Opinie

Nieuws over taal is altijd goed voor ophef – maar dan moet het wel kloppen

De ombudsman

Als NRC-lezers zich érgens over opwinden (ja, behalve over het voor en tegen van de avondklok, het al dan niet pakken van een terrasje, het aanpakken van de varkenshouderij, de ‘anti-Russische omsingelingspolitiek’ van de NAVO of dichter bij huis de functie elders en genotuleerde perikelen van Rutte-IV en de heiligman uit Twente, het hete-pepernotengevecht om de knecht van Sinterklaas, de repeterende ophef rond boreale provocateurs en hun ‘ironische’ racisme, de advertenties in de krant voor verkwistende vliegvakanties en andere half-vervlogen herinneringen aan de pre-corona-wereld, en het weigeren van ingezonden brieven) dan is het wel over: taalgebruik.

De verloedering van huis- tuin- en keukentaal kan lezers tot ongrammaticale woede brengen.

Twee NRC-columnisten meldden recent dat ‘groter als’ voortaan even goed zou zijn als ‘groter dan’. Dat bepaalde namelijk de nieuwe editie van de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS), een Belgisch-Nederlands initiatief dat sinds de eerste editie in 1984 geldt als hét naslagwerk over de Nederlandse grammatica.

Schrijver Ellen Deckwitz begon haar column zo: „Afgelopen week werd bekend dat volgens de nieuwe Algemene Nederlandse Spraakkunst ‘groter als’, wanneer je eigenlijk ‘groter dan’ bedoelt, niet meer fout is.” Volgde een geestig verslag van de onrust in haar taalvaardige familie, met de relativering dat dit niet het einde van de beschaving betekende. In het Middelnederlandse Nederland was dan ook al als, tenslotte.

Vier dagen later haalde Tommy Wieringa met de nieuwe ANS zijn gelijk tegenover lezers die hem hadden berispt omdat hij als had gebruikt waar dan hoorde. Dat mócht nu, aldus Wieringa, die sprak van een „vergaande versoepeling”. „Zo worden de dommen bij toverslag net zo knap als de slimmen.” Volgde een behartigenswaardig pleidooi voor het niet verlagen van taaleisen.

Eén probleem, zoals wel vaker met toverslagen: er is helemaal geen nieuwe regel.

Over het vechtpaar als/dan zegt de nieuwe ANS-editie exact hetzelfde als de vorige van bijna een kwart eeuw geleden (1997). Mogelijke herziening komt pas later aan de orde als de voegwoorden worden bekeken, laat hoogleraar taalkunde in Gent en ANS-medewerker Timothy Colleman me weten. Naast het ontnuchterende feit dat de ANS (zoals Deckwitz noteerde) descriptief is, taalgebruik beschrijft maar niet vóórschrijft. Er is dus niks „versoepeld” en „absoluut geen trendbreuk”, aldus Colleman.

Wat stond (en staat) er dan? In 1997 stond er al dat er „op zichzelf” niets op tegen is om in vergelijkingen ‘als’ te gebruiken, maar dat ‘dan’ nog de voorkeur verdient om „moeilijkheden” te voorkomen. Met name, denk je dan, met niet-rekkelijke taalliefhebbers die de beide columnisten al geüniformeerd („taalnazi’s”) l bij zich hoorden aankloppen.

Waar kwam het misverstand vandaan? Uit enkele „snelle stukjes” op sites van enkele Vlaamse kranten, zegt Colleman (en, voeg ik eraan toe, journalistieke bronst voor taalkwesties). Toen de ANS-editie verscheen, op 20 april, juichten die: Grammaticaregels worden versoepeld: deze taalfouten zijn vanaf nu wel juist. En daar klom de infanterie de loopgraaf uit, recht de kogelregen in.

Op haar beurt vertelt Deckwitz dat ze afging op de redactie van tv-programma De Vooravond, die haar na de eerste berichten over nieuwe taalstrijd in Vlaanderen uitnodigde om op 23 april over de ‘versoepeling’ te komen praten. Van de NRC-redactie hoorde Deckwitz niets, ook niet toen de ballon in België eenmaal was lekgeprikt en leeggelopen.

Ook Wieringa baseerde zich op het Vlaamse nieuws. Hij citeerde een artikel waarin Colleman uitleg geeft over als/dan – wat dus niks nieuws was. Ja, misschien had hij het moeten dubbelchecken, zegt Wieringa, maar het was vooral een grapje om zijn column mee te beginnen. Ook hij hoorde geen bezwaar van NRC.

Dat is opmerkelijk, want tal van media hadden het misverstand toen al rechtgezet. De Standaard plaatste een nederige uitleg: Heisa berust op misverstand. Een auteur van de VRT riep media op het „nepnieuws” van hun sites te halen. In Nederland trok de Volkskrant een iets korter boetekleed aan onder een opiniestuk (nee, de ANS is niet prescriptief). Trouw kwam op de zaak terug met een rubriek over de overtrokken „commotie”.

Deckwitz’ column loopt via de redactie Leven, die van Wieringa komt binnen bij Zaterdag. Geen van beide redacties signaleerde de misser of merkte de taalkundige heibel over de grens op. Ja, zeggen die redacties, uiteraard worden heel opmerkelijke feitelijke beweringen in columns gecheckt, maar hier was geen belletje gaan rinkelen. NRC bracht ook geen bericht over de ANS.

Maar toch. De Vlaamse oproep om de onjuiste berichten te verwijderen verscheen al op 24 april, twee dagen voor Deckwitz’ column en een week voor Wieringa. Op dezelfde dag zette De Standaard de zaak recht. In Nederland bracht Het Parool een dag eerder een relativerend artikel. Het Trouw-stuk verscheen op 27 april, drie dagen voor Wieringa.

Eerlijk is eerlijk, mij was het ook niet opgevallen. Maar een dag na Deckwitz’ column wees een Facebook-vriend me op het stuk in Trouw. Ik lichtte de redactie in, maar ook na een week beraad (was dit niet te ingewikkeld voor een correctie, was het geen kwestie van interpretatie of meer iets voor verslaggeving?) zweeg de krant. Een vervolgstuk of correctie kwam er vooralsnog niet.

Nee, dit is geen halszaak, maar wel een als-zaak – en eentje waarin de krant al ruim een week nepnieuws in de lucht houdt. Als dat op zaterdag, wanneer u dit leest, nog het geval is, dan.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.