Opinie

‘Wbj’, ‘tldr’: laten we ons buigen over de woorden die jonge mensen gebruiken

Taal Docent nam zich na een Teams-gesprek met een leerling voor om klassikaal extra aandacht te besteden aan het verschil tussen chat- en schrijftaal. “Het werden interessante weken.”
Illustratie Fien Rijks

Onlangs voerde ik via Teams een gesprek met een leerling uit mijn vmbo-klas. „Wbj?” chatte hij. „Wat bedoel je met Wbj?” vroeg ik. „Wat bedoel je”, was zijn antwoord. „Dat betekent Wbj.”

Mijn bloed warmde op. Geen volle vraagzin. Niet eens een heel woord. Geen ‘u’, maar ‘jij’. De nonchalance, het gebrek aan vormelijkheid. In gesprek met je leraar zulk achteloos taalgebruik hanteren, daar kom je niet ver mee, vriend. Welke indruk denk je te wekken als je je er in de communicatie met je toekomstige werkgever zo vanaf maakt? Terstond was mijn neiging tot coulance omgeslagen tot het geven van een diepe onvoldoende.

Niettemin verbeet ik me, antwoordde ik met „Aha! Dank je, zo leer ik ook nog eens iets. Wat ik bedoel is…” en nam ik me voor klassikaal extra aandacht te besteden aan het verschil tussen chat- en schrijftaal, tussen formeel en informeel taalgebruik en de interpretaties en implicaties daarvan. Ik zou hem en zijn klasgenoten eens goed inpeperen wat het gebruik van correct, Algemeen Beschaafd Nederlands noodzakelijk maakt. Een waardevolle les over taalbewustzijn moest het worden, als startpunt van een reeks lessen in schrijfvaardigheid die toevalligerwijs al op de planning stonden.

Het werden interessante weken met deze klas. Niet alleen breidden mijn leerlingen mijn vocabulaire uit met ‘hgh’ (hoe gaat het), ‘gmj’ (goed, met jou?), ‘hz’ (hoezo), ‘idk’ (i don’t know) of ‘nvm’ (never mind ). Ook doordrongen ze me van hun drijfveren achter het gebruik van dit genre. Het is niet slechts cool of gewoonte geworden, niet slechts alomtegenwoordig in hun leefwereld, het is vooral snel. Zo vlug en efficiënt mogelijk, communiceren als de bliksem willen ze. Moet ook wel, aangezien ze gemiddeld in elf app-groepen zitten en daarnaast op TikTok, Snapchat, Instagram en Youtube.

Eind januari meldde de NOS dat jongeren tussen de 15 en 19 jaar per dag gemiddeld twee uur en veertig minuten online zijn. Vol trots meldde het gros van mijn leerlingen dat ze zich wel langer dan dat digitaal vermaken. Zeker nu ze nog steeds het merendeel van de lessen vanaf hun bed of bank volgen, meestal zonder toezicht. Hun telefoon is nauwelijks buiten blikveld te houden.

Lees ook: Ontlezing? Geen wonder met zo’n stoffige boekenlijst

Geen hoofdletters, een halve afsluiting

Die begeerde snelheid scherpt zijn nagels ook aan andere gebieden van de taal. Nadat mijn leerlingen beaamden dat het gebruik van afkortingen in bepaalde situaties kan leiden tot een afrekening op inzet of competentie, ging ik over op het onderwerp spelling. Via een poll vroeg ik in hoeverre ze het gebruik van correct standaard Nederlands belangrijk vonden. Zoals verwacht bleken ze het in formele situaties heus wel nodig te achten, in amicalere, meer vertrouwde situaties niet. Vervolgens liet ik op het bord een uitwerking van een formele e-mail zien, geschreven door een anoniem iemand uit de andere klas. Geen hoofdletters, vaak geen punten of komma’s, ‘me’ in plaats van ‘mijn’, geen inleiding, een halve afsluiting (‘doei’, nota bene). Kortom: een tien regels tellende weerspiegeling van de dramatische resultaten die de Onderwijsinspectie begin maart publiceerde, voortkomend uit onderzoek naar schrijfvaardigheid.

Eerst ging er een lachsalvo door de klas. Wijzend op zichzelf riepen meerdere leerlingen: „Zo schrijf ik ook.”

Ter oefening liet ik hen gezamenlijk de e-mail op het bord redigeren. Zonder dat ik correcties in hun monden legde, toverden ze de e-mail om tot een bijna foutloos, plechtig aandoend bericht, tot en met ‘vriendelijke groet’ aan toe.

Deze hoopgevende verrassing mengde zich met ontsteltenis, want eerder had ik ook in hun ingeleverde huiswerk het steeds lager geletterde Nederland herkend. Nu bleken ze prima te kunnen schrijven, waarom deden ze dat dan niet?

„Pff, op hoofdletters letten duurt lang”, was het antwoord van velen. „Als ik iets schrijf, wil ik gewoon dóór.”

Snelheid. Het abstracte begrip keert zich helaas niet alleen tegen het schrijven, tegen de wil om zich volwaardig uit te drukken, maar ook tegen het lezen. Gejammer en protest klinken tot ver op de gang als ik het woord ‘boek’ in de mond neem, als lappen tekst moeten worden doorgewerkt op verbanden, hoofdzaken, sleutelbegrippen en argumenten. Telkens is het aantal woorden te veel, duurt het lezen te lang, is er het wippen op de stoel, de vraag wanneer de les voorbij is – en ze hun telefoons weer ter hand kunnen nemen.

Zichzelf opgelegde haast

Mijn leerlingen zullen niet de enige scholieren zijn. Daarbij kampt voorgaande generatie ook met een zichzelf opgelegde haast. Lezen moet snel en doeltreffend, zoals literatuur-student Charlotte Remarque schrijft in de Volkskrant, het is een moetje, een kans om jezelf te verbeteren en (door populaire wetenschap tot je te nemen) zoveel mogelijk uit je tijd te halen. Met lezen van fictie verspil je je tijd.

De haast, het met snelheid gepaard gaande ongeduld is een woekerende, evolutionaire gemoedstoestand die zich al langere tijd op verschillende niveaus in vele jonge hoofden nestelt. Toch leek het hier de afgelopen tijd niet over te gaan. Nee, in het debat over taalvaardigheid staat de één voor het aanpassen van de spellings- en grammaticanorm, de ander voor het onszelf opleggen van de ‘hondsmoeilijke taak’ zoveel mogelijk kinderen zoveel mogelijk te leren. Laten we meer woorden geven aan de huidige leefwereld waarin kinderen en jongeren kennis tot zich moeten nemen. Laten we ons buigen over de woorden die zij gebruiken. ‘Tldr’ is ook een afkorting, van too long; didn’t read, om te zeggen dat het lezen van een toegestuurd chatbericht teveel tijd kost. Als we eraan voorbij gaan dat in deze vier letters ook een groot deel van het probleem besloten ligt, vrees ik dat ‘hondsmoeilijk’ de lading van onze taak niet dekt.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.