Opinie

Hoe het ‘ik’ de publieke zaak verdringt

Moraal De publieke val is een populair journalistiek genre geworden. Maar wanneer wordt de publieke zaak gediend en wanneer is het louter wreed vermaak, vraagt zich af.
Illustratie Lynne Brouwer

Heb je gelezen over X? Wat een verhaal! Wat vind jij daar nu van? Een terugkerend refrein: tijdens een avond bij kennissen gaat het over het schandaal van de week. Iemand, vrijwel altijd een man, is in opspraak geraakt door een publicatie. De publieke ‘val’ is een populair journalistiek genre geworden, iedereen vreet het, de click- en leescijfers zijn steevast torenhoog. Inzet van die gesprekjes is een moreel oordeel, over de persoon in kwestie, over degenen die hem hebben aangeklaagd, over de journalisten die het hebben opgeschreven, over het medium dat het heeft gebracht.

Wat vinden wij er van? Terecht, onterecht? Deugt het?

Meestal gaat het over abject gedrag, handelingen die op zich niet strafbaar zijn, maar wel onmiskenbaar een verwerpelijk patroon laten zien; er is sprake van machtsmisbruik, intimidatie, stalken, het onder druk zetten van anderen in een ongelijke machtsverhouding. Er wordt een overvloed aan getuigenissen aangevoerd, de lezer krijgt inzage in persoonlijke appjes, intieme boodschappen. Geen speld tussen te krijgen: X heeft misbruik gemaakt van zijn positie. Achter de façade van werelds aanzien gaan onfrisse praktijken schuil, vaak jarenlang – bedrog, misbruik, afgedwongen seks of gewelddadig gedrag.

Zulke verhalen zijn journalistiek meestal zorgvuldig opgebouwd, de getuigenissen zijn overvloedig en pijnlijk gedetailleerd, waardoor je het gevoel hebt een politiedossier te lezen.

Wangedrag

De journalistieke rechtvaardiging van deze ellenlange verhalen met hun geopenbaarde intimiteiten („Ik wil je neuken alsof je mijn broer bent, en verkrachten alsof je mijn vriendin bent”), die zo gemakkelijk de schijn kunnen oproepen van het neerhalen van figuren die nauwelijks bekend zijn, of alleen in een specifiek wereldje, is dat hun wangedrag zo lang gedoogd werd door de instituties die met de aangeklaagden werkten. Persoonlijk gaat het alleen de betrokkenen aan, maar het verhaal heeft ook een maatschappelijke dimensie.

Something is rotten in the state of Denmark: deze figuur was in zijn wereld zo belangrijk, zo invloedrijk, zo talentvol en gezien, dat kritiek en beschuldigingen weggewoven of genegeerd werden. Er waren signalen genoeg, soms lagen er stapels klachten. Waarom werd er niet gecorrigeerd, ingegrepen? Dat institutionele wegkijkgedrag, dat is het schandaal. Het gaat dus niet om een afrekening, het is ook geen schandaaljagen, daar hebben we de roddelpers en de sociale media voor, het is kritiek op een houding, een mentaliteit, die jarenlang misstanden en misbruik laten voortbestaan.

Werkt het ook zo?

Je kunt je er vanaf maken en de wet als maatstaf nemen – wat strafbaar is, moet bestraft worden; voor de rest gaat het de samenleving niets aan. Maar dat is naïef

Mij bezorgen zulke verhalen een ongemakkelijk gevoel. Niet omdat ze journalistiek niet zouden deugen, maar vanwege die rol die mij, de nieuwsconsument, wordt toebedeeld. Waarom heb ik het ineens over het gedrag van personen die ik daarvoor helemaal niet kende, vaak niet eens van naam? Wat heb ik in die appjes te zoeken? Is dat niet gewoon roddel, wreed leedvermaak – alles natuurlijk onder het mom van maatschappelijke betrokkenheid? Hoe hypocriet is dat?

Steeds meer aangestuurd

Wanneer het gaat over het vervagen van de grens tussen privé en publiek in het digitale tijdperk, wordt er eigenlijk altijd gedebatteerd over wat anderen van je mogen weten. Is het oké dat je data gebruikt worden, mag je worden afgeluisterd, hoever mag de overheid in je privéleven doordringen? Dat zijn morele vragen, het recht op privacy staat onder druk. Ons wordt vrijheid beloofd, maar intussen worden we steeds meer aangestuurd.

Daarover wordt al jaren gedebatteerd, iedere week verschijnt er wel een waarschuwend boek over de gevaren van het ‘dataïsme’. Maar de toenemende onhelderheid over wat privé en wat publiek is, roept ook vragen op over moraal. Wat in ons leven gaat de maatschappij als zodanig aan, wat is privé – en zou privé moeten blijven?

