, waar ze samen met haar tweelingzus vrijwilliger is. Ze doet er naai- en verstelwerk, van ritsen inzetten tot jurken inkorten of een stoel opnieuw stofferen. Bijna vijf jaar geleden overleed haar man, daarna verhuisde ze naar dit appartement. Hier regelt ze veel voor de VvE – een nieuwe lift, het buitenschilderwerk, de schoonmaakkosten konden omlaag, nieuwe verlichting op de gang. Voor haar kleindochter stoffeerde ze een bank, voor een nichtje zes eetstoelen. Elke dag wandelt ze een uur, met haar zus of met haar koptelefoon en Radio 1. Normaal gaat ze naar het Filosofie Café, maar dat is nu gesloten. Ze leest graag, nu Ik ga leven van de Turks-Nederlandse Lale Gül.

Dit zijn de lessen die ze wil meegeven, we bellen erover met Daan en Zahra.

Foto Dieuwertje Bravenboer
Foto’s Dieuwertje Bravenboer

1. Er is niet één weg

Diny van Gils: „Logisch dat de motivatie om uren achter een scherm te zitten zakt en dat sommige studenten nu achterlopen. Maar een studie-achterstand kun je inhalen. Via een omweg op de plek van bestemming komen is ook goed. Soms misschien zelfs beter, een omweg kan iets toevoegen aan je leven: doorzettingsvermogen, zelfvertrouwen, bewustere keuzes, een frisse blik op de maatschappij. Als het een jaar niet lukt om te studeren, is dat geen verloren jaar. De zaken op een rijtje zetten, nadenken over je toekomst, de route aanpassen – dat is niet niks doen. Je kunt het nu nog niet weten, maar je gaat iets hebben aan deze tijd.”

Daan de Glee wil best twee jaar over zijn eerste studiejaar doen, zegt hij. „Ik vind dat prima, maar de universiteit staat het niet toe.” Ergens anders het eerste jaar biologie nog eens doen, kan wel. Hij heeft al gekeken naar de Universiteit Wageningen. „Daar zijn de vakken wel anders. Inhoudelijk was dit wat ik wilde.”

Lees ook: Als het eerste studiejaar vanaf de bank begint

Zahra Lie-a-Lien besteedde afgelopen jaar dan wel minder tijd aan leren, ze stak juist meer tijd in nadenken over wat ze hierna wil. Ze heeft dus – zoals Diny van Gils het noemt – de zaken op een rij gezet. Haar plan was altijd om na haar mbo sportkunde een vervolgopleiding te doen bij Defensie, maar door een filmpje op YouTube van een hoogleraar aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, heeft ze zich nu ingeschreven voor de hbo-opleiding voeding en diëtetiek. „Die hoogleraar sprak over obesitas en dat vond ik zó interessant. Het is eigenlijk een pandemie, net zoals corona. Een maatschappelijk probleem waarvoor ik met de combinatie van mijn twee opleidingen wat kan gaan betekenen.”

2. Als je niet kunt doen wat je wil, moet je willen wat je kunt

Jongeren komen laat uit bed, netflixen eindeloos, missen vrienden, sporten, terrasjes, lange koffiepauzes op de universiteit, feesten, flirten en festivals. Diny van Gils: „Nu er door al die maatregelen een hoop niet kan, is het zaak om te focussen op wat binnen die kaders wél kan.”

Zahra Lie-a-Lien: „Als ik een leuke dag wil hebben, moet ik daar moeite voor doen. Geen Netflix, maar afspreken met een vriend. Niet in bed blijven liggen, maar gaan sporten. Vaak genoeg heb ik dat stemmetje in mijn hoofd dat zegt: ‘Joh, het is niet erg om te ‘bingen’ en de hele dag binnen te blijven.’ Maar het is een bewuste keuze om daar niet naar te luisteren. Ik ben van mijn veertiende tot mijn zeventiende depressief geweest en ik wil niet terug naar die periode. Ik weet nu wat ik moet doen om me mentaal goed te voelen. En inderdaad moeten we door de maatregelen nu soms wat inventiever zijn, maar dat is wel de moeite waard.”

3. Wees nooit chagrijnig

Diny van Gils: „Probeer een blij en dankbaar mens te zijn. Dat is niet makkelijk, veel zit in de genen. Toch kun je een deel ook leren. Besluit dat je niet meer boos en chagrijnig wil zijn. Sta op met die gedachte, en als je gedurende de dag chagrijnig wordt, ga dan hardlopen. Doorbreek het. Zo krijg je de balans tussen blij en chagrijnig zijn steeds beter onder de knie.”

Daan de Glee: „Hardlopen is voor mij niet de oplossing. Daar word ik juist chagrijnig van! Maar ze heeft een punt: het gaat om je instelling. Wil je écht graag blij zijn, of blij zijn zonder er moeite voor te doen? Dat tweede werkt niet. Als je blij wil zijn, moet je er wat voor doen.”

