Opinie

Een nieuwe bestuurscultuur willen is nog iets anders dan er ook een realiseren

Formatie

Commentaar

Volgende week herneemt de kabinetsformatie, ongetwijfeld met een debat over het verslag van informateur Herman Tjeenk Willink. Het is ongewis of de vertrouwenscrisis over het achterhouden van informatie en het knevelen van Kamerleden dan voldoende is bedaard. Wat overigens wel te hopen is. De emoties liepen vorige week hoog op, tot aan de beschuldiging van ‘ambtsmisdrijf’ en de roep om de strafrechter. De oproep van Tjeenk Willink tot ‘matiging en vertrouwen’ was dan ook terzake. Veel informatietijd en energie ging de afgelopen weken verloren aan interne wrijving.

Het is nu tijd om de bladzijde om te slaan. Het land zit in een coronacrisis, een milieucrisis, een energietransitie, een woningcrisis, een ‘kansencrisis’ in het onderwijs, is EU-lidstaat in een wankele internationale omgeving, etc. De verhoudingen én het vertrouwen dienen vlot te worden hersteld.

Vorige week maakte aan het Binnenhof het begrip ‘nieuwe bestuurscultuur’ opgang. Het bleek een containerbegrip van vaker besproken thema’s, soms al decennia lang, over dualisme en monisme, coalitiedwang, fractiediscipline, informatieplicht en natuurlijk achterkamertjesergernis. De jongste uitbarsting komt samen in de term ‘Rutte-doctrine’. De horen-, zien- en zwijgen-houding van de premier jegens de Kamer over alles wat er zich tussen ambtenaren en kabinet afspeelt. En wat de Kamer niet zou hoeven te weten.

Juist op dat punt is er een omslag – zo wil de Kamer niet langer doorgaan. Dat geldt ook voor de kiezer. Uit een recente peiling bleek dat 7 van de 10 burgers een ‘opener' bestuurscultuur willen. Daarbij functioneert de Toeslagenaffaire als negatief ijkpunt. Een parlement dat te knellende wetgeving aanneemt, onrealistische eisen stelt, de burger onopgemerkt in ernstige problemen brengt, waarna coalitiekramp, bestuurlijk en politieke onvermogen voor ‘ongekend onrecht’ zorgt.

De kwestie-notulen heeft duidelijk gemaakt dat meer partijen dan alleen die van VVD-premier Rutte zich druk maken over ‘te’ kritische Kamerleden uit eigen coalitie. Net zo goed als er meer fracties zijn die hun Kamerleden zélf ‘sensibiliseren’ of hun financieringsbronnen verbergen. Er is een ‘nieuwe bestuurscultuur’ nodig, zo klinkt het nu overal. Van die dynamiek moeten politiek en burger nu zien te profiteren. Premier Rutte omarmde het thema door er nieuwe radicale ideeën over te beloven. Er zou alvast komaf gemaakt kunnen worden met de kabinetsgewoonte vooraf debatten en ministerraadbesluiten langs partijlijnen politiek dicht te timmeren. De grondwettelijke informatieplicht voor het kabinet zou ruimer kunnen – de Kamer wenst het, de tamelijk unieke publicatie van de ministerraadnotulen laat zien dat het kabinet er niet benauwd voor is.

Lees ook: ‘Wij zitten hier voor spek en bonen’

Als kabinet, premier en Kamer het serieus menen met zo’n nieuwe bestuurscultuur, dan liggen de elementen natuurlijk voor het oprapen. Voortaan geen gedetailleerde regeerakkoorden meer, nu nog vaak bestaand uit gestold wantrouwen en winst- en verliesbepalingen. Maar meer samen durven koersen op hoofdlijnen, op een thematisch programma met tweejaarlijkse reviews. Meer ‘open kwesties’ durven definiëren en die aan de Kamer overlaten. De Staten-Generaal versterken, met meer staf en professionele adviseurs. Het zou de controlerende macht ten goede komen. Meer recht op openheid – dus verbeterde toegang voor burger en parlementariër tot overheidsinformatie. Het weglakken van openbare documenten beperken, waardoor verhoudingen verzuren. Ambtenaren (weer) toestaan parlementariërs zelfstandig te briefen, buiten de minister om.

Ook te overwegen - weerstand leren bieden aan medialogica. De cyclus van schandaal en ophef gevolgd door beschadiging, verantwoording en regeldrang. Ofwel de risico-regel reflex. Ook media zouden kunnen reflecteren op hun bijdrage aan de kortademigheid van de politiek. Partijen zouden moeten investeren in meerdere termijnen voor parlementariërs – en de verplichte mediaprofilering op een lager pitje durven zetten. Ook lang veronachtzaamd – intensiever contact met de andere machten in de trias politica. De bestuurlijke en wetgevende macht, de Hoge Colleges van Staat. De gedachte is dat checks and balances in de democratische rechtsstaat onontbeerlijk zijn. In werkelijkheid leven de drie machten makkelijk langs elkaar heen. Rapporten en adviezen leggen het af tegen politieke opportuniteit. Ook dat leidt tot uitvoeringsproblemen. Toetsing aan de grondwet door een aparte constitutionele rechter zou het draagvlak voor wetgeving drastisch kunnen verbeteren.

Niets van dit alles is nieuw. En toch zou het een ‘nieuwe bestuurscultuur’ op kunnen leveren. Waar het land zeer aan toe is.