Als steeds minder in ons leven privé is, als we steeds meer van ons persoonlijke leven in de publieke ruimte laten zien, wanneer onze gedragingen steeds meer digitaal worden vastgelegd, in hoeverre hebben anderen iets over ons gedrag te zeggen?

Lees ook: Justitie begint strafrechtelijk onderzoek naar beeldend kunstenaar

Je kunt je er vanaf maken en de wet als maatstaf nemen – wat strafbaar is, moet bestraft worden; voor de rest gaat het de samenleving niets aan.

Maar dat is naïef, behalve wetten kent een samenleving normen en waarden, sociaal gewenst gedrag, de meesten van ons voegen zich daarnaar. Ook daar verschuift het voortdurend. Vroeger was roken in het openbaar geaccepteerd, je moest het zelf weten. Nu we de schadelijke effecten van het roken kennen, en er vooral zoveel meer van doordrongen zijn, is het ongevraagd opsteken van een sigaret in het bijzijn van anderen een persoonlijk affront geworden. Het gaat ook jou aan, jij die meerookt tegen je zin, jij die je premie van je ziektekostenverzekering ziet stijgen. Het is allang geen privézaak meer.

Of neem de politiek. In een nieuw nawoord bij zijn inmiddels klassieke studie The Fall of Public Man schreef de Amerikaanse socioloog Richard Sennett een tijdje terug: „Halverwege de achttiende eeuw gingen de seksuele voorkeuren van een politicus, zijn gezinsleven, of zijn vrienden niemand wat aan; vandaag zijn ze tot een vorm van entertainment geworden.”

Niet alleen een vorm entertainment, ook van moraliteit.

Dat de grens tussen die twee, moraliteit en entertainment, vaak moeilijk te trekken is, precies dat levert het ongemak op dat ik voel bij de gesprekken over al die publieke ontmaskeringen. Wie ervan uitgaat dat na weer zo’n verhaal alleen de maatschappelijke implicaties van het schandalige gedrag besproken worden, kent zichzelf en de mens slecht. Er wordt van gesmuld, men verlustigt zich, er worden grappen over gemaakt. Er wordt genoten van iemands ‘val’ – omdat jijzelf niet in de arena staat, maar veilig op de tribune zit, duim omhoog, duim omlaag.

De grens tussen moraliteit en entertainment is vaak moeilijk te trekken

Tegelijk kun je niet meer volhouden dat privégedrag volkomen los staat van de publieke persoon. De recente Netflix-documentaire over de ‘zaak’ DSK, Chambre 2806 laat een patroon van seksueel wangedrag van een Frans politicus zien: Dominique Strauss-Kahn, nota bene eens op weg om president van Frankrijk te worden. De zaak met het kamermeisje uit New York, dat hem in 2011 van verkrachting beschuldigde, werd geseponeerd wegens gebrek aan bewijs (en vervolgens geschikt), maar uit de documentaire rijst het beeld op van een man die zijn aanzien en positie misbruikte om vrouwen te intimideren en te misbruiken.

Recht op seks

Publiek en privé waren onmiskenbaar verstrengeld. Als Strauss-Kahn geen maatschappelijk aanzien had gehad, was hem niet zo lang de hand boven het hoofd gehouden.

Illustratie Lynne Brouwer

In de Netflix-documentaire tekent zich een groter verhaal af – maar dat wordt nu juist niet verteld. DSK was een monsterlijk geval, maar de mensen die hem omringden, zo blijkt uit de interviews, delen grotendeels zijn patriarchale mentaliteit – wie macht heeft, heeft recht op seks.

Tussen de regels door wordt een hele generatie aangeklaagd, een generatie waarin het publieke gezicht (DSK gold als een progressief politicus) een schril contrast vormt met het persoonlijk gedrag. Het is juist deze generatie geweest die zich de afgelopen decennia schijnprogressiviteit aanmat, die vooral met de mond werd beleden.

Met die mentaliteit wordt nu, begrijpelijk, hard afgerekend door een jongere generatie: voor gelijkheid pleiten en tegelijk niets doen aan de ongelijkheid, goede sier maken met feminisme en strijd tegen discriminatie, maar genoegen nemen met lege gebaren. Saamhorigheid en solidariteit bepleiten en tegelijk alles aan de vrije markt overlaten, weinig of geen belasting betalen, de klimaatcrisis betreuren zonder er echt werk van te maken.

Maar in de documentaire over DSK gaat het toch vooral of die pijpbeurt in de luxe-hotelsuite vrijwillig of gedwongen was. Zo lijkt het net of alles weer goedkomt zodra er afgerekend is met een persoon, de duivel DSK is uitgedreven.

In The Fall of Public Man, dat meer dan veertig jaar geleden verscheen, stelt Sennett dat naarmate de nadruk steeds meer op ons persoonlijke, intieme leven komt te liggen, de publieke zaak steeds verder uit zicht verdwijnt: „Het ‘ik’ is ieders grootste last geworden; jezelf kennen is een doel op zich geworden, in plaats van een middel om de wereld te leren kennen.”

