‘Ik besliste dat ik moest leven en van het leven moest genieten’

Spitsuur Hansje de Reuver (73) fotografeerde jarenlang de Rotterdamse dichters en andere kunstenaars in haar omgeving. Nu is ze bezig haar analoge archief te digitaliseren. En ze geniet van haar vrijheid.

Hansje: „Om vijf uur ben ik altijd klaar met de dingen die ik die dag wil doen. Mijn spitsuur is mijn borreluur. Dat begint dan. Met mooi weer ga ik op het balkon, met het liefst een klein glaasje whisky en een sigaartje. Dan krijgt Binky ook wat te eten.
Hansje: „Om vijf uur ben ik altijd klaar met de dingen die ik die dag wil doen. Mijn spitsuur is mijn borreluur. Dat begint dan. Met mooi weer ga ik op het balkon, met het liefst een klein glaasje whisky en een sigaartje. Dan krijgt Binky ook wat te eten. Foto David Galjaard

Hansje: „Ik word weleens rond zes uur wakker, dat vind ik echt te vroeg. Dan neem ik een kopje thee en een beschuitje op bed. Dan mag mijn hond Bink een uurtje op bed en ga ik nog even slapen. Ik ben natuurlijk met pensioen, en ik ga niet zo vroeg naar bed. Da’s niet meer nodig. Opstaan doe ik tussen acht en negen uur.

„En dan: uitgebreid wandelen met Bink. Soms wel een uur. Maar eerst douchen en een klein oefeningetje op de grond, voor de buikspieren. Ik heb artrose. Die oefeningen die je op tv ziet, zijn niks meer voor mij.

„Na de hond volgt koffie met een crackertje. En dan ga ik beginnen aan mijn digitale werk. Een belangrijk deel van mijn werkende leven was ik fotograaf. Ik heb een groot fotoarchief, nog uit het analoge tijdperk, dat digitaliseer ik. Er zit heel veel moois bij.

„En soms heb ik zin weer wat te schilderen. Dat doe ik sinds een jaar of acht. Ik maak regelmatig werkjes voor anderen, uit vriendschap. Ik verkoop niets. Dat is ontstaan door een goede vriend, ook kunstenaar, met wie ik een paar jaar een weekendrelatie had. Hij zei: je bent zo’n kijker, ga nou eens aquarelleren. Hij heeft mij de eerste dingen bijgebracht. We hebben eerst mijn regenpijp buiten beschilderd.

„Ik ben iemand die niet zo verschrikkelijk veel plant. Ik houd wel van: potverdikkie, vandaag is het mooi weer. Kom op, Bink, we gaan naar het strand.

„Ik heb nog een tof autootje. Dus ja, ik geniet ook van mijn vrijheid moet ik zeggen. Ik vind het wel een toffe tijd dit.”

Welzijnswerk

Hansje: „Ik heb jong mijn broer verloren. Ik was zeventien, hij negentien. Een zeer talentvolle gozer. Op vakantie met vrienden is hij van de berg gepletterd. Dat heeft zó’n impact gehad op mijn leven. Ik besliste dat ik moest leven en van het leven moest genieten. Toen heb ik van alles gedaan. Op een volkshogeschool gewerkt, in een jeugdherberg, in Duitsland op een conferentieoord. En ik heb een wereldreis gemaakt.

„Via een uitzendbureau kon je vroeger makkelijk werk krijgen, zo deed ik dagtochten met kinderen die het thuis niet zo goed hadden. Dat bleek ik zo leuk te vinden dat ik cultureel werk ben gaan studeren. Daarna ben ik in het welzijnswerk beland, dat heb ik dertien jaar gedaan.

„Ik was zeventien toen ik in de kunstscene van Rotterdam terechtkwam. Mijn broer zat met dichters en kunstenaars op school. Die kwamen me – toen het allemaal gebeurd was – halen om de stad in te gaan. Toen ben ik in dat leven beland. En ik ontdekte ook dat ik een café geweldig vond. Je kunt komen en gaan wanneer je wilt. Altijd interessant, leuke gesprekken.

„In de jaren dat ik het welzijnswerk deed, woonde ik samen met een filmer. Door hem heb ik mijn eerste camera vastgehouden. Ik ben helemaal niet technisch, ben vooral een kijker. En ik houd ook niet zo van poseren. Er moeten altijd dingen gebeuren. Dat vind ik het spannendst.

„Ik stopte met het welzijnswerk, raakte er overspannen van. En toen kwam ik in de WW terecht. Naast die uitkering heb ik semi-beroeps gefotografeerd, heb er nooit van kunnen leven. Ik was ingevoerd in het Rotterdamse uitgaansleven, en de kunstscene, en heb veel voor kranten en uitgaansbladen gedaan. Ik leefde als een kunstenaar. Af en toe wat bijverdienen.

„Toen ik in de veertig was, heb ik zo’n zeven jaar samengewoond met een bekende Rotterdamse dichter, Frans Vogel. Op een gegeven moment gingen we uit elkaar. De dertig jaar erna, tot zijn dood, is hij mijn soulmate gebleven. We waren elkaars muze. Hij schreef, ik fotografeerde.

„Toen we uit elkaar zijn gegaan, vond ik dat ik weer werk moest hebben. Het welzijnswerk wilde ik niet meer. Ik zag een advertentie voor taxichauffeur. Ik dacht: dat probeer ik een tijdje. Nou, dat heb ik tot bijna mijn pensioen gedaan. In de jaren negentig, begin jaren nul, kregen mensen moeilijk werk. Zeker van mijn leeftijd. En wat kon ik eigenlijk buiten dat welzijnswerk? Daarom ben ik blijven hangen. Ik vind autorijden fantastisch, en ik kijk graag. Als ik van Groningen alleen terugreed, een goed muziekje op... Dan zit je in je eigen film.”

Borreluur

Hansje: „Om vijf uur ben ik altijd klaar met de dingen die ik die dag wil doen. Mijn spitsuur is mijn borreluur. Dat begint dan. Met mooi weer ga ik op het balkon, met het liefst een klein glaasje whisky en een sigaartje. Dan krijgt Binky ook wat te eten.

„Dan pak ik om zes uur even het nieuws, en begin ik langzaamaan aan het eten. Dan pak ik wat goede dingen die ik tof vind op tv. Om een uur of half negen ga ik nog uitgebreid de hond uitlaten. En dan pak ik de Netflix-serie waar ik inzit weer op. Daar kan ik echt naar uitkijken.

„Volgend jaar hoop ik nog een fotoboek uit te brengen over hoe ik Rotterdam, en de mensen die ik er kende in de jaren tachtig en negentig, heb beleefd. Het is echt mijn stad, mijn fundament. Ik zou nergens anders kunnen wonen. Wat ik heb gedaan, fotografisch, dat verdween ook toen het digitale tijdperk kwam. Tijdens mijn taxiwerk fotografeerde ik nog weleens, maar niet veel.

„Dat taxiwerk was lichamelijk en geestelijk veeleisend. Het waren niet mijn makkelijkste jaren. Daarom ging ik vervroegd met pensioen. Maar ik heb nooit gedacht: oh, wat erg dat ik niet meer fotografeer. Ik heb de mooiste tijd van de scene gefotografeerd, ik denk dat het behoorlijk uniek was. En dan komen de jongelui op, en is het hun weg.”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl