Recensie

Recensie Theater

Breakdance en klassieke Indiase dans vervloeien op het online India Dans Festival

Sooraj Sobramaniam laat zien hoe Krishna de nectar van Radha’s lotuslippen wil proeven tijdens het online India Dans Festival.

Danseres Poernima Gobardhan in ‘Elly & Me', ook te zien op het festival.
Danseres Poernima Gobardhan in ‘Elly & Me', ook te zien op het festival. Foto Bart Grietens

Het India Dans Festival, anders goed voor uitverkochte avonden in het Haagse Korzo theater, kreeg dit jaar een compacte online editie. Ook kijkers uit de Verenigde Staten en India konden zo worden bediend. De opbrengst van de kaartverkoop doneert het festival aan hulppakketten voor gezinnen in India, waar de situatie rond Covid-19 dramatisch is.

In het compacte festival leverde de Haagse danseres en choreografe Poernima Gobardhan, onder regie van Leo Spreksel, een mooie, ingetogen bijdrage. My Pitṛs is een dialoog met haar voorouders (pitṛs is Sanskriet voor vaders/voorouders) en de tradities van de bharata natyam, de klassieke Zuid-Indiase tempeldans waarin de verhalen uit het hindoegeloof worden verbeeld.

Het zijn die tradities die de danseres in My Pitṛs als een kledingstuk omhullen, waarvan ze zich losmaakt maar ook geen afscheid kan nemen. Omdat ze er domweg zíjn, als levende geesten. Hun ongrijpbare aanwezigheid wordt in My Pitṛs gesymboliseerd door de lange, witte doeken die boven drie hoeken van de speelvloer als een smalle kolom hangen.

Introvert spel

De vierde doek draagt Gobardhan in de openingsscène van haar solo als lange rok. De witte stof valt in geciseleerde plooien over de sokkel waarop ze staat, terwijl langzaam haar armen en handen beginnen te ‘spreken’ op de trage vioollijnen van componist John Ozbay. De bewegingen zijn vloeiend, kleine accenten markeren het verlopen van de tijd.

Een zachte golving in het achterdoek veroorzaakt geheimzinnige schaduwen. Terwijl vervormde stemmen klinken, ontdoet de danseres zich van haar overrok, om er een minimalistisch en introvert spel van vormen mee te spelen, zwaaiend, slepend, draaiend. Als ze de stof boven de vierde hoek van het speelvlak heeft bevestigd, worden haar bewegingen losser en minder exact afgemeten, soms met driftige boksuithalen of wiekend met haar armen. Tot ze, na ruim een half uur, de balans lijkt te hebben gevonden tussen het heden en het verleden.

Bij Sooraj Subramaniam krijgen traditie en vernieuwing afzonderlijke choreografieën. De in Maleisië geboren Subramaniam is een Odissi-danser, een klassieke stijl, oorspronkelijk vooral door vrouwen beoefend. Dat verklaart de vrouwelijke zinnelijkheid van zijn bewegingen in de klassieke pallavi en de ashtapadi. Bij de tweede dans geeft Subramaniam vooraf de gebaren waarmee hij het verhaal van de ontrouwe Krishna en het afwijzende melkmeisje Radha gaat vertellen, met als fraaiste voorbeeld de sidderende vleugeltjes van de chakoravogel die ‘de nectar van haar lotuslippen’ wil proeven. In Nimbus vermengt de danser verschillende stijlen in een hedendaagse verbeelding van verglijdende wolkenpartijen.

Zoete zang

Kalpana Raghuraman maakte twee korte duetten voor een danser en een muzikant, waarbij ze in Fluïd mooi aantoont waar breakdance en Indiase dans elkaar raken en samenvloeien. Denden Karadeniz demonstreert op de zoete zang van Shashwathi Jagadish zijn soepele vloerwerk en gebroken lijnen in bevroren schouderstanden, die plots logisch in die Indiase klankwereld blijken te passen.