Dat heeft volgens hem tot gevolg dat we ook de maatschappij zelf vooral als een verlengstuk van onze persoonlijke besognes zien: „We zien de samenleving alleen nog als ‘betekenisvol’ door er een groot psychisch systeem van te maken. We kunnen wel begrijpen dat het het werk van een politicus is om wetten op te stellen en aan te nemen, maar dat werk interesseert ons pas wanneer we in de politieke strijd het persoonlijk element ontwaren.

Over een politiek leider die gekozen wil worden wordt gesproken in termen als ‘geloofwaardig’ en ‘deugdelijk’, in termen over wat voor soort man hij is, in plaats van de daden en het programma die hij voorstaat. De obsessie met personen die ten koste gaat van meer onpersoonlijke sociale relaties is als een filter die onze rationele blik op de samenleving vertroebelt.”

Persoonlijkheid

Wanneer aandacht voor het persoonlijke de aandacht voor het publieke verdringt, dan is het niet meer dan logisch dat mensen meer en meer worden afgerekend op hun persoonlijke gedrag. En op hun woorden – wanneer iemand iets roept dat mij persoonlijk een onveilig gevoel geeft, wordt het ook meteen een maatschappelijke kwestie. Er is geen verschil meer.

Maar als we alles in termen van persoonlijkheid gaan zien, waarschuwde Sennett al veertig jaar geleden, zien we niet langer de grote rol die klasse nog altijd speelt in onze maatschappij. Bovendien ga je denken dat je een samenleving schept door het louter uitwisselen van persoonlijke emoties en ervaringen. Ook wordt het steeds moeilijker om betekenisvolle sociale relaties te onderhouden met mensen die je niet kent, vreemden.

Niemand is helemaal zuiver op de graat

De nadruk op het persoonlijke in alles, kort gezegd, ondermijnt onze maatschappelijke relaties.

Sennett stelde ook al dat het opheffen tussen publiek en privé een puriteinse houding teweegbrengt – iedereen schiet in zijn persoonlijke leven immers moreel hopeloos tekort, niemand is helemaal zuiver op de graat. Respect voor de privacy van anderen komt wat Sennett betreft juist voort uit het besef dat ieder ‘ik’ tot op zekere hoogte een ‘gruwelkabinet’ is; menselijke relaties kunnen alleen gedijen wanneer onze „verdorven kleine geheimpjes op het gebied van lust, hebzucht en nijd” zorgvuldig uit zicht worden gehouden.

Lees ook: Publiekelijk is hij veroordeeld, nu begint de strafzaak

Dat zal in 1976 al een provocerende gedachte zijn geweest, nu is het vloeken in de kerk. Moeten we het wangedrag van DSK, de pijn die hij zijn slachtoffers heeft bezorgd, afdoen als ondergeschikt aan het belang van zijn werk als politicus? Nee, het persoonlijke ís politiek, wat jou persoonlijk wordt aangedaan heeft wel degelijk ook een maatschappelijke betekenis.

Maar als het persoonlijke politiek is, ontstaat al snel het gevaar dat al het politieke persoonlijk wordt gemaakt. Begin vorig jaar trad de Franse politicus Benjamin Griveaux terug als kandidaat voor het burgermeesterschap van Parijs, omdat filmpjes waren gelekt waarin hij zijn stijve pik laat zien, verstuurd aan een negenentwintigjarige rechtenstudente waarmee hij een hitsige conversatie op afstand onderhield. De vrouw bleek de vriendin van een Russische kunstenaar/activist, die de beelden openbaar maakte, omdat de getrouwde Griveaux ‘hypocriet’ zou zijn geweest.

Een schijnargument, het was wraakporno. Terwijl Griveaux zich terugtrok ‘om zijn naasten te beschermen’, vlogen de grappen over zijn flinke geslacht over het internet. In een voorbije tijd zou Griveaux wegens overspelig gedrag het slachtoffer van fatsoensrakkerij in de schandaalpers zijn geworden; nu bracht een activist hem ten val uit naam van sociale rechtvaardigheid.

Mijn ongemak: wanneer is het particuliere maatschappelijk relevant en wanneer niet? Hoe gerieflijk zit ik zelf op die tribune als jurylid in het mediatribunaal? In hoeverre kun je jezelf vertrouwen als toeschouwer van al deze breed uitgemeten publieke ontmaskeringen, wanneer wordt een publieke zaak gediend, hardnekkige schadelijke structuren aangepakt – wanneer is het louter wreed vermaak, bloodsport?

Ik ben progressief genoeg om het ene te willen, menselijk genoeg om van het tweede te smullen. Wanneer die troebele ambivalentie niet onder ogen wordt gezien, zal die rechtvaardige samenleving nog wel even op zich laten wachten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.