Europa is over én met zichzelf nog lang niet uitgediscussieerd

Conferentie De Conferentie over de Toekomst van Europa ontaardde in een kakofonie tussen de EU-lidstaten nog voor die deze zondag was begonnen.

Van links naar rechts: de Franse president Emmanuel Macron, de Portugese premier Antonio Costa, EC-president Ursala von der Leyen en David Sassoli, president van het Europese Parlement, tijdens de opening van de conferentie.
Van links naar rechts: de Franse president Emmanuel Macron, de Portugese premier Antonio Costa, EC-president Ursala von der Leyen en David Sassoli, president van het Europese Parlement, tijdens de opening van de conferentie. Foto Julien Warnand / EPA

Aan felle discussies en verschillende opvattingen ontbreekt het binnen de Europese Unie zelden. Maar als je de microfoon nog wat verder openzet en de discussie over Europa expliciet aanzwengelt, komt er dan uiteindelijk toch iets van een gezamenlijke visie bovendrijven?

Dat is de premisse van de Conferentie over de Toekomst van Europa, waarbij aan alle 446 miljoen EU-burgers wordt gevraagd wat ze van de EU verwachten. Dat het gesprek nog voor het begint al in een kakafonie ontaardde, biedt volgens critici weinig hoop voor een welluidend eindresultaat.

Deze zondag vond in Straatsburg de officiële aftrap van de conferentie plaats, die aanzet moet geven tot een Europa-brede discussie over het waarheen en waarvoor van de Unie. Komende maanden wordt Europeanen online of tijdens fysieke ontmoetingen gevraagd om inbreng over hoe de EU in de toekomst eruit zou moeten zien. Discussiethema’s zijn onder meer klimaatverandering, de digitale transformatie en democratisering. Door de pandemie staat ook gezondheidszorg nu prominent op de agenda. Zou er binnen Europa meer – al dan niet bindende – afstemming moeten komen over zorgbeleid?

Negen voorzitters

De aanloop naar het begin verliep op zijn zachtst gezegd ‘hobbelig’. Niet minder dan een jaar bakkeleiden de verschillende Europese instituties met elkaar over de vraag wie de burgerdialoog zou moeten gaan leiden. Aanvankelijk leek de Belgische oud-premier Guy Verhofstadt daarvoor voorbestemd, maar het verzet tegen hem was bij een groot deel van de lidstaten zo groot dat maanden opgingen aan discussies over een alternatief. „Iedereen behalve Guy”, omschreef een EU-diplomaat de stemming vorig najaar. Begin dit jaar werd besloten het leiderschap van de conferentie dan maar over de instituties te verdelen. Als gevolg zijn nu negen voorzitters aangesteld, met daarnaast nog een legertje aan observatoren.

Lees ook: Een glashelder voorstel voor de toekomst

Zo dreigde de conferentie nog voor die begon een karikatuur van zichzelf te worden. Want het was mede de ingewikkelde, troebele, niet zelden weinig democratische gang van zaken in Brussel die er twee jaar geleden aanzet toegaf. In plaats van een van de zogeheten Spitzenkandidaten – de door de politieke families uitgekozen Europese lijsttrekkers – kwam na de Europese verkiezingen op onnavolgbare wijze de Duitse minister Ursula von der Leyen bovendrijven om voorzitter van de Europese Commissie te worden. Het Europees Parlement was woedend en kreeg een ‘conferentie’ toegezegd, die de structurele problemen van de Unie zou moeten aankaarten.

Het zaadje daarvoor was al eerder geplant door de Franse president Emmanuel Macron, nooit zuinig wat visie voor Europa betreft, die in een open brief aan EU-burgers begin 2019 opriep tot een ‘Europese renaissance’. Zondag mocht hij in Straatsburg de opening markeren met een gloedvol betoog over hoezeer het ‘Europese model’ zijn kracht heeft bewezen tijdens de pandemie en waarom het grootste gevaar voor Europa is dat het zich door tegenstanders uit elkaar laat spelen.

Discussie over de discussie

Grote woorden klonken er in Straatsburg zondag sowieso veel, over ‘een nieuw begin’, de ‘volgende generatie Europeanen’ en ‘een democratische wind’. Von der Leyen sprak van een „kans om te vereenvoudigen en het meer ‘down to earth’ te maken waar nodig”.

Tegelijk kon je al tijdens de weinig beknopte speeches van EU-leiders zondag voorzichtig horen waar breuklijnen liggen. Macron hamerde op het belang productie terug te halen naar Europa – een allesbehalve oncontroversieel standpunt. Volgens voorzitter van het Europees Parlement David Sassoli moeten vooral de veto’s van lidstaten verdwijnen en dient het EP meer macht te krijgen.

Of EU-burgers zich vanaf nu massaal laten horen, is een kwestie van afwachten. Onduidelijk is ook nog steeds hoe alle input uiteindelijk precies gaat worden verwerkt. Kan het uiteindelijk leiden tot een wijziging van het EU-verdrag, zoals met name Frankrijk graag zou zien? Ook daarover woedde de afgelopen tijd in Brussel een felle strijd, met als resultaat een compromis dat de beslissing vooral naar voren schuift. Over een jaar, als de conferentie wordt afgesloten, wacht nog een stevige discussie over de discussie.