Zahra Lie-a-Lien: „Heel goed punt, maar het is moeilijk hoor. Een actieve levensstijl helpt mij om vrolijk te zijn. Je moet zelf uitvinden wat voor jou werkt, dat is wat mij betreft de kunst van het leven. Voor verschillende moods heb ik verschillende oplossingen. Als ik een sportdocumentaire kijk, zoals The Game Changers, dan krijg ik zin om te gaan sporten. Als ik gestresst ben, doe ik yoga via YouTube. Het is niet zo dat ik dit altijd meteen aanvoel. Stress of boosheid stapelen zich soms op en hebben vervolgens invloed op mij en mijn omgeving. Zodra ik dat doorheb, doe ik er iets aan.”

4. Zie de waarde van kunnen omgaan met teleurstellingen

Diny van Gils: „Het leven valt niet te programmeren. Ik heb jong geleerd om te accepteren dat dingen soms niet kunnen. Ik wilde studeren, maar dat kon niet. Leren omgaan met teleurstellingen is nuttig voor je verdere leven. Ouders moeten meer ruimte voor teleurstellingen maken. Het lijkt alsof teleurstellingen er niet meer mogen zijn. Als een uitje naar de Efteling niet doorgaat, moet er een substituut komen. ‘We gaan niet naar de Efteling, maar we gaan wél varen en picknicken en naar een speeltuin.’ Bied niet meteen een alternatief, maar zet eens een punt achter de tegenvaller en laat kinderen dat verwerken. Dat verhoogt de mentale weerbaarheid.”

Daan de Glee: „Het was bij ons thuis niet altijd makkelijk, teleurstellingen waren er wel. Toen mijn moeder mijn geadopteerde zusje ging ophalen in Nigeria, zou ze twee weken weg zijn, maar dat werden vijf maanden. Daar moest ik toen mee leren omgaan. De teleurstellingen in coronatijd voelen anders, minder heftig, maar het duurt wel veel langer. Ik heb me er inmiddels bij neergelegd dat het uitzichtloos is en dat het overheidsbeleid kwakkelt. Ik wil supergraag naar school en ik kan blijven hangen in die gedachte, maar dat heeft geen zin. Dat heeft deze tijd me wel geleerd.”

5. Tijd over hebben is een cadeau

Diny van Gils: „Geen idee hebben wat je nu met je tijd moet doen – dat hebben jongeren én volwassenen nu en dat is pure armoe. Tijd is het mooiste cadeau dat mensen mij kunnen geven. Wij geven elkaar spullen, maar ik zou liever iemands tijd hebben en een goed gesprek. Ik kom altijd tijd tekort, er zijn zo veel mensen die ik wil spreken, zo veel boeken die ik wil lezen. Probeer de tijd die je nu over hebt te zien als een cadeau, en bedenk wat je ermee gaat doen. Een taal leren, een instrument bespelen, schrijf elke week een brief aan een goede vriend, doe eens vrijwilligerswerk. En ga boeken lezen. Het is even omschakelen, maar het coronaleven gaat er heel anders uitzien als je tijd gaat zien als een geschenk in plaats van als vervelend en saai.”

Zahra Lie-a-Lien: „Ik had er ook nooit zin in, maar ik ben gaan lezen toen ik door corona veel tijd over had. Ik nam voor het eerst de tijd om een verhaal uit te lezen. Nu lees ik vijf boeken per maand. Van de biografie van Michelle Obama tot fictie en van geschiedenis tot verhalen over topatleten. Uit studies is gebleken dat je door boeken te lezen je hersenen activeert en je cognitieve eigenschappen verbetert. Ik zou nu wel tegen iedereen willen zeggen: ga een boek lezen.”

Lees ook: Nieuwe vrienden maak je niet via een scherm

Daan de Glee: „Ik probeer het leven nu niet saai te vinden. Dat is niet makkelijk, maar ik doe mijn best. Sinds kort weet ik dat ik niet altijd zelf hoef te bedenken hoe ik invulling geef aan de dag. Soms komen mijn ouders met een idee, soms een vriend. Mijn beste vriend heeft net zijn scooterrijbewijs gehaald, maar vindt er niks aan om in zijn eentje rond te rijden. Nu ga ik mee, allebei een helm op, dus best coronaproof lijkt me. We rijden door de McDonalds Drive Thru en daarna naar een leuke plek om het op te eten. Ik was van plan om mijn eerste studiejaar nieuwe mensen te leren kennen, te feesten en eindeloos op terrasjes te zitten. Nu investeer ik mijn tijd in oude vrienden uit Barneveld. Een rondje lopen in het bos, ’s avonds bij een vuurtje zitten, samen voetballen. Als ik spierpijn in mijn buik heb van het lachen, geniet ik daar nu heel bewust van.”