Hoe een duif een duif ziet

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen.

Deze week: alle volwassen houtduiven lijken sprekend op elkaar.

De houtduif kent geen ‘seksuele dimorfie’ zoals de wilde eend, de merel, de huismus en de koolmees.
De houtduif kent geen ‘seksuele dimorfie’ zoals de wilde eend, de merel, de huismus en de koolmees. Foto’s Karel Knip

Uiteindelijk waren er maar acht dagen voor nodig om het vertrouwen van de houtduif te winnen. Dagen met sneeuw en ijs en een alerte merel die doorkreeg dat er werd bijgevoerd. Toen kwam de houtduif ook een kijkje nemen. In zijn slipstream arriveerden de stadsduiven.

Dat was halverwege februari. Het voeren is sindsdien doorgegaan, elke ochtend een handje, en het lukte de opdringerige stadsduiven te lozen. Zo ontstond de vriendschap die geen echte vriendschap is maar die mens en dier toch goed bevalt. Alleen al het enthousiasme waarmee de vogel, soms drijfnat, uit de bomen in de verte komt aanvliegen als de balkondeuren opengaan! Van lieverlee leerde je zijn vleugelslag herkennen en kon je al zonder kijken het gesprek beginnen.

De idylle wordt sinds kort bedreigd door het gevoel dat het niet één duif is die ’s ochtends van het zaad komt eten, maar dat het er twee zijn die om en om op bezoek komen. De een gaat resoluter op het voer af dan de ander die veel minder pront voor de dag komt. Ook de aanvliegroutes verschillen. Je zou de dieren kunnen ‘merken’, maar dat zou het vertrouwen verstoren en het is ook niet wat je doet onder vrienden. Er zit niets anders op dan de vogels nauwlettend te volgen.

Gunstige nestplek aanwijzen

Alle volwassen houtduiven lijken sprekend op elkaar, dat is de kern van de kwestie. De houtduif kent geen ‘seksuele dimorfie’ zoals de wilde eend, de merel, de huismus en de koolmees. Mannetjes en vrouwtjes zijn niet van elkaar te onderscheiden, zelfs niet als je ze in de hand hebt. De Ierse onderzoeker Daire O’Huallachain zegt van wel, hij mat 300 doodgeschoten houtduiven secuur op en berichtte in 2010 dat er nét voldoende verschil zit tussen de lengte van staarten, vleugels en nog zo wat, maar in de praktijk werkt het niet. Je hebt ‘invasieve’ methoden nodig om snel en goedkoop het geslacht van een houtduif te bepalen.

Als het niet snel hoeft, als het een paar dagen of weken mag duren, dan is de sekse van houtduiven wel af te leiden uit hun houding en gedrag. Makkelijk gaat dat niet want mannetjes en vrouwtjes doen beide evenveel aan broeden en broedzorg en ze eten precies hetzelfde. Maar in de balts en de paring en, zegt men, de verdediging van het territorium zitten verschillen. Ook koert het vrouwtje net wat anders dan het mannetje en zou het bij uitstek het mannetje zijn die aan het zwaar kreunende ‘nest calling’ doet. Uit eigen waarneming valt hier te melden dat ‘hij’, als hij het is, dat niet alleen doet om een gunstige nestplek aan te wijzen maar ook als er al een nest ís. Omdat ‘monomorfie’, het ontbreken van seksuele dimorfie, meer regel dan uitzondering is in het vogelrijk is er de laatste jaren veel aandacht voor het opsporen van verschillen tussen mannetjes- en vrouwtjesgeluiden.

Hardvochtige zoölogen

Hoe de vogels met hun kleine hersentjes erin slagen elkaar uit elkaar te houden is een raadsel. Veel wetenschappers hebben zich er het hoofd over gebroken. Hoe herkennen ze bijvoorbeeld de individuen die tot de eigen soort behoren? Wij mensen gaan vooral af op het gelaat, zegt het wiki-lemma ‘intra-species recognition’ maar ook geur zou (onbewust, natuurlijk) een rol spelen. Veel vogels kunnen inderdaad ruiken, alle attributen zijn er voor aanwezig, maar het staat wel vast dat het reukvermogen niet veel voorstelt. De hardvochtige zoölogen van de negentiende eeuw hebben ongetwijfeld aangetoond dat doof gestoken vogels elkaar nog steeds als soortgenoot herkennen. De duiven met hun notoir scherpe ogen zullen wel net als wij voornamelijk op gezichtsindrukken afgaan. Voor het onderscheid tussen de seksen is er dan het verschil in gedrag en de klank van het koeren. Het herkennen van de eerder gekozen partner zal in de praktijk niet zo lastig zijn omdat een duif wel zo’n beetje weet wat er in zijn territorium rondgaat.

Maar er is meer. Sinds 2005 is bekend dat vogels uit de monomorfe groepen veel makkelijker minieme verschillen tussen elkaars pluimage zien dan wij mensen dat kunnen. Het netvlies van het vogeloog zit anders in elkaar dan het onze: voor het kleurenzien zijn er bijvoorbeeld niet drie maar vier verschillende soorten kegeltjes en één soort is vaak ook gevoelig voor ultraviolette straling. Er komt bij dat de verwerking van optische indrukken, ook uit het voor ons zichtbare deel van het spectrum, afwijkt van die bij de mens. Veel vogels zien waarschijnlijk duidelijke verschillen waar wij die helemaal niet zien. Het is aangetoond voor soorten uit de orde Passeriformes (zangvogels), of het ook voor de houtduif geldt werd deze week niet duidelijk.

Om dit verhaaltje rond te maken zou je je kunnen afvragen of vogels mensen uit elkaar kunnen houden. Dat is niet moeilijk te onderzoeken. In 2009 is gemeld dat een Amerikaanse ‘mockingbird’ (Mimus polyglottos) al binnen een paar dagen de student herkende die haar bij het broeden gestoord had. Andere studenten maakten geen indruk. Moet ook de AW-duif proefdier worden?

Correctie (7-5-2021): aanvankelijk werden de oogorgaantjes om kleur te zien per abuis ‘staafjes’ genoemd, dat is verbeterd in ‘kegeltjes’.